Musica corale del novecento

zaterdag 6 maart 2004, 20.15  Oud katholieke kerk Ruysdaelstraat 39 Amsterdam

zondag 7 maart 2004, 15.00

Oud katholieke kerk Bagijnhof 25 Delft
donderdag 11 maart 2004, 20.15 Doopsgezinde Gemeente Peuzelaarsteeg 3 Haarlem
zaterdag 13 maart 2004, 20.15 Marekerk Lange Mare 48 Leiden

               Recensie Leidsch Dagblad 12 maart 2004

Programma:

Tre Composizioni Corali                                 Ildebrando Pizzetti  (1880-1968)

-         Cade la sera  (Gabriele d'Annunzio)

-         Ululate, quia prope est dies  (Jesaja)

-         Recordare, Domine  (Jeremias)

 

uit: Nonsense (Edward Lear / Carlo Izzo)         Goffredo Petrassi  (1904-2003)

-         C'era una signorina il cui naso

-         C'era un vecchio musicale

-         C'era un vecchio di Rovigo

-         C'era una vecchia di Polla                         

uit: Canti Carnascialeschi                            Robert Heppener  (geb. 1925)       

-         Trionfo di Bacco e d' Arianna  (Lorenzo de' Medici)  

-         Canto de' Diavoli  (Niccolo Machiavelli)

E si fussi pisci                                              Luciano Berio  (1925-2003)    

 

 Pauze

 

Omaggio a Marenzio  (Fazio degli Uberti)        Hendrik Andriessen  (1892-1981)      

 

Canzone 126  (Petrarca)                           Lars JohanWerle  (1926-2001)    

uit: Sei Cori de Michelangelo il Giovane   Luigi Dallapiccola  (1904-1975)      

-         Il coro delle malmaritate                     

-         Il coro dei malammogliati

 

 

Toelichting

In 2003 verloor Italië twee van zijn belangrijkste componisten, Luciano Berio en Goffredo Petrassi. Internationaal is Berio natuurlijk de bekendste van deze twee componisten, maar de betekenis van Petrassi voor het muziekleven in Italië zelf is enorm geweest. Hij bekleedde talloze functies, waaronder het directeurschap van de Santa Cecilia in Rome, het belangrijkste conservatorium in Italië. Zijn bekendste koorwerken zijn de zettingen van limericks van de dichter Edward Lear in een vertaling van Carlo Izzo onder de titel ‘Nonsense’.

Een voorganger van Petrassi, als directeur en als leraar compositie van de Santa Cecilia, was Ildebrando Pizzetti. Ook Pizzetti was een zeer invloedrijk man in de muziekwereld. En hoewel hij over het algemeen gezien werd als muzikaal conservatief, werd hij alom gewaardeerd en geprezen. Van zijn vele koorwerken kozen we voor dit programma een drieluik van heftig emotionele koorcomposities uit 1942/3, de ‘Tre Composizioni Corali’.

Ook in Nederland hebben we éminences grises als Pizzetti gehad, bijvoorbeeld Hendrik Andriessen. Ook hij was muzikaal tamelijk conservatief, maar zeer gewaardeerd als componist. Als directeur van diverse conservatoria stimuleerde hij ook nieuwe ontwikkelingen in de muziek. Van Andriessen staat er een stuk op het programma, ‘Omaggio a Marenzio’, dat een uiting is van zijn fascinatie voor de 16e eeuwse componist Marenzio. Bepaalde stijlkenmerken neemt hij over en gebruikt hij in zijn zetting van een 14 eeuwse Italiaanse tekst.

Onder de werken van Luciano Berio is een behoorlijk aantal koorwerken. Maar helaas schreef hij niets voor koor a cappella, totdat hij in 2002, een jaar voor zijn dood, een bewerking schreef van een Siciliaans liefdesliedje, ‘E si fussi pisci’.

De zetting is opgedragen aan de schrijver Umberto Eco. Berio was zijn leven lang als componist aan het experimenteren met manieren om aan instrumenten andere geluiden te ontlokken, en ook in dit simpele liedje laat hij het koor ongebruikelijke klanken produceren.

Twee generatiegenoten van Berio, de Nederlander Robert Heppener en de Zweed Lars Johan Werle, kozen oude Italiaanse teksten voor enkele van hun koorcompositites. Werle heeft een serie stukken op tekst van Petrarca gemaakt, waarvan vooral de Canzone 126 beroemd geworden is. Heppener maakte een hele serie stukken op teksten die met de carnavalfeesten verbonden waren. Werle en Heppener tonen zich beide echte generatiegenoten van Berio, doordat zij beide spreekkoren door het gezongen materiaal weven.

Honderd jaar geleden, in 1904, werd Petrassi geboren en hij werd bijna 99 jaar oud. In Italië worden dit jaar dan ook veel herdenkingsconcerten gehouden ter ere van Petrassi. Veelal worden op die concerten ook stukken geprogrammeerd van een andere grote Italiaanse componist die eveneens in 1904 geboren werd: Luigi Dallapiccola. Hij was een overtuigd modernist en een van de eerste Italiaanse componisten die dodecafonisch te werk ging. Toch bewees hij ook zijn vakmanschap in andere stijlen, zoals zijn zes koorcomposities op teksten van Michelangelo Buonarotti il Giovane bewijzen. Van deze zes zijn er twee voor koor a cappella; deze buitengewoon fraaie en expressieve stukken besluiten het programma.