"De schatkamer van Brahms"


De schatkamer van Brahms



- zaterdagavond 13 april, Oude Kerk in Zoetermeer
- zondagmiddag 14 april, Engelse Kerk in Amsterdam
- zaterdagavond 20 april, Lokhorstkerk in Leiden

Programma:

Hammerschmidt:
- Schaffe in mir, Gott, ein reines Herz
- Wie lieblich sind deine Wohnungen
Schütz: Selig sind dit Toten
Handl: Ecce quomodo moritur Justus
Hassler: Domine, Dominus noster
Palestrina: Credo
Bach: Der Geist hilft unser Schwachheit auf
Brahms:Schaffe in mir, Gott, ein rein Herz

pauze

Eccard:
- Im Garten leidet Christus Not
- Maria wallt zum Heiligtum
- Übers Gebirg Maria geht

Brahms:
- Marias Wallfahrt
- Ein Täublein weiße
- In stiller Nacht
- Morgengesang

Isaac:
- Wann ich morgens frü auffstehe
- Es wollt ein meydlein grasen gan
- Isbruck, ich muss dich lassen

Brahms:
Warum ist das Licht gegeben dem Mühseligen?

We kennen Johannes Brahms (1833-1897) allemaal als een van de grote componisten van de Duitse romantiek. Veel mensen zullen ook nog wel weten dat hij lesgaf, dirigeerde en actief was als pianist. Het is minder bekend dat hij ook op musicologisch gebied zeer actief was.

Vanaf zijn 15e jaar verzamelde Brahms al volksliederen. Hij werkte mee aan uitgaven van muziek van Mozart en Schubert. Maar ook de muziek uit de barok en de renaissance had zijn warme belangstelling. Hij maakte afschriften van muziek van oude meesters en verzamelde hun handschriften. Soms bracht ook zijn vriendin Clara Schumann zelfgemaakte afschriften voor hem mee als geschenk. Hij was geabonneerd op de uitgave van de volledige werken van Johann Sebastian Bach (1685-1750), die vanaf 1851 in delen verscheen, en die van Heinrich Schütz (1585-1672). Hij was innig bevriend met Philipp Spitta, een van de grote mensen achter de Schütz- en de Bach-uitgave, en met de dirigent Franz Wüllner, die in München de renaissancemuziek onder koren propageerde. Hij zat ook in het bestuur van de series Denkmäler der Tonkunst in Österreich en Denkmäler deutscher Tonkunst, waarin onder andere de werken van Heinrich Isaac (ca.1450-1517),  Andreas Hammerschmidt (1611-1675) en Hans Leo Hassler (1564-1612) verschenen.

Brahms begon zijn carrière als koordirigent al op veertienjarige leeftijd bij een mannenkoor in het plaatsje Winsen. Zijn eerste echte betaalde baan was van 1857 tot en met 1859 in Detmold, waar hij onder andere het hofkoor dirigeerde. In de jaren daarna dirigeerde hij het Frauenchor Hamburg. Na zijn eerste bezoek aan Wenen in 1862 werd hij uitgenodigd dirigent te worden van de Wiener Singakademie, die hij later weer zou verruilen voor de Gesellschaft der Musikfreunde, waaronder de Musikverein en de Singverein ressorteerden. Bij dit gezelschap is de bibliotheek van Brahms, met al zijn schatten, uiteindelijk terechtgekomen.

Wanneer Brahms koren dirigeerde, programmeerde hij steevast ook oude muziek. Het is voor ons nauwelijks meer voor te stellen, maar het programmeren van Bachs cantates en Matthäus Passion en Händels Messiah en andere grote stukken was een groot waagstuk. Het was maar helemaal de vraag of er wel publiek op af zou komen.

Nog gewaagder was het om kleine a-capellawerken uit de renaissance te laten horen. Toch zette Brahms als Musikdirektor van de Gesellschaft der Musikfreunde naast grote werken van Schubert, Mozart en Handel twee van zulke werkjes op zijn eerste programma: Übers Gebirg Maria geht van Johannes Eccard (1553-1611) en Innsbruck, ich muß dich lassen van Isaac. Het tekent hoe belangrijk Brahms deze muziek vond.

In sommige van Brahms' zettingen van volksliederen en Marialiederen is voelbaar hoe Brahms probeert vat te krijgen op de oude muziek. Zo schrijft hij Ein Täublein weiße met imitaties van de melodie in de verschillende stemmen, voordat de melodie zelf intreedt. Hij geeft geen enkele verhoging of verlaging in de stemmen, als het ware in een poging modaal te schrijven. En op het eind zet hij een driedelige maat – iets dat bij oude meesters vaak voorkwam. Ook Morgengesang zit vol imitaties, en omkeringen zijn daarbij schering en inslag. Wie degelijk calvinistisch is opgevoed, zal trouwens direct de melodie van dit volksliedje herkennen als psalm 105! Heel anders is In stiller Nacht, waar Brahms geen enkele poging lijkt te doen om bij oude muziek aan te sluiten en waarschijnlijk alleen maar een vroeger genoteerde melodie tot leven wil wekken.

 Hét grote succes van Brahms als componist was Ein deutsches Requiem, gecomponeerd tussen 1865 en 1868. Het is bekend dat Brahms hiervoor inspiratie vond bij de Musikalische Exequien van Schütz. Beide stukken eindigen met de tekst Selig sind die Toten. In dit programma hoort u een andere zetting van Schütz van diezelfde tekst, namelijk uit de Geistliche Chormusik 1648. Ook andere tekstkeuzes lijken geïnspireerd te zijn door oude meesters. Zo vinden we de tekst van het Wie lieblich sind deine Wohnungen uit Ein deutsches Requiem en van het motet Schaffe in mir, Gott, ein rein Herz terug bij Andreas Hammerschmidt.

 Brahms prepareerde de hele Missa Papae Marcelli van G.P. da Palestrina (1525-1594) voor een uitvoering in Detmold. Maar kennelijk was dit voor het hofkoor te hoog gegrepen: hij schrapte het weer van het programma. Wel voerde hij later in Wenen een gedeelte van het Credo uit, het vierstemmige Crudifixus.
Het Ecce quomodo moritur justus van Jacobus Gallus Handl (1550-1591) voerde Brahms verschillende keren uit. Hij bewerkte het zelfs, zodat het Frauenchor Hamburg het kon zingen. Dit stuk heeft een bijzondere functie gehad in het 18de-eeuwse Leipzig: het werd op Goede Vrijdag altijd direct na de passiemuziek gezongen, dus ook aansluitend op de Johannes Passion of de Matthäus Passion van Bach...

 En zo komen we bij degene die van de oude meesters wellicht de grootste invloed op Brahms heeft gehad: Johann Sebastian Bach. Van hem voerde Brahms de cantates 4, 8, 21, 34 en 50 uit, waarvan sommige enkele malen, en delen van andere cantates, drie cantates uit het Weihnachts Oratorium – nota bene op palmzondag 1864! – en de Matthäus Passion. Maar Brahms nam natuurlijk kennis van veel meer werken van Bach. Zo is het slotdeel van zijn vierde symfonie geïnspireerd door de Chaconne uit cantate 150. Van Brahms is ook de uitspraak: “Bestudeer Bach: daar zul je alles vinden.” En ook al heeft Brahms waarschijnlijk nooit motetten van Bach uitgevoerd, toch lijken zijn eigen motetten er sterk door beïnvloed. Der Geist hilft unser Schwachheit auf is een mooi voorbeeld van zo'n motet van Bach, met dubbelkorigheid – door Brahms bijvoorbeeld toegepast in zijn motetten opus 110 – bijzondere fugavormen en een groots uitgewerkt vierstemmig slotkoraal.

 De kunst van het contrapunt van de oude meesters en van Bach is diep doorgedrongen in de motetten van Brahms. Schaffe in mir, Gott, ein rein Herz opent al met een bijzondere canon: de bas en de sopraan zingen dezelfde melodie, maar de bas doet dat tweemaal zo langzaam als de sopraan, zodat de sopraan de melodie tweemaal moet zingen. In de zeer chromatische fuga die daarop volgt, zitten behalve gewone thema's ook omkeringen en een verdubbeling. Soms buitelen de thema's over elkaar heen in een zo scherp mogelijk stretto. Het dramatische einde met een generale pauze doet denken aan de manier waarop Bach vaak zijn fuga's besloot.

In Warum ist das Licht gegeben dem Mühseligen? wordt de klacht van Job beantwoord met teksten uit de Klaagzangen van Jeremia en uit de brief van Jacobus, een tekstkeuze die Bach waardig zou zijn geweest. Tenslotte klinkt het berustende koraal van Maarten Luther Mit Fried und Freud fahr ich dahin. Maar anders dan we bij Bach gewend zijn, geeft Brahms aanwijzingen voor tempo en dynamiek, waardoor het koraal een zware emotionele lading krijgt. Gedeelten van het motet zijn gebaseerd op de onvoltooide Missa Canonica, waar Brahms in 1856 aan werkte. Aan de manier van noteren van deze mis – met halve noten – is goed te zien dat Brahms wilde aansluiten bij de oude meesters, Palestrina in het bijzonder. Maar anders dan in de onvoltooide mis, bereikt Brahms in het motet een perfecte balans tussen contrapuntische techniek en romantische expressie. Daardoor is het een van de absolute hoogtepunten van de koorliteratuur geworden.


PROGRAMMABOEKJE (PDF)