Woorden van ver
 

voorjaar 2008

vr 23 mei 2008 20.15Oud-Katholieke kerk, Delft
za 24 mei 2008 20.00Zeeuwse Concertzaal, Middelburg
za 31 mei 2008 20.15Marekerk, Leiden

recencie

Programma

Due Compsizioni Corali (Sappho / M.Valgimigli)
  • - Il giardino di Afrodite
  • - Piena sorgeva la luna
Ildebrando Pizzetti (1880-1968)
Dulces exuviae (Vergilius) Adrian Willaert (1490-1562)
Dulces exuviae (Vergilius) Josquin Desprez (ca.1450-1521)
Dulces exuviae (Vergilius) Cypriano de Rore (1516-1565)

Dulces exuviae (Vergilius)
Oderunt hilarem tristes (Horatius)
Usibus edicto (Ovidius)
Odi et amo (Catullus)
(uit: Moralia, uitgegeven 1596)

Jacob Handl-Gallus (1550-1591)
Blossom Songs (1968) Joep Straesser (1934-2004)

pauze

A cette heure du jour
Ton de Leeuw (1926-1996)
Sibylla Persica
Sibylla Cumana
Sibylla Europaea
Sibylla Delphica
   (uit: Profetiae Sibyllarum)
Dulces exuviae (Vergilius)

 

Orlando di Lasso (1532?-1594)
Take Him, Earth, for Cherishing Herbert Howells (1892-1983)

Ildebrando Pizzetti (1880-1968)
Due Compsizioni Corali (Sappho / M.Valgimigli)

- Il giardino di Afrodite

Un boschetto di meli; Sugli altari bruciano incensi
Mormora fresca l'acqua tra i rami, tacitamente.
Tutto il luogo {e'} ombrato di rose
Stormiscono le fronde, e ne discende molle sopore.
E di fiori di loto come a festa fiorisce il prato;
esalano gli an{e'}ti sapore di miele.
Questa {e'} la tua dimora, Cipride:
qui tu recingi le infule sacre,
e in auree coppe versi, copiosamente, nettare e gioia.

- Piena sorgeva la luna

Piena sorgeva la luna;
e intorno all'ara le fanciulle stettero
Intorno all'amabile ara le fanciulle cretesi,
in candenza, coi molli piedi danzavano,
leggermente sul tenero fiore dell'erba movendo.
Le stelle intorno alla bella luna velano il volto lucente,
quando piena, al suo colmo, argentea, splende su tutta la terra.



Adrian Willaert (1490-1562)
Dulces exuviae (Vergilius)

Josquin Desprez (ca.1450-1521)
Dulces exuviae (Vergilius)

Cypriano de Rore (1516-1565)
Dulces exuviae (Vergilius)

'Dulces exuviae, dum fata Deusque sineba[n]t,
Accipite hanc animam, meque his exsolvite curis.
Vixi, et, quem dederat cursum fortuna, peregi,
Et nunc magna mei sub terras ibit imago.
Urbem praeclaram statui; mea moenia vidi;
Ulta virum, poenas inimico a fratre recepi;
Felix, heu nimium felix, si litora tantum
Nunquam Dardaniae tetigissent nostra carinae.'
Dixit, et os impressa toro 'Moriemur inultae,
Sed moriamur' ait. 'Sic, sic iuvat ire sub umbras.'
Uitrusting, dierbaar zolang het lot en de godheid dat toestond,
neemt dit, mijn leven nu aan en verlos mij van mijn verdriet.
Mijn leven ligt achter mij en gedaan is de tocht die Fortuna mij gaf,
en nu zal mijn statige schim onder de aarde afdalen.
Een pracht van een stad heb ik gesticht, de muren ervan nog aanschouwd,
gewroken heb ik mijn man door mijn broer en vijand te straffen,
gelukkig, ach al te gelukkig, als maar nooit die schepen
Dardaniërs onze kusten bereikt zouden hebben.' Na deze woorden
smoorde ze haar stem in het kussen: 'Ik sterf ongewroken,
maar toch verkies ik de dood. Zo, zo verkies ik het schimmenrijk binnen te gaan.'
(vertaling: Ben Bijnsdorp, zie www.benbijnsdorp.info)

Jacob Handl-Gallus (1550-1591)

Dulces exuviae (Vergilius)

Oderunt hilarem tristes (Horatius)

Oderunt hilarem tristes tristemque iocosi,
sedatum celeres, agilem navumque remissi

 

Degenen die ernstig zijn, hebben een hekel aan wie vrolijk is en omgekeerd;
Die snel zijn, mogen de tragen niet, noch de luiaards wie actief en vlijtig is.

 

HORATIUS - Epistulae I.18

(88-89)

Usibus edicto (Ovidius)

Usibus edocto si quicquam credis amico,
vive tibi et longe nomina magna fuge.
Vive tibi, quantumque potes praelustria vita:
saevum praelustri fulmen ab arce venit.
Nam quamquam soli possunt prodesse potentes,
non prosit potius, siquis obesse potest.
Als een ervaren vriend vertrouwen weet te wekken:
Leef op jezelf, ver van grandeur en roem.
Leef op jezelf, vermijd vooral wie aanzien hebben,
Hard slaat de bliksem uit hun burcht omlaag.
Alleen een machtig heer, ’t is waar, kan voordeel brengen,
Maar wie duperen kan, die helpt niet graag.
Crede mihi, bene qui latuit bene vixit, et intra
fortunam debet quisque manere suam.
Wie in de luwte leeft, leeft goed, wil dat geloven;
Elk moet content zijn met zijn plaats op aard.
Tu quoque formida nimium sublimia semper,
propositique, precor, contrahe vela tui.
Jij ook, vrees steeds het te verhevene; ik smeek je
Dat je de zeilen der ambitie reeft.
Vive sine invidia, mollesque inglorius annos
exige, amicitias et tibi iunge pares.
Leef roemloos, onbenijd, je tijd gerieflijk slijtend,
En zoek een vriendenkring die bij je past.

OVIDIUS - Tristia III-4

(3-8, 25-26, 31-32, 43-44)

 

 

(Vertaling: Wiebe Hoogendoorn)

 

Odi et amo (Catullus)

(uit: Moralia, uitgegeven 1596)

Odi et amo.
Quare id faciam, fortasse requiris;
Nescio, sed fieri sentio et excrucior.
Ik haat en bemin.
Waarom doe ik dat, vraag je misschien;
Ik weet het niet, maar ik voel dat het gebeurt en ik word erdoor gekweld.



Joep Straesser (1934-2004)

Blossom Songs (1968)

Oh......! 
That's all upon the blossom covered 
hills of Yoshino!
(Teishitsu)
A cloud of blossoms
an evening bell - 
Ueno? Asasuka?
(Basho)
No blossoms and no moon,
and he is drinking sake
all alone!
 (Matsuo Basho)
Blossoms go,
and again it's quiet
at Onjo.
(Onitsura)

 

pauze


Ton de Leeuw (1926-1996)

A cette heure du jour (1991/1992)

A cette heure du jour, où Sirpurla repose
parce que la chaleur, pareille à la bête
affamée, dévore la cité et toute la
campagne, Gémétar-Sirsira.
Op dit uur van de dag, waarop Sirpurla rust,
daar de hitte gelijk een hongerig beest
de stad verslindt en heel het platteland,
Gémétar-Sirsira.
Je fus agité. Un projet, je conçus.
Je dis: que mon projet je l'accomplisse.
Au temple de Ninâ, dans la ville de Ninâ
j'irai au temple de Ninâ, ma Déesse,
Ninâ, fille du Dieu Enki.
Ninâ, Ninâ, j'invoquerai Nin-Girsu,
Le Seigneur de la tiare,
Nin-Girsu, guerrier d'Enlil,
ton père sublime. Nin-Girsu, j'invoquerai.
Bau, Bau, Déesse de la ville sainte qui
dans Uru-Azaga brille en son temple, Bau,
la dame pure, Bau j'invoquerai.
Ik werd onrustig. Een plan vatte ik op.
Ik zei: moge ik mijn plan volbrengen.
Naar de tempel van Nina, in de stad van Nina,
zal ik naar de tempel van Nina gaan, mijn Godin,
Nina, dochter van de God Enki.
Nina, Nina, ik zal hem aanroepen, Nin-Girsu,
de Heer van de tiara,
Nin-Girsu, krijger van Enlil, uw verheven
vader. Nin-Girsu, ik zal hem aanroepen.
Bau, Bau, Godin van de heilige stad, die in
Uru-Azaga straalt in haar tempel, Bau, de
zuivere vrouw, Bau, ik zal haar aanroepen.
Afin que le mystère en mon coeur enfermé,
à la face des hommes soit comme le
soleil levant;
afin que de mon roi je reçois celle que
j'aime, qui d'un beau nom se nomme;
Gémétar-Sirsira.
Opdat het mysterie in mijn hart verborgen,
ten overstaan van de mensheid als de
opkomende zon moge zijn;
opdat ik van mijn koning haar ontvang,
die ik bemin, die met een mooie naam geheten is,
Gémétar-Sirsira.
Sur la terre le jour s'enfuit. Sur la terre
un autre jour monta.
Au temple de mes Dieux j'allai.
Devant le sanctuaire je proférai mes paroles:
Mes Dieux, objets d'admiration,
qui posez vos décrets sur le monde,
que je vous implore!
Ninâ, Nin-Girsu, Bau, Anunaki,
dont la force n'a pas de borne.
Tournez un regard favorable vers celui au
visage courbé.
Accordez-moi la science de l'entendement.
Ninâ, Nin-Girsu, Bau, Anunaki.
Op aarde verdween de dag. Op aarde verscheen
een andere dag.
Naar de tempel van mijn Goden ging ik.

Mijn Goden, tot wie ik bid,
die uw bevelen over de wereld uitvaardigen,
ik roep u aan!
Nina, Nin-Girsu, Bau, Anunaki,
wier kracht geen grenzen kent.
Werp een welwillende blik op hem met het
gebogen gelaat.
Verleen mij de wijsheid van het begrip.
Nina, Nin-Girsu, Bau, Anunaki.

 

Pourque mon roi me donne pour mon
épouse celle qu'aime mon coeur, celle qui
d'un beau nom se nomme Gémétar-Sirsira.
Opdat mijn koning mij tot echtgenote schenkt
haar, die mijn hart liefheeft, die met een mooie
naam geheten is Gémétar-Sirsira.
Vers mes Dieux mon évocation monta.
Les sacrifiecs s'accomplierent.
L'invocation de ma bouche se tut.
Naar mijn God steeg mijn bede op.
De offers werden volbracht.
Het aanroepen uit mijn mond verstomde.
vertaling: Eric Hermans

Orlando di Lasso (1532?-1594)

Sibylla Persica

Virgine matre satus pando residebit asello,
Jucundus princeps unus qui ferre salutem Rite queat lapsis tamen

illis forte diebus,
Multi multa ferent immensi fata laboris,
Solo sed satis est oracula prodere verbo:
Ille deus casta nascetur virgine magnus.

 

Geboren uit een maagdelijke moeder zal hij zitten op een gebogen ezel,
De vorst der vreugde, die als enige in de loop der tijden het ware heil zal kunnen brengen;
Velen zullen vele voorspellingen doen over zijn onmetelijk lijden,

Maar deze ene profetie is genoeg: [dit is een beetje vrij vertaald, anders wordt het nogal 'wordy' Nederlands.]
Hij, de verheven God, zal uit een reine maagd worden geboren.

Sibylla Cumana

Iam mea certa manent et vera novissima verba. 
Ultima venturi, quod erant oracula regis, 
Qui toti veniens mundo cum pace placebit, 
Ut voluit nostra vestitus carne decenter, 
In cunctis humilis. Castam pro matre puellam deliget. 
Haec alias forma praecesserit omnes.

Sibylla Europaea

Virginis aeternum veniet de corpore verbum purum. 
Qui valles et montes transiet altos, 
Ille volens etiam stellato missus olympo 
Edetur mundo pauper, qui cuncta silenti rex erit imperio. 
Sic credo et memo fatebor: 
Humano simul et divino semine natus.

Sibylla Delphica

(uit: Profetiae Sibyllarum)

Non tarde veniet, tacita sed mente tenendum
Hoc opus, hoc memori semper, qui corde reponet,
Huius pertendant cor gaudia magna Prophetae
Eximia, qui virginea conceptus ab alvo
Prodibit, sine contactu maris omnia vincit
Hoc naturae opera, at fecit, qui cuncta gubernat.
He will not come late, but he who keeps this in his heart
must always hold this in a quiet mind.
May great joy fill the heart of this eminent Prophet,
who will be conceived and born from the womb of a virgin
without contact with any man. This is a wonder in nature
but he, the ruler of all, has done this.
Huius pertendant cor gaudia magna Prophetae eximia hoort bij elkaar (mogen zeer grote vreugden het hart van deze profeet vullen). Het nieuwe gedeelte begint bij qui virginea.
Het Engels is niet exact en slaat ook hier en daar wat over, maar de komma's (niet de hoofdletters) in deze Latijnse tekst geven de juiste frasering aan.

Dulces exuviae (Vergilius)
'Dulces exuviae, dum fata Deusque sineba[n]t,
Accipite hanc animam, meque his exsolvite curis.
Vixi, et, quem dederat cursum fortuna, peregi,
Et nunc magna mei sub terras ibit imago.
Urbem praeclaram statui; mea moenia vidi;
Ulta virum, poenas inimico a fratre recepi;
Felix, heu nimium felix, si litora tantum
Nunquam Dardaniae tetigissent nostra carinae.'
Dixit, et os impressa toro 'Moriemur inultae,
Sed moriamur' ait. 'Sic, sic iuvat ire sub umbras.'
Uitrusting, dierbaar zolang het lot en de godheid dat toestond,
neemt dit, mijn leven nu aan en verlos mij van mijn verdriet.
Mijn leven ligt achter mij en gedaan is de tocht die Fortuna mij gaf,
en nu zal mijn statige schim onder de aarde afdalen.
Een pracht van een stad heb ik gesticht, de muren ervan nog aanschouwd,
gewroken heb ik mijn man door mijn broer en vijand te straffen,
gelukkig, ach al te gelukkig, als maar nooit die schepen
Dardaniërs onze kusten bereikt zouden hebben.' Na deze woorden
smoorde ze haar stem in het kussen: 'Ik sterf ongewroken,
maar toch verkies ik de dood. Zo, zo verkies ik het schimmenrijk binnen te gaan.'


Herbert Howells (1892-19830)
Take Him, Earth, for Cherishing

commissioned for the memorial service of JFK.
Take him, earth, for cherishing,
to thy tender breast receive him.
Body of a man I bring thee,
noble even in its ruin.
Once was this a spirit's dwelling,
by the breath of God created.
High the heart that here was beating,
Christ the prince of all its living.
Guard him well, the dead I give thee,
not unmindful of his creature
shall he ask it: he who made it
symbol of his mystery.
Comes the hour God hath appointed
to fulfil the hope of men,
then must thou, in very fashion,
what I give, return again.
Not though ancient time decaying
wear away these bones to sand,
ashes that a man might measure
in the hollow of his hand:
Not though wandering winds and idle,
drifting through the empty sky,
scatter dust was nerve and sinew,
is it given to man to die.
Once again the shining road
leads to ample Paradise;
open are the woods again,
that the serpent lost for men
Take, O take him, mighty leader,
take again thy servant's soul.
Grave his name, and pour the fragrant
balm upon the icy stone.
from a 4th-century poem by Aurelius Clemens Prudentius
translated by Helen Waddell