Wolcome Yole!

Wolcum Yole!

William Byrd Vocaal Ensemble o.l.v. Nico van der Meel met o.a. de Ceremony of Carols van Benjamin Britten. 

Vrijdag 12 december, 20:15 uur
Oude Kerk, Zoetermeer
Zondag 14 december, 15:00 uur
Bernarduskerk, Hazerswoude
Vrijdag 19 december, 20.15 uur
Lutherse Kerk, Leiden


Gregoriaans:              Rorate Caeli
John Joubert:             Rorate Caeli, deel 1, 3 en 4
Herman Strategier:   Cantica pro tempore natali, deel 1, 3, 5 en 7
Giovanni Pierluigi da Palestrina:      
Canite tuba;                 Rorate caeli
William Byrd:             O Magnum Mysterium
                                    Lulla, Lullaby
Jan Pieterszoon Sweelinck: Hodie Christus natus est
uit: Cantiones Natalitiae
Joannes Berckelaers: Hoe leyt dit kindeken
anoniem:         Puer natus est
anoniem:         O Herders, laet uw' boxkens en schapen

pauze

Gustav Holst:         Now Let us Sing
                                Lullay my Liking
                                The Saviour of the World is Born
John Joubert:         There is no Rose
Herbert Howells:     Here is the Little Door
                                    Sing Lullaby

Benjamin Britten:     A Ceremony of Carols (arr. Julius Harrison)

Wolcum Yole!

Het verbaast me ieder jaar weer: kerstmuziek wordt hoofdzakelijk uitgevoerd vˇˇr kerstmis, in de advent. In plaats van bezinnend en verwachtingsvol uit te zien naar de komst van het licht, zetten we de volop versierde kerstboom alvast in huis en zingen we van het kerstkind. En Bachs Weihnachtsoratorium klinkt na Eerste Kerstdag vrijwel nergens meer, terwijl het toch voor de periode van 25 december tot en met 6 januari bedoeld is. Tegelijkertijd zijn we bijna verontwaardigd als iemand het in zijn hoofd haalt om een van Bachs Passionen op Pasen of in de tijd daarna uit te voeren.
Het is daarom dat er in dit programma nu ook eens aandacht is voor adventsmuziek. Teksten voor die tijd van het jaar zijn somber, maar spreken van hoop. De O-antifonen, zo genoemd omdat ze allemaal beginnen met een aanroep: O Sapientia, O Radix Jesse, enz. Het zijn er totaal zeven en ze horen gezongen te worden in de vespers van 17 tot en met 23 december. Vier van deze beknopte teksten zingen we in een zetting uit 1953 van Herman Strategier (1912-1988), een van de belangrijkste Nederlandse componisten van rooms-katholieke kerkmuziek uit de vorige eeuw.
De tekst Rorate caeli verwoordt het verlangen naar bevrijding uit het donker buitengewoon poŰtisch: “Dauwt, hemelen, van boven, en laten de wolken gerechtigheid regenen.” Deze regel uit Jesaja komt in verschillende gezangen voor de advent voor, bijvoorbeeld in de intro´tus op de vierde adventszondag. Palestrina gebruikt die tekst voor het tweede deel van het motet Canite tuba.
Het bekendste gebruik van de regel Rorate caeli is in de antifoon voor de Vespers van de adventszondagen. In kerken wordt dit gezang vaak als een groeizang uitgevoerd: op de eerste adventszondag klinkt ÚÚn strofe, op de tweede klinken twee strofen, enz. Het groeit als het ware met het licht op de adventskrans mee.
John Joubert (geb. 1927) maakte een zetting voor a-capella koor die ten onrechte nauwelijks bekendheid geniet; zelfs de Wikipedia-pagina vermeldt deze compositie niet. Het stuk stelt hoge eisen aan het koor door grote omvang en door harmonieŰn waarin parallelle akkoordverschuivin-gen afgewisseld worden met octotonie (afwijkende toonladder).
Joubert is van Zuid-Afrikaanse komaf. Hij werd geboren in Kaapstad, maar groeide op in Rondebosch, waar hij via zijn school in contact kwam met de Anglicaanse kerkmuziek. Daarbij speelde koormuziek van Elgar, Parry en Stanford een grote rol. In 1944 kreeg hij de kans om in Londen te gaan studeren en vanaf dat moment leefde en werkte hij in Engeland. Uiteraard schreef hij ook Christmas Carols, zoals iedere zichzelf respecterend componist in Engeland. Een van de bekendste is het delicate There is no Rose op een 14e-eeuwse tekst.
Een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de Anglicaanse kerkmuziek in de vorige eeuw leverde Herbert Howells (1892-1983), iets waarvoor hij uiteindelijk een eredoctoraat kreeg van de universiteit van Cambridge. Hij had gestudeerd aan het Royal College of Music bij illustere voorgangers als Stanford, Parry en Wood, en in 1920 werd hij zelf docent aan dat instituut. Van hem hoort u in dit programma twee Christmas Carols: Here is the Little Door en Sing Lullaby, beide van vlak voor de tijd van zijn aanstelling als docent.
Een andere belangrijke componist van Christmas Carols aan het begin van de 20e eeuw was Gustav Holst (1874-1934). Sommige van zijn Carols zijn verbazingwekkend eenvoudig van opzet, hier en daar zelfs kaal te noemen. Twee van zijn Carols in dit programma komen uit Four Old English Carols uit 1907, geschreven op eeuwenoude teksten. En ook het fascinerende Lullay my Liking uit 1916 heeft een middeleeuwse tekst.
Benjamin Britten (1913-1976) stapte dus in een traditie toen hij voor zijn Ceremony of Carols 14e- tot en met de 16e-eeuwse teksten koos uit The English Galaxy of Shorter Poems, een bundel die hij in Halifax op de terugweg uit Amerika naar Engeland gekocht had. Op zaterdag 4 december 1943 – ja, midden in de advent – werd de Ceremony voor het eerst uitgevoerd in zijn oorspronkelijke bezetting: jongenskoor met begeleiding van harp. De Carols worden omgeven door een stuk Gregoriaans: de antifoon voor de Vespers van Kerstmis: Hodie Christus natus est, althans een variant op deze melodie. Het stuk werd direct razend populair, zelfs zo dat de uitgeverij Boosey & Hawkes de opdracht gaf de Ceremony te bewerken voor gemengd koor. Julius Harrison kweet zich voortreffelijk van deze taak en in de nieuwe vorm klonk het stuk voor het eerst in 1955.



Nico van der Meel