In Passione Domini

 

ValkestijnValkestijn_tekst

 Moderne Johannespassie in Renaissance-setting
InPassioneDomini1 
In Passione Domini, Sasia van der Wel, sopraan; Nico van der Meel, tenor; Rien Klarenbeek, Jezus; Tony Klaasen, Pilatus; Renaissance-ensemble Rabaskadol olv Fritz Heller, William Byrd Vocaal Ensemble olv Nico van der Meel. Gehoord 26/2, Joseph Kerk, Haarlem.
InPassioneDomini2 


De Josephkerk is koud, de banken hard. Maar het is geen lijdensweg te luisteren naar passiemotetten van Nederlandse Renaissance-componisten. Hoewel de toegang gratis is, zijn maar zo’n zestig mensen op dit bijzondere concert afgekomen. De musici van ensemble Rabaskadol die sopraan Saskia van der Wel en tenor Nico van der Meel begeleiden, spelen op kopieën van renaissance-instrumenten. De zink, die bijna klinkt als een trompet, de dulcianen, voorlopers van de fagot en de viool en basviool geven de muziek een heel andere kleur dan we van moderne of zelfs barokinstrumenten gewend zijn. De motetten klinken devoot, innig, zonder opsmuk. Dat geeft een spirituele lading die verleidt tot contemplatie en onthaasting. Klein als het is, produceert het ensemble een volle klank die in de kerk goed tot zijn recht komt. Het William Byrd Vocaal Ensemble zingt het openingsstuk, een zesstemmig passiemotet uit ca. 1560 van Johannes Utendal, bijzonder welluidend.
            Centraal staat muziek van Jan Valkestijn. Hij is behalve componist ook musicoloog en leidde jarenlang het koor en de koorschool van de Haarlemse St.-Bavo. Zijn instrumentale werk In Passione Domini klinkt middeleeuws maar toch modern doordat hij dissonante intervallen gebruikt in de polyfone melodielijnen. Het stuk ligt niet makkelijk in het gehoor maar is wel spannend en daagt de luisteraar uit zijn oordeel op te schorten. Dat geldt ook voor zijn ‘Johannespassion’. Nico van der Meel vertelt het lijdensverhaal. Hij zingt de recitatieven zonder begeleiding, waardoor ze extra zeggingskracht krijgen. Zijn heldere, lichte tenor wordt afgewisseld door de warme stem van Rien Klarenbeek die invalt voor Siem Groot. Tony Klaasen vertolkt de rol van Pilatus met veel uitdrukking, wat soms ten koste gaat van de helderheid. In openings- en slotkoor en de koralen zorgt Valkestijn voor dramatiek door het gebruik van wisselende maatsoorten en onverwachte samenklanken, terwijl weemoed toch de grondtoon blijft. Hij gebruikt twee bekende koralen van Bach die een rustpunt vormen en door sommige luisteraars zachtjes worden meegezongen. Door de picardische terts klinkt het slotakkoord hoopvol. Fraai omlijst door oude motetten is deze moderne passie zeker de moeite waard om op cd nogmaals te beluisteren, ook al door de schitterende uitvoering van instrumentalisten, solisten en koor.

YNSKE GUNNING