april 2010

HÄNDEL IN EUROPA

- zaterdag 24 april om 20:15 uur, Leiden Marekerk
- zondag 25 april om 15:15 uur, Amsterdam Engelse kerk

Händel in EuropaToelichting

Recensie


Programma Händel

 

Georg Friedrich Händel
(1685- 1759)
Dixit Dominus (Psalm 109)
  The Lord is my light uit
Chandos Anthems
Henry Purcell
(1659-1695)
Praise the Lord, O my soul,
and all that is within me
(Psalm 103)
Antonio Vivaldi
(1678-1741)
Credidi propter (een zetting
van een deel van Psalm I 15)

 

De carrière van Georg Friedrich Händel lijkt een beetje op die van een moderne profvoetballer. Geboren in Duitsland in 1685 (het zelfde jaar als Bach) boekte hij aanvankelijk successen in zijn geboorteland, maar hij brak pas werkelijk door tijdens enkele zeer succesvolle, door rijke geldschieters gesponsorde jaren in Italië (1706-1710). Gesteund door de hier opgebouwde roem maakte hij vervolgens vanaf 1712 carrière in Engeland, waar hij, aanvankelijk opnieuw financieel gesteund door rijke edellieden, een briljante loopbaan opbouwde als componist van opera’s, het Engelse oratorium vormgaf en tenslotte in 1759 als gefortuneerd man stierf. Händel was een ster: hij werd bijgezet in Westminster Abbey, in aanwezigheid van duizenden mensen.
Het William Byrd Vocaal Ensemble brengt psalmzettingen van Händel uit zijn Italiaanse en zijn Engelse tijd. Daarnaast klinken psalmzettingen van Purcell en Vivaldi, die bij uitstek de Engelse en Italiaanse muziekwereld vertegenwoordigen waarin Händel terechtkwam.
Het Dixit Dominus (Psalm 109) toont ons de 22-jarige Händel in het zonnige Rome. Dit werk maakte waarschijnlijk deel uit van een uitgebreide Vesper (waarvoor Händel ook het Nisi Dominus en het Laudate Pueri componeerde), die in juli 1707 ten gehore werd gebracht aan het hof van kardinaal Colonna in Rome. Het is fascinerend hoe de jonge, Duitse, protestante Händel de bij uitstek katholieke Latijnse tekst van zeer Italiaanse muziek weet te voorzien, die perfect past bij het triomfantelijke karakter van de tekst. Ook de orkestbezetting met zijn dubbele altvioolpartij (karakteristiek voor de Italiaanse muziek uit de vroege 18de eeuw) laat zien hoe snel de jonge Händel de muzikale indrukken van zijn Italiaanse periode absorbeerde. Maar het verbluffendste te midden van dit alles is wel hoe volkomen "Händel" dit werk is. De muzikale stijlmiddelen van het Dixit Dominus zijn terug te vinden in al Händels latere koorwerken, inclusief de 36 jaar later gecomponeerde Messiah.
In 1717 en 1718 was Händel "composer in residence" aan het hof van de hertog van Chandos. Deze had fortuin had gemaakt in de Spaanse Successieoorlog en gebruikte dit om zijn hof luister bij te zetten met werken van vooraanstaande schilders, beeldhouwers, architecten en musici. Toch was het niet alles goud wat er blonk, hetgeen blijkt uit de beperkte muzikale middelen (bv. geen altviolen), evenals uit het feit dat de musici tevens huishoudelijke taken moesten vervullen. Händel componeerde voor deze hertog elf Anthems, op teksten uit het Book of Common Prayer. Het gebruik van het Engels maakt de Chandos Anthems directer dan de Latijnse psalmen. Toch zijn de muzikale overeenkomsten niet te missen. Het Anthem "The Lord is my light" ontleent zijn tekst aan 8 verschillende psalmen en heeft net zo'n triomfantelijk karakter als het Dixit Dominus.
Deze werken van de relatief jonge Händel laten zien waar zijn kracht lag: in een uniek gevoel voor muzikale dramatiek, gecombineerd met een uitgelezen talent voor melodie. Daarnaast had Händel het unieke talent om met kleine middelen grote effecten te bereiken. Een voorbeeld is de aria "One thing have I desired of the Lord" uit het Chandos Anthem, waar Händel de violen aanvult met twee blokfluiten. De blokfluiten voegen geen enkele nieuwe noot aan de partituur toe, maar geven door hun kleur deze aria een uniek karakter. Dit talent voor melodie, drama en effect kondigen aan hoe Händels carrière verder zou verlopen: als een van de meest succesvolle operacomponisten uit de muziekgeschiedenis.
Henry Purcell (1659-1695) was Händels belangrijkste directe voorganger in Engeland. In zijn korte leven (hij werd slechts 36 jaar) bouwde hij een enorm oeuvre op van anthems, opera’s, geestelijke en wereldlijke liederen en instrumentale muziek. Net als Händel toont Purcell zich een meester in alle gangbare stijlen van zijn tijd, maar staat tevens met beide voeten stevig in de Engelse traditie. In het anthem "Praise the Lord, O my soul, and all that is within me" (een zetting van Psalm 103, gecomponeerd tussen 1682 en 1685) wordt dit onmiddellijk duidelijk in het gepuncteerde ritme van de eerste maten van de inleidende "Symphony" dat een Franse ouverture lijkt aan te kondigen, maar toch typisch Engels blijft. Bovendien is direct duidelijk wie er aan het woord is: de Symphony bevat gedurfde harmonische wendingen die alleen van Purcell afkomstig kunnen zijn. Ook de rest van het werk is stevig verankerd in de Engelse koortraditie, als "verse anthem" met zijn afwisseling van kleine en grote bezettingen.
Antonio Vivaldi (1678-1741) is van alle bekende componisten wellicht de meest onbekende: zijn roem is gebaseerd op zijn instrumentale muziek (met name de vioolconcerten), maar zijn vele opera's en zijn geestelijke muziek bereiken ten onrechte nauwelijks de concertpodia. Vivaldi's geestelijke muziek dateert van de periode 1713-1719, toen hij Maestro di Coro was van de Pieta te Venetië. De Pieta was een instituut voor huisvesting en onderwijs van vondelingen, en Vivaldi's taak bestond uit het leveren van muziek voor het koor van de Pieta, waarmee geldschieters tot het geven van donaties bewogen moesten worden. In dit streng katholieke instituut was een gemengd koor uit den boze, en daar mannelijke scholieren de school sneller verlieten dan vrouwelijke, was Vivaldi's koor een meisjeskoor. Het is opmerkelijk dat hij niettemin gebruikmaakt van tenoren en bassen, en aangenomen wordt dat ALLE partijen door vrouwen gezongen werden, eventueel geoctaveerd, wat geen probleem is daar de partijen door instrumenten werden verdubbeld. Het hier gekozen werk, Credidi propter (een zetting van een deel van Psalm 115) is, overeenkomstig de tekst, een contemplatief en ingetogen werk, dat uitsluitend gebruikmaakt van koor en strijkers, maar niet van solisten.
Zo zijn de psalmen uit Italië en Engeland in dit programma afkomstig van drie componisten die alle drie de opera hoog in het vaandel hadden staan. Maar nog karakteristieker is dat ze alle drie in hun zettingen van respect getuigen voor de muzikale traditie en geschiedenis van hun omgeving.

Paul van der Werf