AfficheMP

 

 

 

 

 

 

Bachs Matthäus Passion: een educatief project

Het William Byrd Vocaal Ensemble (WBVE) viert dit jaar zijn 30-jarig bestaan. Bij het 25-jarig bestaan werd de Johannes Passion van J.S. Bach uitgevoerd in de versie van 1725 en dit jaar heeft het WBVE ter gelegenheid van dit jubileum in een tweetal concerten Bachs Matthäus Passion ten gehore gebracht.

Het WBVE is voor de gelegenheid uitgebreid van 25 tot ongeveer 40 zangers, en samenwerking werd gezocht met Concerto d’Amsterdam, specialisten in barok-muziek op authentieke instrumenten. Als solisten hebben meegewerkt Fabio Trümpy als evangelist, Marc Pantus als Jezus, Elena Krasaki, Elsbeth Gerritsen, Arco Mandemaker en Mattijs van de Woerd.
De soprano in ripieni werd gezongen door Leerlingen van het Stedelijk Gymnasium Leiden.

Uitvoeringen vonden plaats op 25 en 26 maart 2011 in de Leidse Marekerk.

Enkele reacties:

Enkele reacties uit het publiek:
Het is niet altijd makkelijk meteen de goede woorden te vinden. Maar toen ik vanochtend wakker werd, dacht ik dat “rijk” het meest recht doet aan het concert. Misschien ook wel door de (erg mooie) ruimte, die zich tot in alle hoeken leek te vullen met de vloeiende klanken.
Zelden of nooit heb ik de koralen zo fris, doorzichtig en met zoveel expressie gehoord. Koor, evangelist en Christus waren voor mij de sterren van de avond. En Nico natuurlijk; zijn volledig uit zijn dak gaan bij die aria  'Gebt mir meinen Jesum wieder' zal me bijblijven!
Wat heb ik genoten van jullie uitvoering afgelopen vrijdag! Die muziek komt zo intens bij me binnen. Ook al omdat ik genoten heb van de integere manier waarop Nico,met koor en orkest, de noten beleefden.

Erg mooi vond ik het zeer low-key opkomen  van iedereen; het koor was beetje bij beetje gaan zitten (goede opstelling, zo doorelkaar), opeens stond Nico daar, wrong zich ergens terzijde nog een solist naar het podium, het publiek werd stil, en het begon.
Bij deze wil ik m.n. uw koor complimenteren met de zeer mooie uitvoering van de Mattheus. Wij hebben er afgelopen zaterdag van genoten. Het was voor het eerst dat ik geen last had van 3 uur op een kerkbank te zitten; dat pleit voor de hoge kwaliteit.
Nog nooit ben ik zo meegesleept in het verhaal. We zaten er letterlijk en figuurlijk middenin. En wat de muziek betreft: wat een prachtig koor is het William Byrd Vocaal Ensemble. Met het orkest en de solisten was het echt een onwaarschijnlijk mooi geheel!
Prachtigste Mattheus Passion ooit gehoord! Mooie bezetting, barokinstrumenten: introvert en transparant; heel gedreven koor en een dynamiek die onovertroffen was. Wat zou het leven zijn zonder Bach en op deze wijze? Me volledig kunnen overgeven aan de volmaakte muziek en het oeroude en universele lijdensverhaal van Christus. Dank aan Nico v.d.Meel en alle musici.
Erg mooi!  Met name de koren heel goed, van klank, taal en expressie, zeer aanwezig. Evangelist en Christuspartij prachtig, theatraal en helder tegelijk, expressief en niet dramatisch. Sopraan wonderschoon.
Het geheel was sterk en tot het einde toe mooi. Voor het eerst gehoord dat Bach ook nog eens zo’n prachtig slotkoor heeft gemaakt, het hoorde er echt bij, vloeide er uit voort...
 
 

 

Recensie


Matthäus Passion onder leiding van Nico van der Meel

Johann Sebastian Bach (1685-1750) werd in 1723 benoemd tot cantor van de Thomasschule in Leipzig. Hiermee werd hij verantwoordelijk voor goede kerkmuziek in de hoofdkerken van Leipzig. Enkele jaren vóór zijn komst was besloten dat er op Goede Vrijdag een passie-oratorium moest worden uitgevoerd. Bach componeerde er vijf, waarvan ons er helaas maar twee resten, de Johannes Passion en de Matthäus Passion.

Nico van der Meel begon zijn carrière als evangelist in 1984 en het bracht hem grote internationale faam. Als evangelist werkte hij samen met dirigenten als Frans Brüggen, Gustav Leonhardt, Nikolaus Harnoncourt en Jan Willem de Vriend.
“Als evangelist ga je door een hele emotionele tocht. En het is heel spannend nu te ervaren wat voor tocht je als dirigent meemaakt. Ook omdat ik eigen dingen wil doen. Er zijn zoveel gewoontes ingesleten, dingen die iedereen zomaar doet.Een van die dingen is het jongenskoor. Bach voerde het uit met de jongens van zijn Thomasschule en wat externe zangers, want het was een megabezetting. De Soprano in ripieno waren jongetjes uit de laagste klassen. Bij Bach kwam dat gewoon zo uit. En dat heeft een bepaalde klankverhouding. Ik wil zo dicht mogelijk bij de verhouding van Bach komen. Bij ons koor kom je dan uit bij jongere studenten, of oudere scholieren. Daarom bestaat het 'jongenskoor' bij ons uit scholieren, meisjes uit de vierde en de vijfde klas van het Stedelijk Gymnasium van Leiden." Nico van der Meel heeft daarom ook meegewerkt aan een project met de vierde klassen van het Stedelijk Gymnasium over de Matthäus Passion.

Nico van der Meel: “Ik vind het ontzettend belangrijk dat er héél bewust wordt omgegaan met tekst en tekststructuur. En dat niet een zin iets heel anders lijkt te betekenen omdat er foute accenten worden gezongen, of dat de zin de verkeerde kant uitgaat omdat de timing verkeerd is. Dan doe je net alsof het alleen om de noten gaat, hoe fantastisch die ook zijn. Je hoeft voor mij niet met een bepaalde boodschap naar huis te gaan. Maar als je niet geraakt wordt door het samenspel tussen de noten en de tekst, dan mis je meer dan de helft van het stuk.”

 

De Matthäus Passion kent drie tekstlagen.
Voorop staat het lijdensverhaal, met de recitatieven van de evangelist, van de figuren in het verhaal, waaronder Jezus, en de koren waarin de groepen in het verhaal aan het woord zijn (de turbae). Deze tekstlaag speelt zich vooral af in het eerste koor.
Dan zijn er de koralen: liederen uit de kerkzangbundels van Bachs tijd. Ze wekken bij de kerkbezoekers gevoelens en gedachten op, die relevant zijn voor de beleving van het verhaal.
De derde laag wordt gevormd door nieuw gemaakte teksten die op hun eigen wijze commentaar geven op het verhaal. Deze teksten werden geschreven door Picander, en zitten in de aria's, in de recitatieven die de aria's veelal inleiden, in het openings- en slotkoor, en in enkele delen met afwijkende vorm (27, 67).

Nico van der Meel: “Als evangelist zag ik het verhaal centraal. En ik vond daardoor de Matthäus Passion altijd veel beschouwender dan de Johannes Passion,waarvan het verhaal dramatischer en wilder van opbouw is. Nu ik meer met alledrie de tekstlagen bezig ben, zeg ik: de Matthäus Passion is veel emotioneler, dankzij die andere lagen. De mensen krijgen hun eigen gevoel gereflecteerd, het is hartstikke persoonlijk allemaal.”

tekstuitbeelding in de muziek
Figuur 1: tekstuitbeelding in de muziek
Tekstuitbeelding
Er zijn in de Matthäus Passion talloze voorbeelden van toonschildering te vinden. Hier volgen er enkele. Als Jezus neervalt om te bidden, dan wordt dit uitgebeeld door dalende strijkersfiguren; alleen na hinauf zu Gottes Gnade wieder is de begeleidende figuur stijgend. Twee valse getuigen zingen een bijna letterlijke canon, alsof ze elkaar napraten. En de rollende geldstukken die Judas de tempel ingooit worden weergegeven met snelle toonladderfiguren in de viool.
In het algemeen zal de naam Jesus hoog klinken. Maar wanneer Jezus gevangen genomen is, is hij plots lager geplaatst dan zijn omgeving. Ook wanneer hij dood is klinkt zijn naam laag.
Verscheurend noodlot
“Er zit veel tederheid in de teksten. Het eerste koraal begint gelijk met: Herzliebster Jesu.
Liefde is heel belangrijk. Jezus komt op aarde om ons van onze zonde te bevrijden, uit liefde. Hij is het kind van de heilige geest en een onbevlekt ontvangen maagd, een mens zonder erfzonde. Hij brengt dus God en de mens samen.
Het ontroert me. Het is een soort Grieks drama. Je moet blij zijn met de bevrijding. Maar Jezus is wel degelijk angstig, hij lijdt. Er is verscheurdheid tussen de mens en God in hem. Het is het onvermijdelijke noodlot. Pas als Jezus gevangen is en hij nogmaals heel nadrukkelijk zegt dat de schriften vervuld moeten worden, dringt tot de discipelen door, wat er staat te gebeuren. En dan vluchten ze weg en laten Jezus allemaal in de steek. Voor mij staat dat heel erg centraal in het verhaal.
Wat doet Bach met Jezus als God en mens? Strijkers. Zodra Jezus aan het woord komt, vormen strijkers een aureool. Alleen bij de woorden Eli, Eli, lama asabtani? (Mijn God, mijn God, waarom hebt ge mij verlaten?) zwijgen de strijkers. Dan is hij helemaal mens geworden en kan hij sterven.

'Komm, süßes Kreuz' vind ik altijd een prachtige aria. Meestal is het publiek dan te moe, maar dat is voor mij het hoogtepunt. Het is zo'n intiem gebeuren. Een bas met gamba en continuo eronder. En Simon van Cyrene draagt dat kruis en dat je dan denkt: ik zou moeten meehelpen. Je wordt er helemaal bij gezogen, dat beogen alle aria's. Dit raakt me het meeste.”


Passio D.N.J.C. secundum Matthaeum
BWV 244

Het lijden van onze Heer Jezus Christus volgens Mattheus
in de vertaling van Maarten Luther
Vrije teksten: Christian Friedrich Henrici (Picander) 1727
Muziek: Johann Sebastian Bach 1727-36

 

DEEL EEN
Exordium

Kooraria met Koraal, t. Joh. Spangenberg 1545, mel. Nic. Decius 1522
Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen,
Sehet – wen? – den Bräutigam,
Sehet ihn – wie? – als wie ein Lamm.
O Lamm Gottes, unschuldig
Am Stamm des Kreuzes geschlachtet,
Sehet  – was? –  seht die Geduld,
Allzeit erfunden geduldig,
Wiewohl du warest verachtet.
Seht  – wohin? – auf unsre Schuld.
All Sünd hast du getragen,
Sonst müssten wir verzagen.
Sehet ihn aus Lieb und Huld,
Holz zum Kreuze selber tragen.
Erbarm dich unser, o Jesu!
Komt o dochters, helpt mij klagen
Zie – wie? – de Bruidegom,
Zie Hem – hoe? – als een lam
O Lam van God, onschuldig
Aan het hout van het kruis geslacht,
Zie – wat? – zie Zijn Geduld
Immer geduldig bevonden,
Hoewel U werd veracht.
Zie – waarheen? – op ons vergrijp
Alle zonden heeft U gedragen,
Anders moesten wij wanhopen.
Zie Hem, uit liefde en genade,
Zelf het kruishout dragen.
Heb medelijden met ons, o Jezus!

 

Aankondiging van het lijden
Evangelium Matth. 26: 1-2

Da Jesus diese Rede vollendet hatte, sprach er zu seinen Jüngern:
‘Ihr wisset, daß  nach zweien Tagen Ostern wird und des Menschen Sohn wird überantwortet werden, daß er gekreuziget werde.’
Toen Jezus deze woorden gesproken had, zei hij tot zijn leerlingen:
‘Gij weet dat het over twee dagen Pasen is; dan zal de Mensenzoon worden overgeleverd om gekruisigd te worden.’

Koraal, t. Joh. Heermann 1630, mel. Geneefs Psalter 1543 / Joh. Crüger 1640

Herzliebster Jesu, was hast du verbrochen,
Daß man ein solch scharf Urteil hat gesprochen?
Was ist die Schuld, in was für Missetaten
Bist du geraten?

Zielsbeminde Jezus, wat hebt Gij misdaan
dat men zo’n hard vonnis heeft geveld?
Wat is Uw schuld? In welke misdaden
bent U verzeild geraakt?

 Evangelium Matth. 26: 3-5

Da versammleten sich die Hohenpriester und Schriftgelehrten und die Ältesten im Volk, in den Palast des Hohenpriesters, der da hieß Kaiphas. Und hielten Rat, wie sie Jesum mit Listen griffen und töteten.
Sie sprachen aber: ‘Ja nicht auf das Fest, auf daß nicht ein Aufruhr werde im Volk.

 

Toen kwamen de opperpriesters, schriftgeleerden en oudsten van het volk bijeen in het paleis van de hogepriester, die Kajafas heette en beraadden zich om Jezus door een list gevangen te nemen en te doden.

Maar ze zeiden:
‘Vooral niet op het feest, want anders kan er oproer ontstaan onder het volk.

Bethanië
Evangelium Matth. 26: 6-13

Da nun Jesus war zu Bethanien, im Hause Simonis des Aussätzigen, trat zu ihm ein Weib, die hatte ein Glas mit köstlichem Wasser, und goß es auf sein Haupt, da er zu Tische saß. Da das seine Jünger sahen, wurden sie unwillig und sprachen:
‘Wozu dienet dieser Unrat? Dieses Wasser hätte mögen teuer verkauft, und den Armen gegeben werden.’ 
Da das Jesus merkete, sprach er zu ihnen:
‘Was bekümmert ihr das Weib? Sie hat ein gut Werk an mir getan! Ihr habet allezeit Arme bei euch, mich aber hat ihr nicht allezeit! Daß sie dies Wasser hat auf meinen Leib gegossen, hat sie getan, daß man mich begraben wird. Wahrlich, ich sage euch: Wo dies Evangelium geprediget wird in der ganzen Welt, da wird man auch sagen zu ihrem Gedächtnis, was sie getan hat.’
Terwijl Jezus nu te Bethanië in het huis van Simon de melaatse was, kwam er een vrouw naar Hem toe met een albasten kruik vol kostelijk reukwater. Ze goot het uit over Zijn hoofd, terwijl Hij aan tafel zat. Toen de leerlingen dit zagen, zeiden ze verontwaardigd: ‘Waarom deze verkwis-ting? Dat reukwater had duur verkocht kunnen worden ten bate van de armen!

Maar Jezus bemerkte het en zei:

‘Waarom valt gij deze vrouw lastig? Zij heeft immers een goede daad aan Mij gedaan? Want de armen hebt gij altijd bij u, maar Mij niet. Door dit reukwater over Mijn lichaam uit te gieten heeft zij Mijn begrafenis voorbereid. Voorwaar, Ik zeg u: overal ter wereld waar dit Evangelie zal worden verkondigd, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden over wat zij gedaan heeft.

 Recitatief en Aria Alt, traverso’s

Du lieber Heiland du,
Wenn deine Jünger töricht streiten,
Daß dieses fromme Weib
Mit Salben deinen Leib
Zum Grabe will bereiten;
So lasse mir inzwischen zu,
Von meiner Augen Tränenflüssen
Ein Wasser auf dein Haupt zu gießen.

O liefdevolle Verlosser,
terwijl Uw leerlingen dwaas redetwisten
omdat deze vrome vrouw
met zalf uw lichaam
voor het graf wil klaarmaken,
sta mij toe dat ik de watervloed
van mijn tranen
op Uw hoofd giet.

Buß und Reu,
Knirscht das Sündenherz entzwei,
    Daß die Tropfen meiner Zähren
    Angenehme Spezerei,
    Treuer Jesu, dir gebären.

Boete en berouw,
breken het zondige hart in tweeën.
    Dat de druppels van mijn tranen
    Een milde balsem mogen zijn,
    Voor U, getrouwe Jezus.

 


Verraad van Judas
Evangelium Matth. 26: 14-16

Da ging hin der Zwölfen einer, mit Namen Judas Ischarioth, zu den Hohenpriestern, und sprach: ‘Was wollt ihr mir geben? Ich will ihn euch verraten.’
Und sie boten ihm dreißig Silberlinge. Und von dem an suchte er Gelegenheit, daß er ihn verriete.
Daarop ging een van de twaalf, die met de naam Judas Iskariot, naar de hogepriesters en zei: ‘Wat is het u waard als ik Hem aan u uitlever?
Ze betaalden hem dertig zilverstukken. Vanaf dat moment zocht hij gelegenheid om hem uit te leveren.

Aria Sopraan

Blute nur, du liebes Herz!
    Ach! ein Kind, das du erzogen,
    Das an deiner Brust gesogen,
    Droht den Pfleger zu ermorden,
    Denn es ist zur Schlange worden.

Bloed nu maar, o liefste hart 
    Ach, een kind dat jij hebt grootgebracht,
    Dat je aan je borst hebt gezoogd,
    Dreigt de verzorger te vermoorden,
    Want het is tot een slang geworden.

Avondmaal
Evangelium Matth. 26: 17-22

Aber am ersten Tage der süßen Brot traten die Jünger zu Jesu, und sprachen zu ihm: ‘Wo willst du, daß wir dir bereiten, das Osterlamm zu essen?’
Er sprach: ‘Gehet hin in die Stadt zu einem, und sprecht zu ihm: Der Meister läßt dir sagen: Meine Zeit ist hier, ich will bei dir die Ostern halten mit meinen Jüngern.’
Und die Jüngern täten wie ihnen Jesus befohlen hatte, und bereiteten das Osterlamm. Und am Abend satzte er sich zu Tische mit den Zwölfen. Und da sie aßen, sprach er: ‘Wahrlich, ich sage euch: Einer unter euch wird mich verraten.’
Und sie wurden sehr betrübt und huben an, ein jeglicher unter ihnen, und sagten zu ihm: ‘Herr, bin ich's?’
Op de eerste dag van het feest van het Ongedesemde brood kwamen de leerlingen naar Jezus toe en vroegen: ‘Waar zullen wij het paasmaal voor u klaarmaken?
Hij zei: ‘Ga naar de stad, naar degene die ik u noemen zal, en zeg hem: De meester laat u weten: mijn uur nadert; ik wil met mijn leerlingen bij u het paasmaal eten.
De leerlingen deden wat Jezus hun had opgedragen en bereidden het paasmaal.
Toen het nu avond geworden was, zette hij zich aan tafel met de twaalven. En toen zij aten zei hij: ‘Voorwaar, ik zeg u, dat één van u mij verraden zal.
De leerlingen werden erg verdrietig en begonnen hem een voor een te vragen: ‘Heer, ben ik het?

Koraal, t. P. Gerhardt 1647, mel. H.L. Hassler 1601

Ich bin's, ich sollte büßen,
An Händen und an Füßen,
Gebunden in der Höll.
Die Geißeln und die Banden,
Und was du ausgestanden,
Das hat verdienet meine Seel.

Ik ben het, ik moest boeten,
Aan handen en aan voeten,
Gebonden in de hel.
De zweepslagen, die boeien,
En wat Gij hebt doorstaan,
Dat heeft mijn ziel verdiend.


Evangelium Matth. 26: 23-29

Er antwortete und sprach: ‘Der mit der Hand mit mir in die Schüssel tauchet, der wird mich verraten. Des Menschen Sohn gehet zwar dahin, wie von ihm geschrieben stehet; doch wehe dem Menschen, durch welchen des Menschen Sohn verraten wird! Es wäre ihm besser, daß derselbige Mensch noch nie geboren wäre.´
Da antwortete Judas, der ihn verriet, und sprach: ‘Bin ich's, Rabbi?´ Er sprach zu ihm: ‘Du sagest's.´
Da sie aber aßen, nahm Jesus das Brot, dankete und brach's und gab's den Jüngern und sprach: ‘Nehmet, essen, das ist mein Leib.´
Und er nahm den Kelch, und dankete, gab ihnen den, und sprach: ‘Trinket alle daraus; das ist mein Blut des neuen Testaments, welches vergossen wird für viele zur Vergebung der Sünden. Ich sage euch: Ich werde von nun an nicht mehr von diesem Gewächs des Weinstocks trinken, bis an den Tag, da ich's neu trinken werde mit euch in meines Vaters Reich.´
En hij antwoordde, zeggende: ‘Hij die samen met mij zijn brood in de kom doopt, die zal mij verraden. De Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat, maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.

Toen zei Judas, die hem zou uitleveren: ‘Ik ben het toch niet, rabbi?’ Jezus antwoordde: ‘Jij zegt het.
Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.
En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: ‘Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. Ik zeg jullie: vanaf vandaag zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot de dag komt dat ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.

Recitatief en Aria Sopraan, Oboe d'amores

Wiewohl mein Herz in Tränen schwimmt,
Daß Jesus von mir Abschied nimmt,
So macht mich doch sein Testament erfreut:
Sein Fleisch und Blut, o Kostbarkeit,
Vermacht er mir in meine Hände.
Wie er es auf der Welt mit denen Seinen
Nicht böse können meinen,
So liebt er sie bis an das Ende.

Hoewel mijn hart in tranen zwemt,
Nu Jezus van mij afscheid neemt,
Ben ik toch blij om wat Hij mij nalaat:
Zijn vlees en bloed, o kostbaarheid,
Laat Hij na in mijn handen.
Zoals Hij hier op aarde met de Zijnen
Altijd het beste voor had,
Zo heeft Hij hen lief tot aan het einde.

 

Ich will dir mein Herze schenken,
Senke dich, mein Heil, hinein!
    Ich will mich in dir versenken;
    Ist dir gleich die Welt zu klein,
    Ei, so sollst du mir allein
    Mehr als Welt und Himmel sein.

Ik wil mijn hart geven O Heer,
vervul het van U.
    Ik wil volkomen in U opgaan;
    En is U de wereld te klein,
    Dan zal U voor mij alleen
    Meer dan aarde en hemel zijn.


Olijfberg
Evangelium Matth. 26: 30-32

Und da sie den Lobgesang gesprochen hatten, gingen sie hinaus an den Ölberg.
Da sprach Jesus zu ihnen:
  ‘In dieser Nacht werdet ihr euch alle ärgern an mir. Denn es stehet geschrieben: Ich werde den Hirten schlagen, und die Schafe der Herde werden sich zerstreuen. Wenn ich aber auferstehe, will ich vor euch hingehen in Galiläam.’
Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg.
Toen zei Jezus tegen hen: ‘In deze nacht zult gij u allen aan mij ergeren; want er staat geschreven: lk zal de herder slaan, en de schapen der kudde zullen zich verstrooien. Maar wanneer ik zal zijn opgestaan, zal ik voor u uit gaan naar Galilea.’

Koraal, t. P. Gerhardt 1656, mel. H.L. Hassler 1601

Erkenne mich, mein Hüter,  
Mein Hirte, nimm mich an!  
Von dir, Quell aller Güter,  
Ist mir viel Guts getan.  
Dein Mund hat mich gelabet  
Mit Milch und süßer Kost,  
Dein Geist hat mich begabet  
Mit mancher Himmelslust.

Erken mij, mijn behoeder,
Mijn Herder, neem mij aan.
Door U, bron van al ‘t goede,
Is mij veel goeds gedaan.
Uw mond heeft mij gelaafd
Met melk en zoete kost,
Uw geest heeft mij voorzien
Van menige hemelse vreugde.

Evangelium Matth. 26: 33-35

Petrus aber antwortete und sprach zu ihm: ‘Wenn sie auch alle sich an dir ärgerten, so will ich doch mich nimmermehr ärgern.’  Jesus sprach zu ihm:  ‘Wahrlich, ich sage dir: In dieser Nacht, ehe der Hahn krähet, wirst du mich dreimal verleugnen.’   
Petrus sprach zu ihm:
  ‘Und wenn ich mit dir ster-ben müßte, so will ich dich nicht verleug-nen.’ Desgleichen sagten auch alle Jünger.
Petrus echter antwoordde en  zei tot hem: ‘Al ware het ook, dat zij zich allen aan u ergerden, zo zal ik mij nochtans nimmermeer ergeren!’ Jezus zei tot hem: ‘Voorwaar, ik zeg u, in dezen nacht, eer de haan kraait, zult gij mij driemaal verloochenen.’
Petrus zei tot hem:
‘Al ware het ook, dat ik met u moest sterven, zo zal ik u toch niet verloochenen.’ Desgelijks zeiden ook al de leerlingen.

Koraal, t. P. Gerhardt 1656, mel. H.L. Hassler 1601

Ich will hier bei dir stehen;
Verachte mich doch nicht!
Von dir will ich nicht gehen,
Wenn dir dein Herze bricht.
Wenn dein Herz wird erblassen
Im letzten Todesstoß,
Alsdenn will ich dich fassen
In meinen Arm und Schoß.

Ik wil hier bij U staan
Veracht mij toch niet.
Ik wil niet van uw zijde wijken,
Wanneer U uw hart breekt.
Wanneer uw hart zal verbleken,
Na de laatste doodsteek,
Dan wil ik U bergen
In mijn arm en schoot.

Gethsemane
Evangelium Matth. 26: 36-38

Da kam Jesus mit ihnen zu einem Hofe, der hieß Gethsemane, und sprach zu seinen Jüngern: ‘Setzet euch hie, bis daß ich dort hingehe, und bete.’ Und nahm zu sich Petrum, und die zween Söhne Zebedäi und fing an zu trauern und zu zagen.
Da sprach Jesus zu ihnen: ‘Meine Seele ist betrübt bis an den Tod, bleibet hie und wachet mit mir.’
Toen kwam Jezus met hen aan een hof, genaamd Gethsemane, en zei tot zijn leerlingen: ‘Gaat hier zitten, ik ga daar bidden.’ En hij nam tot zich Petrus en de twee zonen van Zebedeüs, en begon treurig en zeer beangst te worden.
Toen zei Jezus tot hen: ‘Mijne ziel is bedroefd tot de dood toe; blijf hier en waakt met mij.’

 Recitatief Tenor (1), Koraal koor 2, t. Joh. Heermann 1630, mel. Geneefs Psalter 1543 / Joh. Crüger 1640

O Schmerz! Hier zittert das gequälte Herz;
Wie sinkt es hin, wie bleicht sein Angesicht!
Was ist die Ursach aller solcher Plagen?
Der Richter führt ihn vor Gericht,
Da ist kein Trost, kein Helfer nicht.
Ach! meine Sünden haben dich geschlagen!
Er leidet alle Höllenqualen,
Er soll vor fremden Raub bezahlen.
Ich, ach Herr Jesu, habe dies verschuldet,
Was du erduldet.

Ach, könnte meine Liebe dir,
Mein Heil, dein Zittern und dein Zagen
Vermindern oder helfen tragen,
Wie gerne blieb ich hier!

O smart, hier siddert het gekwelde hart,
Hoe bezwijkt het, hoe verbleekt zijn aangezicht.
Wat is de oorzaak van al deze plagen?
De Rechter voert Hem voor het gerecht,
Daar is geen troost, geen helper.
Ach, het zijn mijn zonden die U laten lijden.
Hij ondergaat alle hellepijnen,
Hij moet voor andermans misdaad boeten.
Ik, Heer Jezus, heb de straf verdiend,
Die Gij moet dulden.
Ach, kon mijn liefde U,

Mijn Heil, uw angsten en uw plagen
Verminderen of helpen dragen,
Hoe graag bleef ik hier.

Aria Tenor, koor 2, Hobo

Ich will bei meinem Jesu wachen.
So schlafen unsre Sünden ein.
Meinen Tod
Büßet seiner Seelennot;
Sein Trauren machet mich voll Freuden.
Drum muß uns sein verdienstlich Leiden,
Recht bitter und doch süße sein.

Ik wil bij mijn Jezus waken.
Dan slapen onze zonden in.
Voor mijn dood
Boet Hij in zijn zielenood
Zijn treuren schenkt mij de zaligheid.
Daarom moet ons zijn heilzaam lijden,
Zeer bitter en toch zoet zijn.


Evangelium Matth. 26: 39

Und ging hin ein wenig, fiel nieder auf sein Angesicht und betete, und sprach:
‘Mein Vater, ist's möglich, so gehe dieser Kelch von mir; doch nicht wie ich will, sondern wie du willst.’
Hij liep nog wat verder, ging voorover liggen en bad, zeggende:
‘Vader, als het mogelijk is, laat deze beker aan mij voorbijgaan! Maar niet zoals ik wil, maar zoals Gij wilt.’

 Recitatief en Aria Bas

Der Heiland fällt vor seinem Vater nieder,
Dadurch erhebt er mich und alle
von unserm Falle
hinauf zu Gottes Gnade wieder.
Er ist bereit,
den Kelch, des Todes Bitterkeit zu trinken,
in welchen Sünden dieser Welt
gegossen sind und häßlich stinken,
weil es dem lieben Gott gefällt.

De Verlosser valt voor zijn Vader neer,
Daardoor verheft Hij mij en allen
Van onze zondeval
Weer opwaarts, tot Gods genade.
Hij is bereid,
De beker, de bitterheid van de dood, te drinken, waarin de zonden van deze wereld
zijn uitgegoten, en afschuwelijk stinken, omdat het de lieve God behaagt.

 

Gerne will ich mich bequemen,  
Kreuz und Becher anzunehmen,  
Trink ich doch dem Heiland nach.  
    Denn sein Mund,  
    Der mit Milch und Honig fließet,  
    Hat den Grund  
    Und des Leidens herbe Schmach  
    Durch den ersten Trunk versüßet.

Graag ben ik bereid,
Kruis en beker te aanvaarden,
Daarmee volg ik immers de Verlosser.
    Want zijn mond,
    Die van melk en honing overvloeit,
    Heeft de bittere smaak
    Van het lijden
    Door die eerste teug verzoet.

 


Evangelium Matth. 26: 40-42

Und er kam zu seinen Jüngern, und fand sie schlafend, und sprach zu ihnen: ‘Könnet ihr denn nicht eine Stunde mit mir wachen? Wachet und betet, daß ihr nicht in Anfechtung fallet! Der Geist is willig, aber das Fleisch ist schwach.’
Zum andernmal ging er hin, betete und sprach: ‘Mein Vater, ist's nicht möglich, daß dieser Kelch von mir gehe, ich trinke ihn denn, so geschehe dein Wille.’
En hij kwam tot zijn leerlingen en vond ze slapende, en zei tot hen: ‘Kunt gij dan niet één uur met mij waken? Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.’
Ten tweede male ging hij wederom heen, en bad en zei: ‘Vader, als deze beker niet voorbij kan gaan zonder dat ik hem drink, laat dan Uw wil gebeuren.’

Koraal, t. Herzog Albrecht von Preussen 1547, mel. Claudin de Sermisy 1529

Was mein Gott will, das g'scheh allzeit,  
Sein Will, der ist der beste,  
Zu helfen den'n er ist bereit,  
Die an ihn gläuben feste.  
Er hilft aus Not, der fromme Gott,  
Und züchtiget mit Maßen.  
Wer Gott vertraut, fest auf ihn baut,  
Den will er nicht verlassen.

Wat God wil, moet altijd gebeuren.
Niets gaat Zijn wil te boven.
Hij is altijd tot hulp bereid
voor degenen die vast in Hem geloven.
Hij helpt in nood, de goede God,
en straffen doet hij met mate.
Wie God vertrouwt en vast op hem bouwt, die zal Hij niet verlaten.

 

 

Evangelium Matth. 26: 43-46

Und er kam und fand sie aber schlafend, und ihre Augen waren voll Schlafs, Und er ließ sie und ging abermal hin und betete zum drittenmal und redete dieselbigen Worte. Da kam er zu seinen Jüngern, und sprach zu ihnen: ‘Ach! Wollt ihr nun schlafen und ruhen? Siehe, die Stunde ist hie, daß des Menschen Sohn in der Sünder Hände überantwortet wird. Stehet auf, lasset uns gehen; siehe, er ist da, der mich verrät.´ En hij kwam en vond hen wederom slapende; en hun ogen waren vol slaap. Hij liet hen daar, ging wederom heen, bad ten derden male, en sprak dezelfde woorden. Toen kwam hij tot zijn leerlingen, en zei: ‘Wilt gij nu slapen en rusten? Ziet, het uur is gekomen, dat de Mensenzoon zal overgeleverd worden in de handen der zondaren. Staat op, laat ons gaan! Ziet, hij is nabij, die mij verraadt.’

 


Gevangenneming
Evangelium Matth. 26: 47-50

Und als er noch redete, siehe, da kam Judas, der Zwölfen einer, und mit ihm eine große Schar mit Schwerten und mit Stangen, von den Hohenpriestern und Ältesten des Volks. Und der Verräter hatte ihnen ein Zeichen gegeben, und gesagt: "Welchen ich küssen werde, der ist's, den greifet!" Und alsbald trat er zu Jesu, und sprach: ‘Gegrüßet seist du, Rabbi!´ Und küssete ihn. Jesus aber sprach zu ihm: ‘Mein Freund, warum bist du kommen?´ Da traten sie hinzu, und legten die Hände an Jesum, und griffen ihn. En terwijl hij nog sprak, zie, toen kwam Judas, een van de twaalf, en met hem een grote schare, met zwaarden en met stokken, van de Hogepriesters en Oudsten des volks. En de verrader had hun een teken gegeven en gezegd: Degene die ik kussen zal, die is het; grijpt die! En terstond trad hij tot Jezus, en zei: ‘Wees gegroet, Rabbi!’ en kuste hem. Jezus zei tot hem: ‘Vriend, waartoe zijt gij gekomen?’ Toen traden zij toe,  sloegen de handen aan Jezus en grepen hem.

 Aria Sopraan, Alt, koor 2

So ist mein Jesus nun gefangen.
Laßt ihn, haltet, bindet nicht!
Mond und Licht
Ist vor Schmerzen untergangen,
Weil mein Jesus ist gefangen.
Laßt ihn, haltet, bindet nicht!
Sie führen ihn, er ist gebunden.

Zo is mijn Jezus nu gevangen
Laat Hem, houdt op, bindt Hem niet!
Maan en sterren
Zijn van verdriet ondergegaan,
Omdat mijn Jezus is gevangen.
Laat Hem, houdt op, bindt Hem niet!
Ze voeren Hem weg, Hij is geboeid.

Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden?
Eröffne den feurigen Abgrund, o Hölle!
Zertrümmre, verderbe, verschlinge, zerschelle,
Mit plötzlicher Wut
Den falschen Verräter, das mördrische Blut.

Zijn bliksem en donder in wolken verdwenen?
Open uw vurige afgrond, o hel
Vermorzel, verderf, verslind, vernietig,
Met plotselinge woede
Die valse verrader, die moordenaar.


Evangelium Matth. 26: 51-56

Und siehe, einer aus denen, die mit Jesu waren, reckete die Hand aus und schlug des Hohenpriesters Knecht, und hieb ihm ein Ohr ab. Da sprach Jesus zu ihm:
‘Stecke dein Schwert an seinen Ort; denn wer das Schwert nimmt, der soll durchs Schwert umkommen. Oder meinest du, daß ich nicht könnte meinen Vater bitten, daß er mir zuschickte mehr denn zwölf Legion Engel? Wie würde aber die Schrift erfüllet? Es muß also gehen.’

Zu der Stund sprach Jesus zu den Scharen: ‘Ihr seid ausgegangen als zu einem Mörder, mit Schwerten und mit Stangen, mich zu fahen, bin ich doch täglich bei euch gesessen und habe gelehret im Tempel, und ihr habt mich nicht gegriffen. Aber das ist alles geschehen, daß erfüllet würden die Schriften der Propheten.’
Da verließen ihn alle Jünger, und flohen.
Nu greep een van Jezus’ metgezellen naar zijn zwaard. Hij trok het, haalde uit en sloeg de dienaar van de hogepriester een oor af. Daarop zei Jezus tegen hem:
‘Steek je zwaard terug op zijn plaats. Want wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen. Weet je niet dat ik mijn Vader maar te hulp hoef te roepen en dat hij mij dan onmiddellijk meer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking zou stellen? Maar hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, waar staat dat het zo moet gebeuren?’
Toen zei Jezus tegen de omstanders: ‘Met zwaarden en knuppels bent u uitgetrokken om mij te arresteren, alsof ik een moordenaar ben! Dagelijks was ik in de tempel om onderricht te geven, en toen hebt u me niet gevangengenomen. Maar dit alles gebeurt opdat de geschriften van de profeten in vervulling gaan.’
Daarop lieten alle leerlingen hem in de steek en vluchtten weg.

Koraal, t. Matthäus Greitter 1525, mel. Sebald Heyden 1525

O Mensch, bewein dein Sünde groß,
Darum Christus seins Vaters Schoß
Äußert und kam auf Erden;
Von einer Jungfrau rein und zart
Für uns er hie geboren ward,
Er wollt der Mittler werden.
Den Toten er das Leben gab
Und legt darbei all Krankheit ab,
Bis sich die Zeit herdrange,
Daß er für uns geopfert würd,
Trüg unsrer Sünden schwere Bürd
Wohl an dem Kreuze lange.

O mens, beween uw grote zonden,
Waardoor Christus zijn Vaders schoot Verliet en op aarde kwam.
Uit een maagd, rein en teer
Werd Hij hier voor ons geboren.
Hij wilde de Bemiddelaar worden.
De doden gaf Hij het leven terug
En genas alle ziekten,
Totdat de tijd gekomen was,
Dat Hij voor ons geofferd werd,
Droeg Hij de zware last van onze zonden
Langdurig aan het kruis.

 

DEEL TWEE

 

Aria Alt en koor 2

Ach! nun ist mein Jesus hin!
Wo ist denn dein Freund hingegangen,
O du Schönste unter den Weibern?
Ist es möglich, kann ich schauen?
Wo hat sich dein Freund hingewandt?
Ach! mein Lamm in Tigerklauen,
Ach! wo ist mein Jesus hin?
So wollen wir mit dir ihn suchen.
Ach! was soll ich der Seele sagen,
Wenn sie mich wird ängstlich fragen?
Ach! wo ist mein Jesus hin?

Ach nu is mijn Jezus weg.
Waar is uw vriend dan heengegaan,
O gij schoonste onder de vrouwen?
Is het mogelijk, kan ik dit aanschouwen?
Waar is uw vriend dan heengegaan?
Ach, mijn lam in tijgerklauwen,
Ach, waar is mijn Jezus heen?
Zo willen wij met u Hem zoeken.
Ach, wat moet ik mijn ziel zeggen, als ze mij angstig zal vragen:
Ach, waar is mijn Jezus heen?

Bij de Hogepriester
Evangelium Matth. 26: 57-60

Die aber Jesum gegriffen hatten, führeten ihn zu dem Hohenpriester Kaiphas, dahin die Schriftgelehrten und Ältesten sich versammlet hatten. Petrus aber folgete ihm nach von ferne, bis in den Palast des Hohenpriesters, und ging hinein, und satzte siech bei die Knechte, auf daß er sähe, wo es hinaus wollte. Die Hohenpriester aber und Ältesten und der ganze Rat suchten falsches Zeugnis wider Jesum, auf daß sie ihn töteten, und funden keines. Die Jezus nu gegrepen hadden, leidden hem naar de hogepriester Kajafas, alwaar de Schriftgeleerden en de Oudsten vergaderd waren. En Petrus volgde hem van verre tot aan het paleis des hogepriesters, en ging binnen, en zette zich bij de dienaren, om te zien hoe het zou aflopen. En de Hogepriesters en de Oudsten en de gehele Raad zochten valse getuigenis tegen Jezus, opdat zij hem konden doden, maar zij vonden niets.

 Koraal, t. Adam Reusner 1533, mel. Sethius Calvisius 1594

Mir hat die Welt trüglich gericht'  
Mit Lügen und mit falschem G'dicht,  
Viel Netz und heimlich Stricke.  
Herr, nimm mein wahr in dieser G'fahr,  
B'hüt mich für falschen Tücken!

De wereld heeft mij vals geoordeeld,
met leugens en valse verzinsels,
uit afgunst en misdadigheid.
Heer, zie naar mij om in dit gevaar.
Behoed mij voor valse geniepigheden!


Evangelium Matth. 26: 61-63

Und wiewohl viel falsche Zeugen herzutraten, fanden sie doch keins. Zuletzt traten herzu zween falsche Zeugen, und sprachen: ‘Er hat gesagt: "Ich kann den Tempel Gottes abbrechen und in dreien Tagen denselben bauen."´
Und der Hohepriester stund auf und sprach zu ihm: ‘Antwortest du nichts zu dem, das diese wider dich zeugen?´
Aber Jesus schwieg stille.
En hoewel er vele valse getuigen naar voortraden, vonden zij toch niets. Als laatste kwamen er twee valse getuigen voor, en zeiden: ‘Hij heeft gezegd: “Ik kan de tempel van God afbreken en in drie dagen weer opbouwen.”
De hogepriester stond op en vroeg hem: ‘Antwoordt gij niets op hetgeen deze tegen u getuigen?
Doch Jezus zweeg stil.

 Recitatief en Aria Tenor, Viola da gamba

Mein Jesus schweigt  
Zu falschen Lügen stille,  
Um uns damit zu zeigen,  
Daß sein Erbarmens voller Wille  
Vor uns zum Leiden sei geneigt,  
Und daß wir in dergleichen Pein  
Ihm sollen ähnlich sein  
Und in Verfolgung stille schweigen.

Mijn Jezus zwijgt
Op valse leugens stil,
Om ons daarmee te tonen,
Dat zijn wil vol erbarmen
Voor ons tot lijden is bereid,
En dat wij in diezelfde pijn
Op Hem dienen te gelijken
En bij vervolging ook stil te zwijgen.

 

Geduld!  
Wenn mich falsche Zungen stechen.  
    Leid ich wider meine Schuld  
    Schimpf und Spott,  
    Ei, so mag der liebe Gott  
    Meines Herzens Unschuld rächen.

Geduld!
Als valse tongen mij bestoken,
    Onderga ik buiten mijn schuld
    Hoon en spot,
    Mag dan de lieve God
    De onschuld van mijn hart wreken.

 


Evangelium Matth. 26: 63-68

Und der Hohepriester antwortete, und sprach zu ihm: ‘Ich beschwöre dich bei dem lebendigen Gott, daß du uns sagest, ob du seiest Christus, der Sohn Gottes?´
Jesus sprach zu ihm: ‘Du sagest's. Doch sage ich euch: Von nun an wird's geschehen, daß ihr sehen werdet des Menschen Sohn sitzen zur Rechten der Kraft, und kommen in den Wolken des Himmels.´ Da zerriß der Hohepriester seine Kleider und sprach: ‘Er hat Gott gelästert; was dürfen wir weiter Zeugnis? Siehe, itzt habt ihr seine Gotteslästerung gehöret. Was dünket euch?´
Sie antworteten und sprachen: ‘Er ist des Todes schuldig!´ Da speieten sie aus in sein Angesicht, und schlugen ihn mit Fäusten. Etliche aber schlugen ihn ins Angesicht, und sprachen: ‘Weissage uns Christe, wer ist's der dich schlug?´
En de hogepriester antwoordde en zei tot hem: ‘Ik bezweer u bij de levende God, zeg ons of u de messias bent, de Zoon van God.
Jezus antwoordde: ‘U zegt het. Maar ik zeg tegen u allen hier: vanaf nu zult u de Mensenzoon zien zitten aan de rechterhand van de Machtige en hem zien komen op de wolken van de hemel.’ Hierop scheurde de hogepriester zijn kleren en hij riep uit: ‘Hij heeft God gelasterd! Waarvoor hebben we nog getuigen nodig? Nu hebt u met eigen oren gehoord hoe hij God lastert. Wat dunkt u?
Ze antwoordden: ‘Hij is schuldig en verdient de doodstraf!’ Daarop spuwden ze hem in het gezicht en stompten hem. Anderen sloegen hem in het gezicht en zeiden: ‘Profeteer dan maar eens voor ons, messias, wie is het die je geslagen heeft?’

Koraal, t. P. Gerhardt 1647, mel. H. Isaac 1490

Wer hat dich so geschlagen,  
Mein Heil, und dich mit Plagen  
So übel zugericht'?  
Du bist ja nicht ein Sünder  
Wie wir und unsre Kinder;  
Von Missetaten weißt du nicht.

Wie heeft U zo geslagen,
Mijn Verlosser, en met kwellingen
Zo lelijk toegetakeld?
U bent immers geen zondaar
Zoals wij en onze kinderen;
Van misdaden weet U niets.

 


De verloochening van Petrus
Evangelium Matth. 26: 69-75

Petrus aber saß draußen im Palast; und es trat zu ihm eine Magd und sprach: ‘Und du warest auch mit dem Jesu aus Galiläa.´
Er leugnete aber vor ihnen allen, und sprach:  ‘Ich weiß nicht, was du sagest.´
Als er aber zur Tür hinausging, sahe ihn eine andere und sprach zu denen, die da waren: ‘Dieser war auch mit dem Jesu von Nazareth.´ Und er leugnete abermal und schwur dazu: ‘Ich kenne des Menschen nicht.´
Und über eine kleine Weile traten hinzu, die da stunden, und sprachen zu Petro: ‘Wahrlich, du bist auch einer von denen; denn deine Sprache verrät dich.´ Da hub er an, sich zu verfluchen und zu schwören: ‘Ich kenne des Menschen nicht.´ Und alsbald krähete der Hahn. Da dachte Petrus an die Worte Jesu, da er zu ihm sagte: "Ehe der Hahn krähen wird, wirst du mich dreimal verleugnen". Und ging heraus und weinete bitterlich.
Petrus zat buiten, op de binnenplaats van het paleis. Er kwam een dienstmeisje naar hem toe, dat zei: ‘Jij hoorde ook bij die Jezus uit Galilea!’ Maar hij loochende het voor hen allen, zeggende: ‘Ik weet niet wat gij zegt.’ Toen hij wilde weggaan naar het poortgebouw, zag een andere hem. Ze zei tot degenen die daar waren: ‘Deze was ook bij Jezus van Nazaret!’ En hij loochende het nog eens en zwoer daarop: ‘Ik ken de man niet!
Even later kwamen de omstanders naar Petrus toe, ze zeiden: ‘Voorwaar, gij zijt ook een van die; want ook uw spraak verraadt u.’ Daarop begon hij zich te vervloeken en hij bezwoer hun: ‘Ik ken die man niet!’ En meteen kraaide er een haan. Toen herinnerde Petrus zich wat Jezus gezegd had: ‘Voordat er een haan gekraaid heeft, zul je mij driemaal verloochenen.’ Hij ging naar buiten en huilde bitter.

 Aria Alt, Viool

Erbarme dich,  Mein Gott, um meiner Zähren willen!  
    Schaue hier,  
    Herz und Auge weint vor dir  
    Bitterlich.

Heb medelijden, Mijn God, omwille van mijn tranen.
    Zie toch,
    Hart en ogen wenen
    Bitter om U

Koraal, t. Joh. Schop 1642, mel. Joh. Rist 1642

Bin ich gleich von dir gewichen,  
Stell ich mich doch wieder ein;  
Hat uns doch dein Sohn verglichen  
Durch sein' Angst und Todespein.  
Ich verleugne nicht die Schuld;  
Aber deine Gnad und Huld  
Ist viel größer als die Sünde,  
Die ich stets in mir befinde.

Ook al mocht ik van U zijn afgedwaald,
Toch keer ik mij opnieuw tot U;
Want uw Zoon bracht ons verzoening
Door zijn angst en stervenspijn.
Mijn schuld ontken ik niet;
Maar uw genade en welwillendheid
Is veel groter dan de zonde,
Die zich immer in mij bevindt.


Het einde van Judas
Evangelium Matth. 27: 1-6

Des Morgens aber hielten alle Hohepriester und die Ältesten des Volks einen Rat über Jesum, daß sie ihn töteten. Und bunden ihn, führeten ihn hin, und überantworteten ihn dem Landpfleger Pontio Pilato.
Da das sahe Judas, der ihn verraten hatte, daß er verdammt war zum Tode, gereuete es ihn und brachte herwieder die dreißig Silberlinge den Hohenpriestern und Ältesten, und sprach:
‘Ich habe übel getan, daß ich unschuldig Blut verraten habe.’
Sie sprachen: ‘Was gehet uns das an? Da siehe du zu!’ Und er warf die Silberlinge in den Tempel, hub sich davon, ging hin, und erhängete sich selbst.
Aber die Hohenpriester nahmen die Silberlinge und sprachen: ‘Es taugt nicht, daß wir sie in den Gotteskasten legen, denn es ist Blutgeld.’
De volgende ochtend vroeg namen alle hogepriesters met de oudsten van het volk het besluit Jezus ter dood te brengen. Nadat ze hem geboeid hadden, leidden ze hem weg en leverden hem over aan Pilatus, de prefect. Toen Judas, die hem had uitgeleverd, zag dat Jezus ter dood veroordeeld was, kreeg hij berouw. Hij bracht de dertig zilverstukken naar de hogepriesters en oudsten terug en zei:
‘Ik heb kwaad gedaan door een onschuldige uit te leveren.’
Maar zij zeiden: ‘Wat gaat ons dat aan? Dat is uw zaak!’ Toen smeet hij de zilverstukken de tempel in, vluchtte weg en verhing zich.
De hogepriesters verzamelden de zilverstukken en zeiden tegen elkaar: We mogen ze niet bij de tempelschat voegen, aangezien het bloedgeld is.’

Aria Bas, Viool

Gebt mir meinen Jesum wieder!  
    Seht, das Geld, den Mörderlohn,  
    Wirft euch der verlorne Sohn  
    Zu den Füßen nieder!

Geef mij mijn Jezus terug!
    Zie, de verloren Zoon werpt u het geld,
    Het moordenaarsloon,
    Voor uw voeten neer.

 

Evangelium Matth. 27: 7-10

Sie hielten aber einen Rat, und kauften einen Töpfersacker darum, zum Begräbnis der Pilger. Daher ist derselbige Acker genennet der Blutacker bis auf den heutigen Tag. Da ist erfüllet, das gesagt ist durch den Propheten Jeremias, da er spricht: "Sie haben genommen dreißig Silberlinge, damit bezahlet ward der Verkaufte, welchen sie kauften von den Kindern Israel, und haben sie gegeben um einen Töpfersacker, als mir der Herr befohlen hat." En zij hielden raad, en kochten er de akker van een pottenbakker mee, die dan als begraafplaats voor vreemdelingen kon dienen. Daarom heet die akker tot op de dag van vandaag de Bloedakker. Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jeremia: “En ze verzamelden de dertig zilverstukken, het bedrag waarop hij geschat was en dat ze hadden bepaald met de zonen van Israël, en ze betaalden er de akker van de pottenbakker mee, zoals de Heer mij had opgedragen.”

 

Pilatus
Evangelium Matth. 27: 11-14

Jesus aber stund vor dem Landpfleger; und der Landpfleger fragte ihn, und sprach: ‘Bist du der Jüden König?’
Jesus aber sprach zu ihm: ‘Du sagest's.’
Und da er verklagt war von den Hohenpriestern und Ältesten, antwortete er nichts. Da sprach Pilatus zu ihm: ‘Hörest du nicht, wie hart sie dich verklagen?’
Und er antwortete ihm nicht auf ein Wort, also, daß sich auch der Landpfleger sehr verwunderte.
Toen Jezus voor de prefect stond, stelde deze hem de vraag: ‘Bent u de koning van de Joden?’ Jezus zei: ‘U zegt het.’ Maar op de beschuldigingen die de hogepriesters en oudsten tegen hem inbrachten, antwoordde hij niet één keer. Daarop zei Pilatus tegen hem: ‘Hoort u niet wat deze getuigen allemaal tegen u inbrengen?’ Hij gaf op geen enkele beschuldiging enig weerwoord, wat de prefect zeer verwonderde.

 

Koraal, t. P. Gerhardt 1653, mel. H.L. Hassler 1601

Befiehl du deine Wege  
Und was dein Herze kränkt  
Der allertreusten Pflege  
Des, der den Himmel lenkt.  
Der Wolken, Luft und Winden  
Gibt Wege, Lauf und Bahn,  
Der wird auch Wege finden,  
Da dein Fuß gehen kann.

Draag gerust uw leven
en al wat uw hart krenkt
op aan de allertrouwste zorg
van Degene die hemel en aarde bewaart,
die wolken, lucht en winden
leidt in goede baan,
en die zeker de weg zal vinden
waarop uw voet kan gaan.

 


Evangelium Matth. 27: 15-22

Auf das Fest aber hatte der Landpfleger Gewohnheit, dem Volk einen Gefangenen loszugeben, welchen sie wollten. Er hatte aber zu der Zeit einen Gefangenen, einen sonderlichen vor andern, der hieß Barrabas. Und da sie versammlet waren, sprach Pilatus zu ihnen: ‘Welchen wollet ihr, daß ich euch losgebe? Barrabam oder Jesum, von dem gesaget wird, er sei Christus?’ Denn er wußte wohl, daß sie ihn aus Neid überantwortet hatten. Und da er auf den Richtstuhl saß, schickete sein Weib zu ihm und ließ ihm sagen: ‘Habe du nichts zu schaffen mit diesem Gerechten; ich habe heute viel erlitten im Traum von seinetwegen!’
Aber die Hohenpriester und die Ältesten überredeten das Volk, daß sie um Barabas bitten sollten, und Jesum umbrächten.
Da antwortete nun der Landpfleger, und sprach zu ihnen: ‘Welchen wollt ihr unter diesen zweien, den ich euch soll losgeben?’ Sie sprachen: ‘Barrabam!’
Pilatus sprach zu ihnen: ‘Was soll ich denn machen mit Jesu, von dem gesagt wird, er sei Christus?’ Sie sprachen alle:
‘Laß ihn kreuzigen!’
Nu had de prefect de gewoonte om op elk pesachfeest één gevangene vrij te laten, en die door het volk te laten kiezen. Er zat toen een beruchte gevangene vast, die Barabbas genoemd werd. En toen zij vergaderd waren, zei Pilatus tot hen: ‘Wie wilt u dat ik vrijlaat, Barabbas of Jezus die de messias wordt genoemd?’ Hij wist namelijk dat ze hem uit afgunst hadden uitgeleverd. Terwijl hij op de rechterstoel zat, werd hem een boodschap van zijn vrouw gebracht: ‘Laat je niet in met die rechtvaardige! Om hem heb ik namelijk vannacht in een droom veel moeten doorstaan.

Maar de Hogepriesters en de Oudsten stookten het volk op, dat zij Barabbas zouden eisen, en Jezus doden.
Weer nam de prefect het woord en hij vroeg opnieuw: ‘Wie van de twee wilt u dat ik vrijlaat?’
Ze riepen: ‘Barabbas!’.
Pilatus zei tot hen: ‘Wat zal ik dan doen met Jezus, die gezegd wordt dat hij de Christus is?Allen antwoordden:
‘Laat hem kruisigen!

 

Koraal, t. Joh. Heermann 1630, mel. Geneefs Psalter 1543 / Joh. Crüger 1640

Wie wunderbarlich ist doch diese Strafe!  
Der gute Hirte leidet für die Schafe,  
Die Schuld bezahlt der Herre, der Gerechte,  
Für seine Knechte.

Hoe wonderlijk is toch deze straf:
de goede Herder lijdt voor Zijn schapen,
de Heer, de rechtvaardige, betaalt de schuld voor Zijn dienaars.

 


Evangelium Matth. 27: 23

Der Landpfleger sagte:
‘Was hat er denn Übels getan?’
De Prefect vroeg:
‘Wat heeft hij dan misdaan?

 

Recitatief en Aria Sopraan, Oboe da caccia’s en Fluit

Er hat uns allen wohlgetan,  
Den Blinden gab er das Gesicht,  
Die Lahmen macht er gehend,  
Er sagt uns seines Vaters Wort,  
Er trieb die Teufel fort,  
Betrübte hat er aufgericht',  
Er nahm die Sünder auf und an.  
Sonst hat mein Jesus nichts getan.

Hij heeft ons allen welgedaan,
De blinden gaf Hij zicht,
De verlamden liet Hij weer lopen,
Hij bracht ons het Woord van zijn Vader,
Duivels heeft Hij uitgedreven,
Bedroefden heeft Hij moed ingesproken,
Hij ontfermde zich over de zondaars.
Iets anders heeft mijn Jezus niet gedaan.

 

Aus Liebe will mein Heiland sterben,  
Von einer Sünde weiß er nichts.  
    Daß das ewige Verderben  
    Und die Strafe des Gerichts  
    Nicht auf meiner Seele bliebe.

Uit liefde wil mijn Verlosser sterven,
Hij heeft geen zonden begaan.
    Opdat het eeuwige verderf
    En de straf bij het oordeel
    Niet op mijn ziel rust.


Evangelium Matth. 27: 23-26

Sie schrieen aber noch mehr und sprachen: ‘Laß ihn kreuzigen!´ Da aber Pilatus sahe, daß er nichts schaffete, sondern daß ein viel größer Getümmel ward, nahm er Wasser und wusch die Hände vor dem Volk, und sprach: ‘Ich bin unschuldig an dem Blut dieses Gerechten, sehet ihr zu.´
Da antwortete das ganze Volk, und sprach: ‘Sein Blut komme über uns und unsre Kinder.´ Da gab er ihnen Barrabam los; aber Jesum ließ er geißeln und überantwortete ihn, daß er gekreuziget würde.
Maar ze schreeuwden alleen maar harder: ‘Laat hem kruisigen!’ Toen Pilatus inzag dat zijn tussenkomst nergens toe leidde, dat het er integendeel naar uit zag dat men in opstand zou komen, liet hij water brengen, waste ten overstaan van de menigte zijn handen en zei: ‘Ik ben onschuldig aan de dood van deze rechtvaardige, ziet gij toe.
En heel het volk antwoordde: ‘Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen!’ Toen gaf hij hun Barabbas los, maar Jezus liet hij geselen en leverde hem over om gekruisigd te worden.

 

Recitatief en Aria Alt

Erbarm es Gott!  
Hier steht der Heiland angebunden.  
O Geißelung, o Schläg, o Wunden!  
Ihr Henker, haltet ein!  
Erweichet euch der Seelen Schmerz,  
Der Anblick solches Jammers nicht?  
Ach ja! ihr habt ein Herz,  
Das muß der Martersäule gleich  
Und noch viel härter sein.  
Erbarmt euch, haltet ein!

Heb medelijden, God!
Hier staat de Verlosser, vastgebonden.
O geseling, o slagen, o wonden!
Jullie beulen, houd op!
Kan deze zielensmart, de aanblik van dit lijden jullie niet verwurwen?
Ach ja, gij hebt een hart,
Dat nog veel harder dan
De martelpaal moet zijn.
Heb medelijden, houd op!

 

Können Tränen meiner Wangen  
Nichts erlangen,  
O, so nehmt mein Herz hinein!  
    Aber laßt es bei den Fluten,  
    Wenn die Wunden milde bluten,  
    Auch die Opferschale sein!

Als de tranen van mijn ogen
niets vermogen,
O, neem dan mijn hart erbij!
    Maar laat het dan,
    Als Zijn wonden mild bloeden
    ook de offerschotel zijn!

 


Spot
Evangelium Matth. 27: 27-30

Da nahmen die Kriegsknechte des Landpflegers Jesum zu sich in das Richthaus, und sammleten über ihn die ganze Schar, und zogen ihn aus und legeten ihm einen Purpurmantel an, und flochten eine dornene Krone und satzten sie auf sein Haupt, und ein Rohr in seine rechte Hand, und beugeten die Knie vor ihm, und spotteten ihn, und sprachen:
‘Gegrüßet seist du, Jüdenkönig!
Und speieten ihn an, und nahmen das Rohr, und schlugen damit sein Haupt.
De soldaten van de prefect namen Jezus mee naar het pretorium en verzamelden de hele cohort om hem heen. Ze kleedden hem uit en deden hem een purperen mantel om, ze vlochten een kroon van doorntakken en zetten die op zijn hoofd. Ze gaven hem een rietstok in zijn rechterhand en vielen voor hem op de knieën. Spottend zeiden ze:
‘Gegroet, koning van de Joden!’ en ze spuwden op hem, pakten hem de rietstok weer af en sloegen ermee tegen zijn  hoofd.

 

Koraal, t. P. Gerhardt 1656, mel. H.L. Hassler 1601

O Haupt voll Blut und Wunden,
Voll Schmerz und voller Hohn,
O Haupt, zu Spott gebunden
Mit einer Dornenkron,
O Haupt, sonst schön gezieret
Mit höchster Ehr und Zier,
Jetzt aber hoch schimpfieret,
Gegrüßet seist du mir!

O hoofd vol bloed en wonden,
Vol leed en overspoeld met hoon,
O hoofd, ten spot omwonden
Met een doornenkroon.
O hoofd, ooit versierd
Met de hoogste eer en pracht,
Nu echter gesmaad,
Ik groet U.

Du edles Angesichte,
Dafür sonst schrickt und scheut
Das große Weltgerichte,
Wie bist du so bespeit;
Wie bist du so erbleichet!
Wer hat dein Augenlicht,
Dem sonst kein Licht nicht gleichet,
So schändlich zugericht'?

U edel aangezicht,
Aanbeden en geschuwd
Door al dat leeft op aarde,
Hoe wordt U nu bespuwd.
Hoe bent U thans verbleekt.
Wie heeft het licht van uw ogen,
dat elk licht te boven ging,
Zo vreselijk geschonden?

 

 


Kruis
Evangelium Matth. 27: 31-32

Und da sie ihn verspottet hatten, zogen sie ihm den Mantel aus, und zogen ihm seine Kleider an, und führeten ihn hin, daß sie ihn kreuzigten. Und indem sie hinausgingen, funden sie einen Menschen von Kyrene mit Namen Simon; den zwungen sie, daß er ihm sein Kreuz trug. Nadat ze hem zo hadden bespot, trokken ze hem de mantel uit, deden hem zijn kleren weer aan en leidden hem weg om hem te kruisigen.
Bij het verlaten van het pretorium troffen ze een man uit Cyrene die Simon heette, en hem dwongen ze het kruis te dragen.

Recitatief en Aria Bas, Viola da gamba

Ja freilich will in uns das Fleisch und Blut
Zum Kreuz gezwungen sein;
Je mehr es unsrer Seele gut,
Je herber geht es ein.

Wel zeker wil in ons het vlees en bloed
Tot het kruis gedwongen worden;
Hoe beter het is voor onze ziel,
Des te bitterder is het te aanvaarden.

Komm, süßes Kreuz, so will ich sagen,
Mein Jesu, gib es immer her!
    Wird mir mein Leiden einst zu schwer,
    So hilfst du mir es selber tragen.

Kom, lief'lijk kruis, dat wil ik zeggen,
Mijn Jezus, geef het maar aan mij.
    En wordt mij mijn lijden ooit te zwaar,
    Help Gij mij dan het te dragen.

Golgotha
Evangelium Matth. 27: 33-44

Und da sie an die Stätte kamen mit Namen Golgatha, das ist verdeutschet Schädelstätt, gaben sie ihm Essig zu trinken mit Gallen vermischet; und da er's schmeckete, wollte er's nicht trinken. Da sie ihn aber gekreuziget hatten, teilten sie seine Kleider und wurfen das Los darum, auf daß erfüllet würde, das gesagt ist durch den Propheten: "Sie haben meine Kleider unter sich geteilet, und über mein Gewand haben sie das Los geworfen." Und sie saßen allda und hüteten sein.
Und oben zu seinen Häupte hefteten sie die Ursach seines Todes beschrieben, nämlich: "Dies ist Jesus, der Jüden König."
Und da wurden zween Mörder mit ihn gekreuziget, einer zur Rechten, und einer zur Linken. Die aber vorübergingen, lästerten ihn, und schüttelten ihre Köpfe, und sprachen: ‘Der du den Tempel Gottes zerbrichst, und bauest ihn in dreien Tagen, hilf dir selber! Bist du Gottes Sohn, so steig herab von Kreuz!’ Desgleichen auch die Hohenpriester spotteten sein samt den Schriftgelehrten und Ältesten und sprachen: ‘Andern hat er geholfen, und kann ihm selber nicht helfen. Ist er der König Israel, so steige er nun vom Kreuz, so wollen wir ihm glauben. Er hat Gott vertrauet; der erlöse ihn nun, lüstet's ihn; denn er hat gesagt: Ich bin Gottes Sohn.´ Desgleichen schmäheten ihn auch die Mörder, die mit ihm gekreuziget waren.
Zo kwamen ze bij de plek die Golgotha genoemd werd, wat ‘schedelplaats’ betekent. Ze gaven Jezus met gal vermengde wijn, maar toen hij die geproefd had, weigerde hij ervan te drinken. Toen zij hem nu gekruisigd hadden, verdeelden zij zijn kleren, en wierpen het lot daarover, opdat vervuld werd hetgeen gezegd is door de profeet: "Zij hebben mijn kleren onderling gedeeld, en over mijn gewaad hebben zij het lot geworpen". En ze bleven daar zitten om hem te bewaken. Boven zijn hoofd bevestigden ze de aanklacht, die luidde: ‘Dit is Jezus, de koning van de Joden’. Daarna werden er naast hem twee misdadigers gekruisigd, de een rechts van hem, de ander links. De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem: ‘Gij, die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, help uzelven! Zijt gij Gods Zoon, zo klim af van het kruis!’ Desgelijks bespotten hem ook de Hogepriesters met de Schriftgeleerden en de Oudsten, en zeiden: ‘Anderen heeft hij geholpen, en kan zichzelf niet helpen. Is hij Israëls koning, zo klimme hij nu af van het kruis, dan zullen wij hem geloven. Hij heeft op God vertrouwd; die verlosse hem nu, indien Hij behagen in hem heeft; want hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon!’ Precies zo beschimpten hem de misdadigers die samen met hem gekruisigd waren.

 

Recitatief Alt (1), Oboe da caccia’s

Ach Golgatha, unselges Golgatha!
Der Herr der Herrlichkeit muß schimpflich hier verderben
Der Segen und das Heil der Welt
Wird als ein Fluch ans Kreuz gestellt.
Der Schöpfer Himmels und der Erden
Soll Erd und Luft entzogen werden.
Die Unschuld muß hier schuldig sterben,
Das gehet meiner Seele nah;
Ach Golgatha, unselges Golgatha!

Ach Golgotha, onfortuinlijk Golgotha!
De heer der heerlijkheid
Moet hier in schande sterven,
De zegen en het heil van de wereld
Wordt als een vloek aan het kruis geslagen.
De Schepper van hemel en aarde
Moet aarde en lucht onttrokken worden.
De onschuld moet hier schuldig sterven,
Dat pijnigt mijn ziel;
Ach Golgotha, onfortuinlijk Golgotha!

Aria Alt (1), koor2, Oboe da caccia’s

Sehet, Jesus hat die Hand,
Uns zu fassen, ausgespannt.
Kommt– wohin? – in Jesu Armen
Sucht Erlösung, nehmt Erbarmen,
Suchet!– wo? – in Jesu Armen.
Lebet, sterbet, ruhet hier,
Ihr verlaß'nen Küchlein, ihr.
Bleibet!– wo? – in Jesu Armen.

Zie, Jezus heeft zijn hand,
Om ons te omsluiten, naar ons uitgestrekt.
Kom! – waarheen? – in Jezus' armen
Zoek verlossing, laat u ontfermen,
Zoek! – waar? – in Jezus' armen.
Leef, sterf, rust hier uit,
Jullie verlaten kuikens.
Blijf – waar? – in Jezus' armen.


Jesus geeft de geest
Evangelium Matth. 27: 45-50

Und von der sechsten Stunde an war eine Finsternis über das ganze Land, bis zu der neunten Stunde. Und um die neunte Stunde schriee Jesus laut, und sprach:
‘Eli, Eli, lama asabthani?´
Das ist: "Mein Gott, mein Gott, warum hast du mich verlassen?". Etliche aber, die da stunden, da sie das höreten, sprachen sie: ‘Der rufet dem Elias!´ Und bald lief einer unter ihnen, nahm einen Schwamm und füllete ihn mit Essig und steckete ihn auf ein Rohr und tränkete ihn.
Die andern aber sprachen: ‘Halt! Laß sehen, ob Elias komme und ihm helfe?´ Aber Jesus schriee abermal laut, und verschied.
En van de zesde uur af ontstond er een duisternis over het gehele land, tot het negende uur toe. En omtrent het negende uur riep Jezus met luide stem, zeggende:
‘Eli, Eli, lama sabachtani!’
Dat is: mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten? Sommigen echter van degenen, die daar stonden, dit horende, zeiden: ‘Hij roept Elia.’ En terstond liep er een van hen heen, nam een spons en vulde ze met azijn en stak ze op een rietstok en gaf hem te drinken.
Maar de anderen zeiden: ‘Houd op, laat ons zien, of Elia komt, om hem te helpen.’ En Jezus riep nog eens met luide stem en gaf de geest.

Koraal, t. P. Gerhardt 1656, mel. H.L. Hassler 1601

Wenn ich einmal soll scheiden,
So scheide nicht von mir,
Wenn ich den Tod soll leiden,
So tritt du denn herfür!
Wenn mir am allerbängsten
Wird um das Herze sein,
So reiß mich aus den Ängsten
Kraft deiner Angst und Pein!

Als ik eenmaal moet sterven,
Blijf dan bij mij,
Als ik de dood moet lijden,
Wees dan mij nabij.
Als het mij het allerbangste
Om het hart zal zijn,
Verlos mij uit mijn angsten
Door uw angst en pijn.

 

 

Evangelium Matth. 27: 51-56

Und siehe da, der Vorhang im Tempel zerriß in zwei Stück, von oben an bis unten aus. Und die Erde erbebete, und die Felsen zerrissen, und die Gräber täten sich auf, und stunden auf viel Leiber der Heiligen, die da schliefen, und gingen aus den Gräbern nach seiner Auferstehung, und kamen in die heilige Stadt und erschienen vielen.
Aber der Hauptmann und die bei ihm waren und bewahreten Jesum, da sie sahen das Erdbeben und was da geschah, erschraken sie sehr, und sprachen: ‘Wahrlich, dieser ist Gottes Sohn gewesen.’
Und es waren viel Weiber da, die von ferne zusahen, die da waren nachgefolget aus Galiläa und hatten ihm gedienet, unter welchen war Maria Magdalena, und Maria, die Mutter Jacobi und Joses, und die Mutter der Kinder Zebedäi.
Op dat moment scheurde in de tempel het voorhangsel van boven tot onder in tweeën, en de aarde beefde en de rotsen spleten. De graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven heiligen werden tot leven gewekt; na Zijn opstanding zouden ze uit de graven komen, de heilige stad binnengaan en zich bekend maken aan een groot aantal mensen.
Toen de hoofdman en degenen die met hem Jezus bewaakten de aardbeving voelden en merkten wat er gebeurde, werden ze door een hevige angst overvallen en zeiden: ‘Hij was werkelijk Gods Zoon.
Vele vrouwen, die Jezus vanuit Galilea gevolgd waren om voor hem te zorgen, stonden van een afstand toe te kijken. Onder hen bevonden zich Maria uit Magdala, Maria de moeder van Jakobus en Josef, en de moeder van de zonen van Zebedeüs.

 

Graf
Evangelium Matth. 27: 57-58

Am Abend aber kam ein reicher Mann von Arimathia, der hieß Joseph, welcher auch ein Jünger Jesu war, der ging zu Pilato und bat ihn um den Leichnam Jesu. Da befahl Pilatus, man sollte ihm ihn geben. Toen de avond gevallen was, kwam er een rijke man uit Arimatea, genaamd Josef, die ook een leerling van Jezus was. Deze ging tot Pilatus en verzocht hem om het lichaam van Jezus. Toen gebood Pilatus, dat het hem gegeven zou worden.

Recitatief en Aria Bas

Am Abend, da es kühle war,
ward Adams Fallen offenbar;
Am Abend drücket ihn der Heiland nieder.
Am Abend kam die Taube wieder und trug ein Ölblatt in dem Munde.
O schöne Zeit! O Abendstunde!
Der Friedensschluß ist nun mit Gott gemacht,
Denn Jesus hat sein Kreuz vollbracht.
Sein Leichnam kömmt zur Ruh,
Ach! liebe Seele, bitte du,
Geh, lasse dir den toten Jesum schenken,
O heilsames, o köstlichs Angedenken!

's Avonds, toen de koelte kwam,
Werd de zondeval van Adam openbaar;
's Avonds buigt zich de Verlosser neer.
's Avonds keerde de duif terug, en bracht een olijftak mee.
O schone tijd, o avondstond.
De vrede is nu met God gesloten,
Want Jezus heeft zijn werk volbracht.
Zijn lichaam komt tot rust,
Ach, lieve ziel, ik smeek u,
Ga, laat u de dode Jezus schenken,
O heilzaam, o kostbaar aandenken.

Mache dich, mein Herze, rein,
Ich will Jesum selbst begraben.
    Denn er soll nunmehr in mir
    Für und für
    Seine süße Ruhe haben.
    Welt, geh aus, laß Jesum ein!

Maak u, mijn hart, vrij van zonden,
Ik wil Jezus zelf begraven.
    Want Hij zal voortaan in mij
    Meer en meer
    Zijn zoete rust hebben.
    Wereld, ga uit, laat Jezus binnen.


Evangelium Matth. 27: 59-66

Und Joseph nahm den Leib und wickelte ihn in ein rein Leinwand und legte ihn in sein eigen neu Grab welches er hatte lassen in einen Fels hauen, und wälzete einen großen Stein vor die Tür des Grabes, und ging davon. Es war aber allda Maria Magdalena und die andere Maria, die satzten sich gegen das Grab.
Des andern Tages, der da folget nach dem Rüsttage, kamen die Hohenpriester und Pharisäer sämtlich zu Pilato und sprachen:
‘Herr, wir haben gedacht, daß dieser Verführer sprach, da er noch lebete: "Ich will nach dreien Tagen wieder auferstehen."
Darum befiehl, daß man das Grab verwahre bis an den dritten Tag, auf daß nicht seine Jünger kommen, und stehlen ihn, und sagen zu dem Volk: Er ist auferstanden von den Toten, und werde der letzte Betrug ärger denn der erste!´
Pilatus sprach zu ihnen: ‘Da habt ihr die Hüter; gehet hin und verwahret's, wie ihr's wisset!´ Sie gingen hin und verwahreten das Grab mit Hütern, und versiegelten den Stein.
Josef nam het lichaam mee, wikkelde het in zuiver linnen en legde het in het nieuwe rotsgraf dat hij voor zichzelf had laten uithouwen. Toen rolde hij een grote steen voor de ingang van het graf en vertrok. Maria uit Magdala en de andere Maria bleven achter, ze gingen tegen het graf zitten.
De volgende dag, dus na de voor-bereidingsdag, gingen de hogepriesters en de farizeeën samen naar Pilatus.
Ze zeiden tegen hem: ‘Heer, wij herinneren ons, dat deze verleider, toen hij nog leefde, gezegd heeft: “Na drie dagen zal ik uit de dood opstaan.”
Geeft u alstublieft bevel om het graf tot de derde dag te bewaken, anders komen zijn leerlingen hem heimelijk weghalen en zullen ze tegen het volk zeggen: “Hij is opgestaan uit de dood,” en die laatste leugen zal nog erger zijn dan de eerste.
Pilatus antwoordde: ‘Daar hebt gij de wachters; gaat heen, en bewaakt het, zo goed gij het verstaat.’ Ze gingen heen, en bewaakten het graf met wachters en verzegelden de steen.

 


Conclusio

Recitatief Sopraan, Alt, Tenor, Bas en koor

Nun ist der Herr zur Ruh gebracht.
Mein Jesu, gute Nacht!
Die Müh ist aus, die unsre Sünden ihm gemacht.
Mein Jesu, gute Nacht!
O selige Gebeine,
Seht, wie ich euch mit Buß und Reu beweine,
Daß euch mein Fall in solche Not gebracht!

Mein Jesu, gute Nacht!
Habt lebenslang vor euer Leiden tausend Dank,
Daß ihr mein Seelenheil so wert geacht'.
Mein Jesu, gute Nacht!

Nu is de Heer te ruste gelegd.
Mijn Jezus, goede nacht.
De last van onze zonden is van Hem afgenomen.
Mijn Jezus, goede nacht.
O zalig gebeente,
Zie hoe ik U met boete en berouw beween,
Omdat mijn zonden U in zulke Nood hebben gebracht.
Mijn Jezus, goede nacht.
Mijn leven lang zal ik U danken voor uw lijden,
Omdat mijn heil U zo ter harte ging.
Mijn Jezus, goede nacht.

 

Kooraria, tutti

Wir setzen uns mit Tränen nieder
Und rufen dir im Grabe zu:
Ruhe sanfte, sanfte ruh!
Ruht, ihr ausgesognen Glieder!
Euer Grab und Leichenstein
Soll dem ängstlichen Gewissen
Ein bequemes Ruhekissen
Und der Seelen Ruhstatt sein.
Höchst vergnügt schlummern da die Augen ein.

Wij knielen neer en plengen tranen
En roepen U in het graf toe:
Rust in vrede, rust maar zacht.
Rust nu, uitgeputte ledematen.
Uw graf en uw grafsteen
Zullen voor het angstige geweten
Een aangenaam hoofdkussen
En rustplaats voor de ziel zijn.
Vergenoegd sluimeren daar de ogen toe.

 

 


De bloemen zijn verzorgd door Fiori
www.fiori.nl

Uitvoerenden


Elena Krasaki

Elena KrasakiElena Krasaki is geboren in Thessaloniki, Griekenland, waar ze piano en muziekwetenschappen studeerde aan de Aristotle University in Athene. In 2003 startte Elena haar studie klassieke en oude muziek zang aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Ze kreeg begeleiding van Rita Dams, Lennie van den Heuvel, Jill Feldman, Michael Chance en Peter Kooij.

Na haar bachelordiploma specialiseerde ze zich verder in de 17e-eeuwse Duitse muziek. Ze ontving haar diploma in 2010 cum laude.

Elena heeft opgetreden in verschillende concertzalen in Nederland, Engeland, België, Frankrijk, Italië, Korea en Griekenland onder muzikale leiding van o.a. Paul Hillier, Christina Pluhar, Christoph Siebert, Wilbert Kuijken, Charles Toet en Jean Tibery.


Elsbeth Gerritsen
Elsbeth GerritsenDe alt-mezzo Elsbeth Gerritsen werd opgeleid aan het Conservatorium van Amsterdam bij Margreet Honig.
Als soliste verleent Elsbeth Gerritsen haar medewerking aan vele uitvoeringen van concert- en oratoriumrepertoire. Ook is zij regelmatig te gast bij internationale kamermuziekfestivals. Zo zong zij onder meer liederen van Mendelssohn, Brahms en Respighi, met gerenommeerde musici als violist Philippe Graffin, altviolist Roger Chase, pianoduo Wyneke Jordans/Leo van Doeselaar, en het Nepomuk Fortepiano Quintet. Bij het Hortus Kamermuziek Festival is zij vaste gast. Elke zomer is zij daar te beluisteren in liederen uit de 19e en 20e eeuw.

Elsbeth Gerritsen vertolkte onder andere de rollen van Miranda in The Tempest van Purcell, Orfeo in Orfeo ed Euridice van Gluck, Marthe in Faust van Gounod, Eliza in The Zoo van Sullivan, en heeft ook enkele wereldpremières op haar naam staan: de rol van Greta in Autland van Sergej Newski (voor de Ruhrtriennale), Aurore Noire in Colorful Penis van Maria de Alvear (Dresdner Tage für Zeitgenössische Musik), en Yola in Two Caravans van Guy Harries (Kameroperahuis Zwolle). In februari 2011 heeft zij de rol van Klytaimnestra gezongen in Oresteia van Xenakis/Van Parys met Muziektheater Transparant in Antwerpen.

Elsbeth Gerritsen is tevens de alt in Quink, een vocaal kwintet dat internationale bekendheid geniet.

www.elsbethgerritsen.nl


Fabio Trümpy – evangelist
Fabio TrümpyDe jonge Zwitserse tenor Fabio Trümpy studeerde zang en Engelse literatuur in Zürich.
Hij vervolgde zijn zangopleiding bij Margreet Honig aan het Conservatorium van Amsterdam en voltooide in 2004 zijn studies aan de Nieuwe Opera Academie met een masterdiploma. Hij was lid van Opera Studio Nederland in 2005 en nam deel aan masterclasses bij Barbara Bonney, Anthony Rolfe Johnson, Rudolf Jansen en Roger Vignoles.

Fabio Trümpy was finalist van de Nederlandse Vocalistenpresentatie 2007 en won in hetzelfde jaar de Prix des Amis du Festival d’Art Lyrique voor zijn Mozart-interpretaties tijdens het zomerfestival van Aix-en-Provence.

Op het operatoneel was hij onlangs te horen als Fenton in Verdi’s Falstaff (Opera Zuid), Alej in Janaceks Uit het Dodenhuis (Theater Basel), Pane in Cavallis Calisto (Grand Théâtre de Genève), Iro in Henzes adaptatie van Monteverdi’s Terugkeer van Odysseus in zijn vaderland
(concertante uitvoering met het WDR Symphonie Orkest Keulen), en Camille in Lehárs De vrolijke weduwe (Opéra National de Lorraine).

Geplande engagementen zijn Oedipus Rex (concertant met het Orchestre de la Suisse Romande en het Tonhalle Orchester Zürich)en Tamino in Mozarts Toverfluit (Spoleto Festival USA).

Fabio Trümpy is regelmatig te horen op binnen- en buitenlandse concertpodia. Zijn repertoire omvat de grote oratoriumwerken van Monteverdi tot Tippett. Hij werkt met dirigenten als Charles Dutoit, Bo Holten, Brad Lubman, Ed Spanjaard en David Zinman.

In 2006 zong Fabio ook al de evangelistenpartij bij het William Byrd Vocaal Ensemble bij de uitvoeringen van de Johannes Passion van J.S. Bach in de versie uit 1725.


Marc Pantus – Jezus
Marc PantusBas-bariton Marc Pantus is thuis in zowel opera- als oratoriorepertoire. Dit seizoen was hij te horen in Handels Messiah, Mendelssohns Elijah en voerde hij met het Nederlands Blazers Ensemble Rossini’s opera Il Turco in Italia uit. NRC Handelsblad noemde zijn vertolking van de titelrol in Le Roi Pausole van Honegger met Opera Trionfo “innemend” en Trouw schreef “Marc Pantus zingt en danst zich autoritair door de titelrol” over deze zelfde productie.

Marc is een veel geziene solist bij uitvoeringen van kantates en passies van Bach. Over zijn aria’s in de Johannes Passion schreef de Haagse Courant “Dankzij hem werd de bas-aria met koor Mein teurer Heiland een ontroerend hoogtepunt”. En het Deventer Dagblad prees zijn Christus in de Matthäus Passion: “De ster was de bas Marc Pantus, die met imposant stemgeluid een waardige Christus neerzette”.

Met zijn eigen operagezelschap “i piccoli olandesi” bracht Marc een serie zeer succesvolle komische barokopera’s ten gehore, zoals Terremoto, Farfaletta e Lirone van Francesco Conti. Met het Utrechts Barok Consort voerde hij Conti’s Don Chisciotte in Sierra Morena (Sancho Panza) en Telemanns Don Quichotte auf der Hochzeit des Camacho (Don Quichotte) uit.

Marc werkte mee aan de opname voor het label DGG van de Mattheus Passie (Jezus) in een hertaling van Jan Rot met het Residentie Orkest o.l.v. Jos Vermunt. Verder is hij onder andere te horen op CD-opnamen van Mozart’s Clemenza di Tito (Publio) en Galliard’s Pan & Syrinx (Pan), beide met Musica ad Rhenum o.l.v. Jed Wentz.

Hij studeerde aan de conservatoria van Utrecht en Den Haag bij respectievelijk Udo Reinemann en Meinard Kraak, en aan het Steans Institute for Young Artists in Chicago (V.S.), waar hij les had van onder andere Thomas Allen, Christa Ludwig, Barbara Bonney, Elisabeth Söderström en Roger Vignoles. Op dit moment wordt hij gecoacht door Margreet Honig.

Arco Mandemaker
Arco MandemakerArco Mandemaker studeerde hoofdvak zang aan het Rotterdams Conservatorium bij Sylvia Schlüter en Maarten Koningsberger en hoofdvak koordirectie bij Barend Schuurman. Naast zijn conservatoriumopleiding nam hij deel aan masterclasses van onder anderen Barbara Bonney, Hans-Peter Blochwitz, Carolyn Watkinson, Margreet Honig en Ian Bostridge. Na zijn zangstudie specialiseerde hij zich in de barokke uitvoeringspraktijk bij Howard Crook. Op dit moment wordt hij gecoacht door Jard van Nes.
Arco ontwikkelde zich tot een veelzijdig zanger met een repertoire dat alle stijlperioden omvat. Zo was hij ondermeer te horen in de Johannes- en Matthäus-Passion van Bach, de oratoria van Händel, Haydn en Mendelssohn-Bartholdy, Le Roi David van Honegger, het Requiem van Mozart, King Arthur van Purcell, de Petite Messe Solennelle van Rossini.

Als liedzanger verzorgde hij recitals met liederen van ondermeer Beethoven, Britten, Dowland, Haydn, Mozart, Schubert, Schumann, Wieck en Wolf.
In het voorjaar van 2010 maakte hij zijn debuut met het repertoire van de grote Italiaanse operacomponisten: Bellini, Donizetti, Puccini, Rossini, Tosti en Verdi.

In 2005 richtte hij de stichting “Musica Inaudita” op, een stichting die zich bezighoudt met de uitvoering van “ongehoorde” muziek. Tevens werd hij artistiek leider en dirigent van het professionele “Gombert Consort” en het semiprofessionele “Schütz Vocaal Ensemble”.


Mattijs van de Woerd
Mattijs van de WoerdMattijs van de Woerd studeerde aan de conservatoria van  Rotterdam en Amsterdam bij Sylvia Schlüter, Maarten Koningsberger en Margreet Honig. Daarnaast nam hij deel aan masterclasses van o.a. Barbara Bonney, Sir Thomas Allen, Rudolf Jansen en Roger Vignoles. In 2001 won Mattijs de Vriendenkrans (prijs van de Vereniging Vrienden van het Concertgebouw en het Koninklijk Concertgebouworkest) en de Concertgebouwprijs. In 2003 werd hem de eerste prijs van de Wigmore Hall International Song Competition in Londen toegekend.

Mattijs van de Woerd treedt onder andere op met de Nederlandse Opera, Nationale Reisopera, Opéra La Monnaie Brussel, Opéra Monte-Carlo, Koninklijk Concertgebouworkest, Nederlandse Bachvereniging, Radio Filharmonisch Orkest, Radio Kamer Filharmonie, Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, Combattimento Consort, NHK Symphony Orchestra Tokyo, Orkest van de 18e Eeuw, Ebony Band, ASKO Ensemble, Northern Sinfonia en Nieuw Ensemble en met dirigenten Jaap van Zweden, Herbert Blomstedt, Ed Spanjaard, Henk Guittart, Jos van Veldhoven, Peter Eötvös, Jan Willem de Vriend, Daniel Reuss, Tan Dun, Thomas Zehetmair en Frans Brüggen.

Mattijs treedt regelmatig als solist op voor concerten in binnen- en buitenland. Zijn concertrepertoire reikt van Carissimi’s Jepthe en Haydns Paukenmesse tot Brahms’ Ein deutsches Requiem en Stravinsky’s Threni. Op de operabühne was hij onder meer te horen als Papageno in Die Zauberflöte, de titelrol in Don Giovanni en Guglielmo in Così fan tutte (Mozart), en Pausole in Les aventures du Roi Pausole (Honegger).

Mattijs is veelvuldig te beluisteren in liedrecitals; in 2004 maakte hij zijn debuut in de Vocale Serie van het Concertgebouw, begeleid door pianist Graham Johnson. Verder verleende hij zijn medewerking aan cd-opnames en radio-uitzendingen met muziek variërend van Bachs Johannes Passion tot Duruflé’s Messe “cum jubilo”. Tevens maakt hij deel uit van Frommermann, een ensemble dat amusementsmuziek uit de jaren 30 en 40 uitvoert.

Ook Mattijs zong al eerder bij het William Byrd Vocaal Ensemble in 2006 bij de uitvoeringen van de Johannes Passion van J.S. Bach in de versie uit 1725.


Concerto d’Amsterdam
Concertomeester Mariette Holtrop

Concerto d'Amsterdam is sinds vele jaren actief op de Nederlandse en buitenlandse podia. Zowel in eigen programma's als in samenwerking met koren. Daarbij worden hoge eisen gesteld aan de kwaliteit.

De musici van Concerto d'Amsterdam spelen uit overtuiging op historische instrumenten. O.a. daardoor wordt de klank van het orkest bepaald.
Naast het standaard repertoire werkte Concerto d'Amsterdam ook mee aan operaproducties op bijzondere locaties (King Arthur, Orfeo Aqua) en aan uitvoeringen van moderne muziek voor oude instrumenten (Hans Koolmees, Pieter Bakker).
Verder speelde het orkest eigen producties in programma's met vocale en instrumentale solisten.

Vele bekende solisten en dirigenten hebben met Concerto d'Amsterdam samengewerkt, zoals Emma Kirkby, Michael Chance, Lynne Dawson, Richard Egarr, Johannette Zomer, Nico van der Meel, Alfredo Bernardini, Claron MacFadden, Lucy van Dael en vele anderen.

cd-producties van de laatste jaren waren een vroege versie van de Johannes Passion van J.S. Bach onder leiding van Nico van der Meel en een cd met de drie altcantates van Bach met Maarten Engeltjes en Klaas Stok. Beide cd’s kwamen uit op het label Quintone.

Tijdens het huidige seizoen werkte Concerto d'Amsterdam samen met de violiste/dirigente Elizabeth Wallfisch in een programma met drie countertenoren.
Later dit seizoen zal Concerto d'Amsterdam in een productie van De Utrechtse Spelen optreden in de opera Orfeo ed Euridice van Gluck. Onder muzikaal leider Hoite Pruiksma en in de regie van Jos Thie zullen 30 voorstellingen gegeven worden op de hofvijver van Paleis Soestdijk. De première van deze productie is op 8 juni 2011 en loopt tot eind juli.

Leerlingen van het Stedelijk Gymnasium Leiden
Nico van de Meel heeft als voorbereiding op deze Matthäus Passion-cyclus een aantal lessen gegeven aan vierdeklassers van het Stedelijk Gymnasium Leiden met muziek als examenvak. Samen met de muziekdocenten zijn er lesbladen ontwikkeld waar de leerlingen actief mee hebben gewerkt. Zo is er bijvoorbeeld geoefend met hoe een koraal gezongen kan worden en hoe een stukje recitatief van de evangelist zou kunnen klinken. Een aantal leerlingen heeft zich vervolgens aangemeld om vanavond de Soprano in ripieno te zingen. Deze leerlingen hebben de noten ingestudeerd met hun muziekdocent en daarnaast ook apart gewerkt met de dirigent.

William Byrd Vocaal Ensemble
Het William Byrd Vocaal Ensemble is een Leids koor en is in 1981 opgericht. Het koor heeft ongeveer 25 leden, zes of zeven per stemgroep, en voert voornamelijk a capella muziek uit, maar soms wordt ook met begeleiding (piano, barokensemble) gewerkt. Het repertoire omvat de koorliteratuur van de laatste vijfhonderd jaar. Gewoonlijk wordt tweemaal per jaar een concertserie georganiseerd.

In voorgaande jaren heeft het ensemble programma's gebracht als Amerikaanse Poëzie, Rondom Clemens Non Papa, 1939, Brahms’ ein deutsches Requiem, Distler’s Totentanz en Muziek der Sferen.

In het Rembrandtjaar 2006 heeft het ensemble zijn medewerking verricht aan de totstandkoming van het boek Rembrandts Leiden, waarvoor het Nieuw Leids Koorboek van Daan Manneke op cd is gezet. In februari 2010 werd Jan Valkestijn’s In Passione Domini opgenomen en op cd gezet.

In het jubileumjaar 2006 werden succesvolle uitvoeringen gegeven van de Johannes Passion van J.S. Bach in de versie uit 1725, met Concerto d'Amsterdam.

Nico van der Meel
Nico van der MeelNa eerst wiskunde gestudeerd te hebben in Leiden, besloot Nico van der Meel van zijn muzikale activiteiten zijn beroep te maken. Aanvankelijk studeerde hij daartoe koordirectie aan het Rotterdams Conservatorium bij Jan Eelkema en Barend Schuurman, maar vanaf 1982 deed hij hoofdvak zang bij Margreet Honig. Hij sloot zijn studie cum laude af in 1987.

Hoewel Nico van der Meel hoofdzakelijk bekend is als zanger van oude muziek, heeft hij toch een breed concertrepertoire opgebouwd met muziek van de 16e tot en met de 20e eeuw. Hij geniet internationaal grote faam voor zijn vertolkingen van de evangelistenpartij in de Passionen van J.S.Bach. In de jaren 1989 tot 1996 nam hij deel aan concerttournees en cd-opnamen van Bachs Hohe Messe en, als evangelist, van Bachs Johannes en Matthäus Passion door het Orkest van de 18e Eeuw, geleid door Frans Brüggen. Deze opnamen zijn uitgebracht door Philips Classics.

Nico van der Meel is lid van het ensemble Camerata Trajectina, dat geldt als de pleitbezorger van de Nederlandse muziek van de Middeleeuwen tot de Gouden Eeuw. Met deze groep werkte Nico van der Meel mee aan 18 cd-producties. In samenwerking met Louis Peter Grijp werkte Nico van der Meel de afgelopen jaren aan de reconstructie van het Maastrichts Liedboek uit 1554, hetgeen moet leiden tot een publicatie in de reeks Monumenta Musica Neerlandica van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Muziekgeschiedenis.

Nico van der Meel is vanaf de oprichting in 1981 dirigent van het William Byrd Vocaal Ensemble. In het verleden was hij als dirigent onder meer verbonden aan het Leids Studentenkoor en -orkest Collegium Musicum. Hij leidde projecten bij diverse andere gezelschappen, o.a. het Vocaal Ensemble COQU in Utrecht, het Amsterdams Bach Consort, P'Adam en het Leidse Couleur Vocale. Verder coacht Van der Meel kleine vocale ensembles en verzorgt hij koorvormingstrainingen. Begin 2008 verscheen bij Quintone een cd met de Johannes Passion van J.S. Bach in de versie 1725, met Concerto d'Amsterdam, en La Furia o.l.v. Nico van der Meel.

www.nicovandermeel.nl

 

Aan deze concerten werkten mee:

koor I
sopranen: Ingrid Appels, Judith Dijs,
Marja Esveld, Pauline van der Meer
Rosanne de Clercq
alten:        Dorine Bernard, Ester van der Voet, Jolande Schoonenberg,
Mechtild Oostdam, Sanneke Verhagen
tenoren:    Marcus Gunningham,
Paul van der Werf, Peter Groot,
Sander de Kievit, Theo Boersema
bassen:     Andreas Polman,
Fred Hickendorff, Ton Stauttener,
Wim van Meeuwen

Orkest I:
viool I:        Mariette Holtrop, Foskien Kooistra, Mimi Mitchell
viool II:      Hans Lub, Suus Bijleveld
altviool:      Niek Idema
cello:          Saskia van der Wel
contrabas:  Jan Hollestelle
blokfluit:     Gilberto Caserio,
                 Isabelle Lamfalussy
fluit:             Marion Moonen,
                 Isabelle Lamfalussy
hobo:         Peter Frankenberg,
                 Onno Verschoor
fagot:         Wouter Verschuren
orgel:         Vincent van Laar

koor II
sopranen: Claudia Sternberg, Els van der Meer, Ernestine Smulders, Marleen Steenkist, Janneke van Vucht
alten:       Annelies Korff de Gidts,
Godelief Mallee, Maartje Sevenster
Marianne van den Beukel
tenoren:   Anton de Gruyl, Edwin Poels, Gabriël Hoezen,
Niek Nieuwenhuijsen, Theo Janson
bassen:    Cor Haaring, Frits Hali,
Michel van de Kar, Paul-Peter Polak,
Wim Bel

Orkest II:
viool I:        Jan Pieter van Coolwijk, Frances The, Ruth Noyon
viool II:      Evert Jan Schuur,
Marleen Zoutman
altviool:      Rachael Yates
cello:          Wilma van der Wardt
contrabas:  Hendrik Jan Wolfert
viola da gamba: Wilma van der Wardt
fluit:             Clare Beesley, Sachiyo Hayashi
hobo:           Gilberto Caserio,
Antonia Sanchez
orgel:         Marijn Slappendel

Soprano in ripieno
repetitor: Imre Ploeg
docent: Huub de Vriend

Eline Adema
Eline Goudswaard
Gerry Hinloopen
Heleen Labuschagne
Jasmijn van Elteren
Jetske Wiegers

Jiawen Chen
Merel van Schie
Odile van Win
Sarah Vasen
Vita van Die

Dirigent
Nico van der Meel

 

Programmatoelichting                     : Nico van der Meel ism Ingrid Appels
Ontwerp affiche                                : Gabriël Hoezen
Samenstelling programmaboekje   : Andreas Polman ism Nico van der Meel


Met dank aan:

Architectenbureau Anton de Gruyl
Drukkerij Mostert
Fonds 1818
Prins Bernhard Cultuur Fonds
M.A.O.C. Gravin van Bylandt Stichting
VSB Fonds

 

 

logo WilliamByrd

VRIEND WORDEN?

Geachte muziekliefhebber,

Wij hebben u nu en misschien ook al in het verleden mogen begroeten als bezoeker van onze concerten.
In ruil voor een kleine jaarlijkse bijdrage houden wij u graag persoonlijk op de hoogte van onze muzikale avonturen én mag u zich Vriend van William Byrd noemen.

U bent Vriend van William Byrd bij een donatie vanaf 25 euro op jaarbasis.
En natuurlijk staat daar iets tegenover!

Voor 25 euro per jaar krijgt u      1 vrijkaartje per jaar en een nieuwsbrief met daarin een overzicht van onze activiteiten en interessante achtergrondinformatie bij de geplande concerten.
Zo blijft u mooi bij!

Voor 50 euro per jaar krijgt u      2 vrijkaartjes per jaar en de nieuwsbrief 

Wilt u Vriend worden? Stuur dan een mailtje aan Godelief Mallee: g.mallee@wxs.nl

Of maak direct uw donatie over op ING-nummer: 5676811 t.n.v. William Byrd Vocaal Ensemble te Leiden, onder vermelding van "Vriend van William Byrd".  Vergeet niet uw adres of (bij voorkeur) e-mailadres erbij  te vermelden, anders kunnen wij u niet op de hoogte houden!

Wij hopen van u te horen, en u bij een van onze volgende concerten als Vriend te mogen begroeten!