Cantigas y Canciones
19, 21 en 22 april 2007

Programma:

werkvan
Cantiga de Santa Maria (13e eeuw)
Vidi Speciosam Tomás Luis de Victoria (1548-1611)
Salve Regina Pedro Bermúdez (1542-1606)
Paradisi Porta Juan Escribano (1470-1557)
Stabat Mater Koldo Pastor (geb 1947)
Ave Maria Mariano J. Jiménez (geb 1970)
Bendita Sabedoria Heitor Villa-Lobos (1887-1959)
La Justa Mateo Flecha (1481-1553)
Determinado amor
No puedo apartarme
Juan Vasquez (ca.1500-ca.1560)
Pois con tanta graça Gaspar Fernandes (1565?-1629)
Ou-lê-lê-lê! Dinorá de Carvalho (1905-1980)
"Mozuca" (Cancion montañesa)
El Metro de Doce (A. Nervo)
Arturo Duo-Vital (1901-1974)

Halverwege de 13de eeuw was de Reconquista tot stilstand gekomen. Op de taifa van Granada na, was het complete Iberische schiereiland heroverd op de Moren. Desalniettemin bleven er veel Moren in het Spaans geworden gebied wonen en hun invloed op de cultuur was groot, vooral op literatuur, beeldende kunst en architectuur. Naast de Moren speelden de Sefardische joden een grote rol in het culturele leven. Ook in de muziek deed de invloed van deze bevolkingsgroepen zich gelden in de vorm van melodievorming, versieringen bij het zingen en het gebruik van instrumenten die tot dan toe in de westerse muziek onbekend waren. De flamenco getuigt hier nog altijd van, vooral in zijn langzamere, diep bewogen variant, de cante jondo. Het zou  nog tot het voltooien van de Reconquista aan het eind van de 15de eeuw duren, dat de Moren en Sefardische joden uit het Iberisch schiereiland verdreven werden.

 

Bij de integratie van de verschillende culturen speelde koning Alfonso X (1221-1284), bijgenaamd el Sabio, de wijze, een belangrijke rol. Een van zijn grote projecten was het verzamelen van verhalen over de wonderen van Maria. Die werden vervolgens  geordend, op rijm gezet en van melodieën voorzien. Het leidde tot een van de rijkste bronnen van 13de eeuwse eenstemmige muziek: de Cantigas de Santa Maria. De ruim 450 liederen staan volgens een vast patroon geordend: na 9 wonderliederen (cantigas de miragre) staat er steeds een loflied (cantiga de moor). De muziek werd genoteerd op een unieke wijze, die tussen de notatie van het Gregoriaans en onze moderne notatie in zit. Ritmiek is daarbij niet aangegeven. Dat er ook instrumenten meespeelden bij het uitvoeren van deze muziek is vrijwel zeker, gezien de illustraties in de uitgave van de Cantigas de Santa Maria. En het zou ook heel goed kunnen zijn, dat er voorzichtig geëxperimenteerd werd met meerstemmigheid. Een uitvoering van de cantigas in deze tijd is gedoemd reine speculatie te zijn, maar de melodieën klinken in elk geval nog steeds krachtig en prikkelen de fantasie.

 

De orde van de Jezuïeten zorgde voor een hechte band tussen het Spaanse hof en het Vaticaan, want op beide had zij grote invloed. De voltooiing van de Reconquista en de verdrijving van de Moren en de Sefardische joden was grotendeels tot stand gekomen op aandringen van de paus, via de machtige Jezuïeten. De invloed die deze groepen hadden gehad op de cultuur moest natuurlijk ook worden teruggedrongen. Het is dus niet verwonderlijk dat de Spaanse en de als zuiver Europees ervaren Italiaanse kerkmuziek rond 1500 steeds meer verbonden werden. Daarbij speelden de veelal Jezuïtische Spaanse instituties in Rome als opleidingscentra een grote rol. We moeten ook niet vergeten dat kerkmusici, zo ze al geen priester werden, dan toch lagere wijdingen ontvingen, zodat ze gehoorzaamheid verschuldigd waren aan de clerus.

 

Juan Escribano (ca.1470-1557) was een exponent van deze tendens. Het vroegste dat we van zijn leven weten is dat hij rond 1505 aangesteld werd als zanger in de Pauselijke kapel. In 1515 werd hij door paus Leo X benoemd tot kanunnik aan de kathedraal van Salamanca. Dit was een nevenbetrekking en zorgde ervoor dat Escribano voortdurend heen en weer reisde tussen Rome en Salamanca. In Rome ontwikkelde hij zich steeds meer tot de beschermer van de daar werkzame Spaanse musici. Uiteindelijk werd hij in 1535 benoemd tot decaan van de pauselijke kapel. Van zijn composities resten ons slechts enkele imposante stukken, waaronder het 6-stemmige Paradisi Porta, waarin Maria wordt geëerd als degene die het Paradijs weer geopend heeft, nadat Eva het voor de mensheid verloren had laten gaan.

 

De Spanjaarden koloniseerden in de 16de eeuw in hoog tempo Mexico en grote delen van Midden-Amerika. Dit was niet alleen een militaire operatie; de cultuur en godsdienst werden niet vergeten. Kerken en kathedralen werden gebouwd en Spaanse en Portugese musici werden aangetrokken om in deze godshuizen de muziek te verzorgen en ter plekke opleidingen op te zetten voor een nieuwe generatie musici. Veel Spaanse polyfonie werd meegenomen naar de nieuwe koloniën, maar ook ter plekke werd gecomponeerd. Omdat goede musici in het nieuwe land schaars waren, werd er hierbij enigszins geconcentreerd op enkele kerkelijke hoogtijdagen, zoals Kerstmis, Maria Hemelvaart, de Goede Week en het feest Corpus Christi. Helaas worden veel archieven met oude kerkmuziek in Zuid-Amerika angstvallig bewaakt door lokale musicologen, zodat deze muziek maar mondjesmaat toegankelijk is.

 

Maria-devotie is in Spanje en Portugal altijd een wezenlijk onderdeel van de godsdienst geweest. Bij de Indiaanse bevolking, die de nieuwe godsdienst moest aannemen, viel het idee van een middelares tussen mens en God in goede aarde. En ook het magisch denken dat aan de Maria-devotie kleeft, zal de Indianen vertrouwd zijn geweest. In de kathedraal van Guatemala werd grote aandacht besteed aan de zogenaamde Salve-diensten, vesperdiensten waarin het Maria-lied Salve Regina centraal stond. Naast uit Spanje meegebrachte zettingen van dit lied werden er ook nieuwe zettingen van de kapelmeester uitgevoerd. Guatemala's beroemdste kapelmeester stamde uit Granada en heette Pedro Bermúdez (1558-ca.1605). Hij leverde een hele serie Salve Regina's af, waarin Gregoriaans en meerstemmigheid elkaar afwisselen. Een van de opmerkelijkste composities van Bermúdez is overigens een parodiemis een mis gebaseerd op het muzikale materiaal van een andere compositie over de ensalada La Bomba van Flecha. Zo wordt dus een stuk vol citaten opnieuw geciteerd...

 

Tomás Luis de Victoria (1548-1611) geldt als een van de grootste Spaanse componisten aller tijden. Hij werd geboren in Ávila en was daar van zijn 10de jaar tot zijn 18de koorzanger van de kathedraal. Dit was een gebruikelijke weg om musicus te worden, want bij het bestaan van jonge koorzanger hoorde dagelijkse scholing in het zingen van Gregoriaans, de muziektheorie, het contrapunt, compositie en het bespelen van instrumenten. In 1567 werd hij naar Rome gestuurd om daar zijn talenten verder te ontwikkelen aan het Jezuïtische Collegium Germanicum. Hij schopte het daar al in 1571 tot kapelmeester van het Romeins Seminarie, als opvolger van Palestrina, en in 1575 tot kapelmeester van het Collegium Germanicum en werd zo verantwoordelijk voor de opleiding van een nieuwe generatie musici. In 1575 werd hij tevens tot priester gewijd iets dat niet ongebruikelijk was voor een kerkmusicus. Tijdens zijn verblijf in Rome werden enkele belangrijke bundels met motetten van hem gepubliceerd.

In de periode 1587-1603 werkte Victoria als koormeester en kapelaan in het Real Convento de las Clarisas Descalzas in Madrid, waar keizerin Maria zich had teruggetrokken. Deze betrekking stelde hem in staat veel te componeren en eervolle aanbiedingen van de grootste kathedralen in Spanje wees hij af. Gedurende zijn laatste jaren trok Victoria zich steeds meer terug uit de openbaarheid en werkte nog slechts als organist aan het Real Convento.

Het motet Vidi Speciosam is bestemd voor het feest van Maria Hemelvaart, het grootste Mariafeest in het Katholieke kerkelijk jaar. Het heel bijzondere aan het motet is, dat Victoria ook nog een hele parodiemis Vidi Speciosam schreef. Het is opmerkelijk dat hij zo een eigen motet als basismateriaal voor een mis gebruikte.  Het moet haast wel betekenen dat dit motet een sterstatus had.

 

Heitor Villa-Lobos (1878-1959) geldt als de grootste Braziliaanse componist. Hij kreeg zijn eerste lessen van zijn vader, die amateur-musicus was, en bleef voor zijn verdere muzikale ontwikkeling het liefst ver uit de buurt van gevestigde instituten, ook al kon hij het Nationaal Muziekinstituut in Rio op den duur niet vermijden. Rond de eeuwwisseling had hij zich ontwikkeld tot een goed musicus en verdiende hij zijn brood door cello te spelen in cafés. Van 1923 tot 1930 studeerde hij in Parijs, dankzij een overheidssubsidie.

In zijn stijl van componeren zijn allerlei invloeden terug te vinden, maar het opvallendst is de invloed van de inheemse volksmuziek, die Villa-Lobos op diverse reizen door de binnenlanden van Brazilië had leren kennen. Over die reizen deden overigens nogal wilde verhalen vol avontuur en kannibalisme de ronde, wat niet slecht was voor zijn roem. Na zijn terugkeer uit Parijs werd het muziek­onderricht in Rio aan hem toevertrouwd en hij drukte er zijn eigen stempel op. Het nieuwe onderwijs­systeem ontwierp hij zelf en de muziek die hij stimuleerde was geworteld in verschillende soorten volksmuziek en deed een expliciet beroep op het Braziliaans patriottisme. Veel van zijn koorwerken uit deze periode hebben een educatieve grondslag en de meeste zijn geschikt om door kinderkoren gezongen te worden.

Bendita Sabedoria (Gezegende Wijsheid) is een laat werk van Villa-Lobos. Het werd voor het eerst uitgevoerd in 1958 bij de opening van het nieuwe UNESCO-gebouw in Parijs. Het bestaat uit zes miniaturen op korte bijbelcitaten over wijsheid, vijf uit het boek Spreuken, één uit de psalmen. Of het daarmee ook als geestelijk werk gezin moet worden is eigenlijk de vraag, want Villa-Lobos' tekstkeuze is algemeen humanistisch en de muziek lijkt eerder op de vorm van de tekst geïnspireerd te zijn, dan op de betekenis.

Teksten en vertalingen

Alfonso X el Sabio (1221-1284)

Santa Maria, strela do dia  

Santa Maria, strela do dia,
mostranos via pera Deus e nos guia.

Heilige Maria, ster van de dag,
toon ons de weg naar God, wees onze gids.

Ca veer fazelos errados que perder
foran per pecados entender
de que mui culpados son;
mais per ti son perdõados
da ousadia que lles fazia
fazer folia mais que non deveria.

U volgt degenen die verliezen
en verleid worden door hun zonden
begrijpt, dat ze schuldig zijn,
maar U vergeeft hen.

 

Santa Maria, strela do dia,
mostranos via pera Deus e nos guia.

Heilige Maria, ster van de dag,
toon ons de weg naar God, wees onze gids.

Amostrarnos deves carreira
por gãar en toda maneira
a sen par luz e verdadeira
que tu darnos podes senlleira;
ca Deus a ti a outorgaria
e a querria por ti dar e daria.

U laat zondaars en verdoemden schuld bekennen en vergeeft hen hun vermetelheid . U moet ons tegen elke prijs gidsen naar het echte licht.

Santa Maria, strela do dia,
mostranos via pera Deus e nos guia.

Heilige Maria, ster van de dag,
toon ons de weg naar God, wees onze gids.

Guiar ben nos pod’ o teu siso
mais caren pera Paraíso
ù Deus ten sempre goy’ e riso
pora quen en el creer quiso;
e prazarmia se te prazia
que foss’ a mia alm’ en tal compañía.

Uw wijsheid kan ons naar het paradijs brengen, waar God altijd glimlacht naar hen die in hem geloven. Hoezeer wens ik, als het u belieft, dat mijn ziel zich daar bevond.

Santa Maria, strela do dia,
mostranos via pera Deus e nos guia.

Heilige Maria, ster van de dag,
toon ons de weg naar God, wees onze gids.

 

 

Tomás Luis de Victoria (1548-1611)

Vidi Speciosam

Vidi speciosam, sicut columbam ascendentem desuper rivos aquarum,
cuius inaestimabilis odor erat nimis in vestimentis eius.
Et sicut dies verni circumdabant eam flores
rosarum et lilia convallium.

Ik heb haar gezien, mooi als een duif,

Oprijzend over stromen water,

De geuren van haar kleding zijn onschatbaar.

En net als een lentedag is zij omgeven door rozen en lelies van de vallei.

 

Quae est ista quae
ascendit per desertum,
sicut virgula fumi,
ex aromatibus
myrrhae et thuris?

Wie is zij,
die daar komt uit de woestijn
als een zuil van rook,
in een wolk van wierook en mirre,
in een geur van kostbare kruiden?


 

Pedro Bermúdez (1542-1606)

Salve Regina

Salve, 

Regina

, Mater misericordiae, 


vita, dulcedo, et spes nostra, salve. 

Ad te clamamus, exsules filii Hevae, 
ad te suspiramus, gementes et flentes 
in hac lacrimarum valle. 


 
Wees gegroet, koningin, moeder van barmhartigheid: 
ons leven, onze vreugde en onze hoop, wees gegroet. 

Tot u roepen wij, ballingen, kinderen van Eva; 
tot u smeken wij, zuchtend en wenend 
in dit dal van tranen.

Eia, ergo, advocata nostra, illos tuos 
misericordes oculos ad nos converte; 
et Iesum, benedictum fructum ventris tui, 
nobis post hoc exilium ostende. 

O clemens, O pia, O dulcis Virgo Maria.

Daarom dan, onze voorspreekster, 
sla op ons uw barmhartige ogen 
en toon ons, na deze ballingschap, 
Jezus, de gezegende vrucht van uw schoot. 

O goedertieren, o liefdevolle, o zoete maagd Maria. 

 

 

Juan Escribano (1470-1557)

Paradisi Porta

Paradisi porta per Evam 
cunctis clausa est 
et per Mariam Virginem 
iterum patefacta est

De poort van het paradijs 
werd door toedoen van Eva gesloten, 
maar door de Maagd Maria 
wederom geopend.

 

 

Koldo Pastor (geb. 1947)

Stabat Mater

Stabat Mater dolorosa 
juxta crucem lacrimosa
Dum pendebat filius;
Cujus animam gementem, 
Contristatam et dolentem
Pertransivit gladius.

O quam tristis et afflicta 
Fuit illa benedicta 
Mater unigeniti!

Naast het kruis, met wenende ogen, 
stond de Moeder droefgebogen, 
waar haar zoon te lijden hing. 

Ach, hoe haar door 't zuchtend harte, 
medelijdend met zijn smarte, 
't zwaard van droefheid henenging. 

O, hoe weende in pijn en rouwe, 
die gebenedijde vrouwe, 
Moeder van Gods enige Zoon


 

 

Vert. Helene Nolthenius

 

 


Mariano J. Jiménez (geb. 1970)

Ave Maria

Ave, Maria, gratia plena,
Dominus tecum.

Benedicta tu in mulieribus,
et benedictus fructus ventris tui, Jesus.

Sancta Maria, Mater Dei,
ora pro nobis peccatoribus,
nunc et in hora mortis nostrae. Amen.

Wees gegroet Maria, vol van genade.
De Heer is met U.

Gij zijt de gezegende onder de vrouwen.
En gezegend is Jezus, de Vrucht van Uw schoot.

Heilige Maria, Moeder van God,
bid voor ons, zondaars,
nu en in het uur van onze dood. Amen.

 

 

Heitor Villa-Lobos (1887-1959)  

Bendita Sabedoria

1. 
Oh! Ah! Sapientia foris predicat, 
in plateis dat vocem.

 
De wijsheid spreekt in het openbaar, 
op pleinen verheft zij haar stem.

2. 
Vas pretiosum labia scientiae.

 

Het kostbaarste kleinood zijn verstandige lippen.


3. 
Principium sapientiae, 
posside sapientiam.

 

Het begin der wijsheid is: 
verwerf wijsheid.

4. 
La, la, la! Vir sapiens, fortis est.


Een wijs man is sterk.

5. 
Beatus homo qui invenit sapientiam 
et qui affluit prudentia; 
melior est acquisitio eius 
negotiatione argenti et auri primissimi.

 
Gelukkig de mens die wijsheid vindt 
en inzicht verkrijgt; hun opbrengst 
is beter dan die van zilver en goud.

6. 
Dexeteram tuam sic notam fac: 
et eruditos corde in sapientia.


Uw rechterhand zij ons tot teken: 
dat wij een wijs hart bekomen.

 

 

Spreuken en Psalm 90

Vert. Eduard van Hengel

 

Mateo Flecha (1481-1553)

Mateo Flecha of in het Catalaans Mateu Fletxa studeerde waarschijnlijk in Barcelona, was kapelmeester van de kathedraal in Lérida en werkte aan de hertogelijke hoven in Guadalajara en Valencia. Zijn roem kreeg hij niet in de eerste plaats door zijn kerkmuziek, maar door zijn ensaladas. Deze stukken waren bedoeld als vermaak tijdens grote feesten aan het hof. De term ensalada (salade) slaat erop dat er van alles terug te vinden is in deze stukken: bekende liedjes van de straat worden geciteerd, naast beroemde muziekstukken van collega-componisten, en meestal worden er diverse talen door elkaar gebruikt. Zijn neefje Mateo Flecha jr. zorgde voor de uitgave van de beste ensaladas in Praag in 1581, honderd jaar de geboorte van zijn oom, waardoor we deze muziek nu nog steeds kennen.

La Justa is bestemd voor een feest rond kerstmis, want op het eind wordt alle christenen een goede kersttijd en een gelukkig nieuwjaar gewenst. In La Justa wordt het verhaal verteld van een toernooi, waarin de afvallige engel Lucifer eerst Adam – met Eva als zijn dame op de tribune verslaat, waardoor de mens aan het kwaad is overgeleverd. Gelukkig komt als tweede strijder Christus met uiteraard Maria als dame en die slaagt erin Lucifer alsnog te verslaan. Onder de citaten vinden we een fragment uit La Guerre van Jannequin.

 

La Justa (het toernooi)

Oíd, oíd los vivientes!

Una justa que se ordena.

Y el precio d'ella se suena

que es la salud de las gentes.

 

Luistert, luistert, alle levenden!

Een toernooi is aangekondigd.

De prijs die uitgelooft is,
is de redding van de mensen.

Salid, salid a los miradores

para ver los justadores,

que quien ha de mantener

es el bravo Lucifer

por honra de sus amores.

¿Quién es la dama que ama?

¿Y quién son los ventureros?

Sólo son dos caballeros.

La dama Envidia se llama.

Diz que dize por su dama

al mundo como grossero:

"para tí la quiero,

noramala, compañero,

¡para tí la quiero!".

 

Gaat, gaat naar de tribunes
om de strijdenden te zien
want degene die de leiding heeft
is de machtige Lucifer
voor de eer van zijn geliefden.
Wie is dan die dame die hij liefheeft?
en wie zijn de uitdagers?

Er zijn slechts twee ridders.

De dame noemt zich Afgunst.

Vertel wat hij zegt ten gunste van zijn dame zo onbehouwen tegen de wereld:

“Voor jou hou ik van haar,
in het uur des onheils, makker,
voor jou hou ik van haar!”

Paso, paso sin temor

que entra el mantenedor,

pues toquen los atabales,

¡ea, diestros oficiales!

Llame el tiple con primor:

Stap voorwaarts, zonder angst,
want de voorzitter komt binnen.

Speel de pauken.

Hé, bekwame helpers,

laat de sopraan eens mooi zingen:


 

Tin tin tin.

¡Oh, galán!

Responda la contra y el tenor:

Tin, tin, tin.

O, wat prachtig!

De alt en de tenor antwoorden:

Tron, tron...

¡Sus! Todos:

"Ti pi tipi tin, pirlin..."

"Cata el lobo do va, Juanilla,

¡cata el lobo do va!".

 

Tron, tron...

Nu allemaal samen!

tintin, pirlin, tintin, pirlin, ...

"Zing van de wolf waar hij gaat, Juanilla;

zing van de wolf waar hij gaat."

La soberbia es el padrino,

una si lla es la cimera,

¡Oh, qué pompa y qué manera

escuchad que el mo te es fino:

    "Super astra Dei

    exaltabo solium meum

    et similis ero Altissimo".

 

Hoogmoed is zijn beschermer;

zijn wapenschild is een zetel.

O wat een pracht, wat een glans!

Hoort, wat een prachtige motto:

    "Boven de sterren van God

    zal ik mijn zetel verheffen

    en ik zal de Allerhoogste gelijken."

El mantenedor es fiero

callad y estemos en vela

que otro viene ya a la tela.

De kampioen is trots.

Zwijg , we moeten opletten,

want een ander betreedt het strijdperk.

¿Quién es el aventurero?

Adán padre primero,

rodeado de Prophetas.

 

Wie is deze avonturier?

Het is Adam, de eerste mens,

omgeven door profeten.

¡Ojo! ¡Alerta compañero,

que ya tocan las trompetas!

"Fan, fre-le-re-le-ran fan, fan"

¿Por quién justa nuestro Adán?

por la gloria primitiva.

¡Viva! ¡Viva! ¡Viva!

 

Kijk uit! Kijk uit! Let op, vriend,

de hoorns klinken al!

"Fan, fan, frelerelé, rarón, fan, fan"

Voor wie strijdt onze Adam?

Voor de basisoverwinning.

Hoera, hoera, hoera!

Sus padrinos, ¿quién serán?

Los Santos Padres que y van

puestos a sus derredores

cantando un cantar galán

por honra de sus amores:

Wie zijn zijn beschermers?

De Aartsvaders,

om hem heen gezeten,

die een galant lied zingen

ter ere van zijn geliefde:

    "Si con tantos servidores

    no ponéis tela, señora,

    no sois buena texedora".

 

    "Als je met zoveel dienaressen

    geen stof kan maken, vrouwe,

    dan ben je geen goede weefster".

Alhajas trae por devisa

con que os finareis de risa.

¿Y qué son?

¡Una pala y açadón

y la letra desta guisa:

"Laboravi in gemitu meo,

lavabo per singulas noctes lectum meum".

De sieraden die hij draagt

zijn om je dood te lachen.

Wat zijn dat dan?

Een schop en een houweel,

met daarop als motto:

"Ik heb zuchtend gewerkt

ik zal nacht na nacht mijn bed verschonen."


 

Ea, ea, que quieren romper

las lanças de competencia

la de gula Lucifer

Adán la de ignocencia,

mas de ver su gran patientia

no hay quien no cante de gana:

"¡Que tocan alarma, Juana,

hola que tocan alarma!"

 

Kijk, nu vellen ze

de lansen voor de strijd!

Die van Lucifer heet 'Gulzigheid',

en die van Adam 'Onschuld'.

Bij het zien van zijn grote lijdzaamheid

is er niemand die niet uitroept:

"Laat het beginsignaal klinken, Juana!

Hé, geef het beginsignaal!"

¡Dale la lança! ¡Dale la lança!

El trompeta dice ya:

¡Helo va! ¡Helo va! ¡Tub, tub, tub!

Corran corran sin tardança.

¡Ciégalo tu, San Antón

Guárdalo, señor San Blas!

¡Tropele, tropele, tras!

¡Oh, qué terrible encontrón!

Adán cayó para atrás.

 

Richt de lans, richt de lans!

De hoorns zeggen:

Hé komaan! Hé komaan! Tup, tup, tup.

Rennen, rennen, zonder aarzelen!

Heilige Antonius, verblind hem!

Bescherm hem, Heer Heilige Blasius!

Trópele, trópele, tras.

O, wat een vreselijke botsing!

Adam valt achterover!

 

Buscad d'hoy más, peccadores

quien sane vuestros dolores.

"Que no son amores

para todos hombres".

 

Zondaars, zoek van nu af aan

iemand anders om uw pijn te verzachten.

    "Want er is geen liefde meer

    voor alle mensen."

¡Aparte, todos aparte!

¿Quién viene? ¡Dezid-nos d'él!

Un cavallero novel, Dios de Israel.

¡Guarte, guarte, Lucifer!

 

Aan de kant allemaal, opzij!

Wie komt daar? Vertel ons van hem!

Het is een nieuwe ridder, de God van Israel.

Let op, Lucifer!

"Mala noche haveis de haver

don Lucifer,

aunque seáis más letrado y bachiller".

 

"Je zal een slechte nacht hebben,

don Lucifer,

ofschoon je wijzer en geleerder bent."

¡Venga, venga'l gran Señor!

Háganle todos el buz.

Su cimera es una cruz

su padrino el Precursor

que da voces con hervor:

"Ecce qui tollit peccata mundi".

 

Laat hem komen, de grote heer!

ledereen moet hem eren.

Zijn wapenschild is een kruis

zijn beschermer Johannes de Doper,

die roept met vurige stem:

"Ziet hier degene

    die de zonden van de wereld draagt".

¿Y por quién ha de justar?

Por la que no tiene par.

¿Quién sería?

"Virgo María, caelorum via,

de los errados la guía".

¿Y el mote? Cual no se vió:

"Sitio, sitio".

 

En voor wie gaat hij strijden?

Voor haar die haar gelijke niet heeft.

Wie kan dat zijn?

De maagd Maria, de weg naar de hemel,

zij die de dwalenden leidt.

En zijn motto? Het is onzichtbaar.

Maakt plaats! Opzij!

 


 

Denles las lanças de guerra,

a Cristo la de justitia

y a Luzbel la de cobdicia.

No yerra de caer muy presto en tierra

¡Dale la lança, que ya va

nuestra bienaventurança!

¡Tras, tras, tras, tras, tras.

grita y alarido,

que Lucifer ha caído!

¡Vade retro, Satanas!

Muy corrido va Luzbel,

¡A él, a él, que trae fardel!

¡Vaçia, que ya enhastía!

Scantémosle un pedaço

del taço y el baço

las cuerdas del espinaço

y en la frente con un maço

y en las manos gusanos,

y a vosotros los cristianos:

¡Buenas Pascuas y buen año

que es deshecho ya el engaño!

 

Geef hen de lansen voor het gevecht:

Christus dat van de Gerechtigheid,

En Lucifer dat van de Hebzucht.

Pas op niet meteen op de grond te vallen.

Richt de lans! want nu

is ons geluk in het geding!

Tras, tras, tras, tras, tras.

Geschreeuw en gejuich,

want Lucifer is gevallen!

Naar achter, Satan!

Beschaamd neemt Lucifer de benen.

Achter hem aan! Welk een ransel draagt hij!

Hij leegt hem want hij is te zwaar!

Laten we een toverspreuk uitspreken

over zijn achterste en zijn milt,

over de zenuwen in zijn ruggegraat,

en met een hamer in zijn voorhoofd,

en wormen in zijn handen.

En u, Christenen,

Een Goede Kersttijd en gelukkig nieuwjaar, want het bedrog is voorbij!

 

    "Laudate Dominum omnes gentes

    laudate eum omnes populi".

 

    "Looft de Heer alle mensen:

    Looft hem alle volken."

 

 


Juan Vásquez (ca.1500-ca.1560)

Hoewel Juan Vásquez zijn opleiding kreeg als koorknaap aan de kathedraal van Badajoz en het grootste deel van zijn hele leven in dienst stond van de kerk, werd ook hij vooral bekend vanwege zijn seculiere muziek. Het populairst werden zijn villancicos. Dit waren kunstige, maar niet al te ingewikkelde meerstemmige zettingen, veelal op volksmuziek geïnspireerd. Maar wellicht nog interessanter zijn de 4- en 5-stemmige zettingen van Spaanse sonnetten. We maken hier kennis met hoofse lyriek van de bovenste plank, geïnspireerd op de Italiaanse literatuur, door Vásquez prachtig getoonzet in een heel eigen sobere, maar effectieve stijl. De laatste tien jaar van zijn leven, woonde en werkte Vásquez in Sevilla, waar zijn werk ook werd uitgegeven.

 

Determinado amor

(Recopilación de Sonetos y Villancicos a quatro y a cinco, 1560)

- Sonetos y Villancicos a cinco vozes -

Determinado amor a dar contento,

A mi que tan sin él siempre é bivido,

Junta mis ojos bien con mi sentido,

Por ver qué tal es mi conocimiento.


 
Vastberaden liefde om vreugde te geven

Aan mij die altijd zó zonder haar heeft geleefd,

Verenigt mijn ogen met mijn gevoel

Om te zien hoe mijn bewustzijn is.

Mostróme un nuevo ser, un sentimiento


 
Tan alto, que de vista lo é perdido;

Y el alma va tras él, porque á entendido,


 
Que aquest'es sólo su contentamiento.


 
Zij heeft mij een nieuw bestaan getoond, een gevoel

Zo hoog, dat ik het uit het oog heb verloren;

En de ziel gaat er achter aan, omdat zij begrepen heeft

Dat dit alleen haar vreugde is.

No ay más que desear, no ay alegria

Tan dulce como el mal que mi alma siente,

Por ver que va corriendo al paraíso.


 
Er is niets meer om naar te verlangen, geen vreugde

Zo zoet als mijn ziel het kwaad voelt,

Om te zien dat zij naar het paradijs snelt.

Vos soys sola, señora, quien la guia;

Todo bien fué fingido en mi lo ausente

Que el verdadero amor asi lo quiso.

U bent alleen, señora, diegene die haar leidt;

Alles goed werd verzonnen in mij het afwezige

Dat de werkelijke liefde het zo wilde.

 

No puedo apartarme

 

No puedo apartarme 

de los amores,  madre; 

No puedo apartarme.


 
Ik kan niet scheiden

Van de geliefden, moeder;

Ik 

kan

 niet scheiden.

Maria y Rodrigo

Arman un castillo

Maria en Rodrigo

Zetten een kasteeltje op


 

 
Vert. Hanna Thuranszky

Gaspar Fernandes (ca. 1565-1629)

In de periode van 1580 tot 1640 waren de Spaanse koningen tevens koning van Portugal – Philips II van Spanje was ook Filipe I van Portugal. Het bevorderde de Spaans-Portugese samenwerking bij het veroveren van het nieuwe land. Zo kwamen ook Portugese musici te werken in Midden-Amerika, onder wie Gaspar Fernandes beproefde zijn geluk in het nieuwe land. Vanaf 1599 was hij aangesteld in Guatemala, maar de laatste 23 jaar van zijn leven werkte hij aan een andere belangrijke kathedraal, die van Puebla in Mexico. Naast alle kerkmuziek schreef hij villancicos, in een iets complexere stijl dan die van Vásquez. Heel opmerkelijk is de taalkeuze in de villancicos van Fernandes: behalve Spaans vinden we een oud Portugees-Galicisch dialect terug, maar ook Indiaanse talen! Pois con tanta graça is geschreven in het oude Portugees-Galicisch dialect. Het lijkt erop te duiden dat er in Puebla een behoorlijke groep Portugese musici actief was.

Vaak waren deze villancicos bedoeld voor feestelijke gebeurtenissen. In Pois con tanta graça wordt de geboorte van een nieuw Portugees prinsje bezongen. Het moet wel haast gaan over Philips IV/Filipe III, die in 1605 geboren werd. Maar wellicht hebben enkele nationalisten ook toen al gedacht aan João IV, die in 1604 geboren werd en die na de anti-Spaanse volksopstand van 1640 de troon zou bestijgen.

 

Pois con tanta graça

Pois con tanta graça belo 

a naçido o belo niño 

tocay voso panderiño

batista sua churumbela

toca afonso a guitarrela

a for a for a ratiño

follijay portuguesiño

Omdat met zoveel gratie

Het schone kind is geboren

Speel uw tamboerijn

Batista zijn churumbela

Speel, Afonso, uw gitaar

"a for a for a ratinho"

Dans, kleine Portugees

 

Fufurrufu

seja bem venido noso dues 

a se folgar ay que estos fidalguiños

folgão de o feste jar 

ay que me morro

ay que me fino

de amores da may donsela

e seu belo fidalguiño

Fufurrufu

Verwelkom onze god

Vier feest met heel de adel

Koning van de feestvierders

Ai, ik sterf

Ai, ik leef

Van liefde voor mijn vrouwe

en haar schone kleine edelman

 

E minino tão fermoso que se semeja 

a sua may

e todo porque seu pay

e portugues muy honrroso

En ook al is de kleine jongen zo mooi

als zijn moeder

En is zijn vader

een zeer edele Portugees

Ainda que no portal naçe 

o minino chorando 

pode ser que tempo andando

seja rey de Portugal.

Dan nog wordt het kind

huilend geboren in het portaal

Maar in de loop der tijd

wordt hij koning van Portugal.


 

 

Vert. Pedro Maia Gonçalves


Dinorá de Carvalho (1895-1980)

Donirá de Carvalho was in eerste instantie concert­pianiste. Ze studeerde aan het conservatorium van São Paulo, waar zij op 15-jarige leeftijd haar diploma ontving. Maar haar ambitie reikte verder. Zij nam compositielessen bij Lamberto Baldi en componeerde o.a. balletten, koorwerken, liederen en orkestwerken, waaronder vier pianoconcerten. Haar werk werd niet door iedereen gewaardeerd, maar ze mocht rekenen op de welwillendheid van Heitor Villa-Lobos. Vanaf 1939 leidde zij in São Paulo een door haarzelf opgericht vrouwenorkest, wat in het door machismo doordrenkte Brazilië toch erg opmerkelijk genoemd mag worden. Dat zij als componist ook officiële erkenning in Brazilië kreeg, blijkt uit het feit dat zij als eerste vrouw werd opgenomen in de Academia Brasileira de Música. Een aantal van haar werken is als bijlage bij het tijdschrift van deze academie verschenen, hieronder ook haar koorstuk Ou-lê-lê (1945). In het Teatro São Pedro in São Paulo werd in 2002 een kamermuziekzaal met haar naam in gebruik genomen.

 

Ou-lê-lê-lê!

Oulêlê, oulálá, é o ma de punga,

é o verde má de navegá!

Olélé, olala, het is de sambazee, 

het is de groene zee die we bevaren.

 

 

Arturo Dúo Vital (1901-1974)

Arturo Dúo Vital stamt uit het Baskische Castro Urdiales en deze stad bleef hij ondanks vele reizen en betrekkingen in andere steden altijd trouw. Van het lokale koor, de Sociedad Coral, was hij aanvankelijk gewoon lid, later dirigent. Hij studeerde eerst in het conservatorium in Bilbao, later ook in Parijs compositie bij Paul Dukas en in Madrid orkestdirectie. Tijdens de Spaanse burgeroorlog zat hij een tijd gevangen vanwege zijn republikeinse gezindheid. Hij legde een grote belangstelling aan de dag voor de volksmuziek uit het westelijk deel van de Spaanse Pyreneeën en het gebied rond Santander, de Montaña. Voor een aantal sololiederen kreeg hij compositieprijzen, o.a. voor Seis canciones montañesas. Als actieve koordirigent maakte Dúo Vital logischerwijs ook koorzettingen van montanese liederen, waaronder Mozuca.

 

"Mozuca" (Cancion montañesa)

Dicen que eres buena moza

buena moza no lo eres

dicen que eres resalada

¿donde está la sal que tienes?


 
Ze zeggen dat je een knappe meid bent

Een knappe meid dat ben je niet

Ze zeggen dat je pittig bent

Waar is de pit die je hebt?

Yo la vi y ella me miraba y

en la mano llevaba una jarra.

Por tres cosas te he querido por morena

  y por alegre y por los ojos bonitos

que aprisionada me tienen 

yo la vi y ella me miraba

y en la mano llevaba una jarra

Ik zag haar en zij keek naar me en

In de hand droeg ze een kruik

Om drie dingen heb ik van je gehouden

Om de brunette en om de vrolijke en om de mooie ogen die mij gevangen houden

Ik zag haar en zij keek naar me

En in de hand droeg ze een kruik

Dicen que eres buena moza

buena moza no lo eres

dicen que eres resalada

¿donde está la sal que tienes?


 
Ze zeggen dat je een knappe meid bent

Een knappe meid dat ben je niet

Ze zeggen dat je pittig bent

Waar is de pit die je hebt?

Yo la vi y ella me miró

y en la mano llevaba una flor

Ay que si ay que no

si tú tienes huerta prado tengo yo

ay que sí que sí

ay que no que no

si tú tienes madre “güela” tengo yo

Ik zag haar en ze keek me aan

En in de hand droeg ze een bloem

Wee zo ja wee zo nee

Als jij een boomgaard hebt, heb ik een weiland 

Wee zo ja zo ja

Wee zo nee zo nee

Als jij moeder hebt, heb ik een oma


 
Si tú tienes madre, abuela tengo yo

Si tú tienes jarra, vino tengo yo


 
Als jij moeder hebt, heb ik een grootmoeder

Als jij een kruik hebt, heb ik wijn


 

 
Vert. Hanna Thuránszky

 

 

El Metro de Doce

El metro de doce son cuatro donceles,

donceles latinos de rítmica tropa,

son cuatro hijosdalgo con cuatro corceles;

el metro de doce galopa, galopa...


 
De versmaat van twaalf zijn vier pages

Latijnse pages van ritmische troepen

Het zijn vier edelmannen met vier rossen

De versmaat van twaalf galoppeert, galoppeert....

Eximia cuadriga de caso sonoro

que arranca al guijarro sus chispas de oro,

caballos que en crines de seda se arropan

o al viento las tienden 

como

 pabellones;

pegasos fantasmas, los cuatro bridones

galopan, galopan, galopan, galopan...


 
Uitmuntende vierspan van klinkend geval

Die aan de keien zijn gouden vonken ontlokt

Paarden die zich met zijden manen bedekken

Of ze in de wind uitstrekken als vlaggen

Pegasus schimmen, de vier rossen

Galopperen, galopperen...

¡Oh, metro potente, doncel soberano

que montas nervioso bridón castellano

cubierto de espumas perladas y blancas:

apura la fiebre del viento en la copa

y luego galopa, galopa, galopa,

llevando en Ensueño prendido a tus ancas!


 
Och, krachtige versmaat, oppermachtige page

Die nerveuse Castiliaanse ros bestijgt

Bedekt met parelkleurige en witte veren

De koorts van de wind in de kruin opdrinkt

En daarna galoppeert, galoppeert, galoppeert,

Het Droombeeld achterop je paard meevoerend!

El metro de doce son cuatro garzones,

garzones latinos de rítmica tropa;

son cuatro hijosdalgo con cuatro bridones:

el metro de doce galopa, galopa...

De versmaat van twaalf zijn vier jongelingen

Latijnse pages van ritmische troepen

Het zijn vier edelmannen met vier rossen

De versmaat van twaalf galoppeert, galoppeert....


 
Amado Nervo

Vert. Hanna Thuránszky