Muziek voor de Passietijd
maart 2001

Orlandus Lassus (1532(?)-1594):
Stabat Mater
(München, 1585)*

Don Carlo Gesualdo (1560-1613):
9 responsoria
(1611)

O vos omnes (za, 5)
Tristis est anima mea (do,2)
Plange quasi vrigo (za, 3)
Omnes amici mei (vr, 1)
Tenebrae factae sunt (vr, 5)
Animam meam dilectam (vr, 6)
Velum templi scissum est (vr, 2)
Aestimatus sum (za, 8)
Caligaverunt oculi mei (vr, 9)

uit 'Responsoria Sanctae Spectantia et Alia ad Officium Hebdomadae'

Hugo Distler (1908-1942):
Choral-Passion
(1932)

Evangelist:         Marcel Beekman
Jezus:                 Frans Huijts
Hoherpriester:        Niek Nieuwenhuijsen
Judas/Schächer: Andreas Polman
Pilatus:                 Frits Hali

 


Toelichting

 

In de tijd van Don Carlo Gesualdo Principe di Venosa (ca. 1560-1613) was er grote behoefte aan emotionele expressie in de muziek. Om deze expressie te verwezenlijken probeerde men de tekst zo helder mogelijk over het voetlicht te krijgen door minder polyfoon te schrijven en zangers te laten begeleiden door een basso continuo, de zogenaamde seconda prattica. Gesualdo bleef het echter zoeken in de oude vormen van de prima prattica en verwezenlijkte grote expressiviteit door het gebruik van zeer gewaagde opeenvolgingen van harmonieën en grote contrasten in tempo. Hij is hoofdzakelijk bekend geworden door zijn zes boeken met vijfstemmige madrigalen. In deze madrigalen lijkt Gesualdo totaal in beslag genomen door het thema liefde en dood. Gebeurtenissen in zijn persoonlijk leven waren hier waarschijnlijk niet vreemd aan: vanaf 1590 zag hij zich genoodzaakt een teruggetrokken bestaan te leiden, omdat hij zijn vrouw en haar minnaar vermoord had, nadat hij hen betrapt had "in flagrante delicto".

 

Naast de Mis kent de Katholieke Kerk gebedsdiensten die thuis horen in het Officie. De bekendste van deze diensten zijn de metten en de lauden, die vroeg in de ochtend thuishoren, en de vespers en de completen, die hun plaats hebben in de avond. De metten zijn in dit verband belangrijk, en meer in het bijzonder de drie responsoria die in het centrale deel van de metten, de zogenaamde nocturne, gezongen worden. In deze responsoria zingen oorspronkelijk voorzangers en koor afwisselend; de vorm hangt enigszins af van de kloosterorde, maar wel komt in de derde van de responsoria altijd iets meer tekstherhaling voor dan in de andere twee. Op belangrijke dagen in het kerkelijk jaar wordt de dienst van de metten nog aanzienlijk uitgebreid door niet één nocturne, maar drie nocturnes op te nemen; op zulke dagen worden er dus negen responsoria in de metten gezongen. De metten van Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paaszaterdag worden ook wel de donkere metten genoemd en ook deze metten bevatten ieder drie nocturnes, en dus negen responsoria. De teksten van deze responsoria zijn gebaseerd op bijbelteksten; vaak bewerkstelligt hierbij het gebruik van de eerste persoon een sterke subjectieve betrokkenheid bij het lijden.

Gesualdo's Responsoria Sanctae Spectantia et alia ad Officium Hebdomadae (Napels, 1611) bevat zesstemmige zettingen van alle zevenentwintig responsoria voor de donkere metten, aangevuld met twee andere eenvoudige gezangen (Benedictus en Miserere) voor het officie. In deze responsoria gebruikt Gesualdo zijn experimentele harmonische verbindingen wat spaarzamer dan in de madrigalen. Maar doordat ze temidden van langzaam voortbewegende, uiterst donker gekleurde passages staan, hebben ze een hartverscheurende uitwerking.

De sequens Stabat Mater wordt tegenwoordig gezongen op het feest van de Zeven Smarten van Maria (15 september), maar hoorde oorspronkelijk thuis op Goede Vrijdag. Het is een 13e eeuws gedicht van 20 strofen van elk drie regels, dat meerstemmig getoonzet is door zeer veel componisten, omdat de tekst eenvoudig is en zijn grote expressiviteit direct aanspreekt.

De Zuid-Nederlandse componist Orlandus Lassus (1532-1594) was een van de grote meesters van de prima prattica. Hij liet een enorm oeuvre na en zijn invloed op het muziekleven in heel Europa was buitengewoon groot. Vanaf 1556 was hij aan het hof van hertog Albert V in München werkzaam en hij zorgde ervoor dat München een van de grote muziekcentra van de tweede helft van de 16e eeuw werd. Lassus' zetting van het Stabat Mater die op dit programma staat, stamt uit 1585. Het is een dubbelkorig stuk met één hoog koor en één laag koor. De beide koren zingen afwisselend steeds twee strofen van het gedicht; maar in de laatste twee strofen verenigen de twee koren hun krachten om uiteindelijk in totale rust en harmonie een verbijsterend simpel Amen te laten klinken.

 

Hoewel Heinrich Schütz (1585-1672) experimenteerde met de seconda prattica, gaf hij zich er niet onvoorwaardelijk aan over. Hij onderstreepte het belang van de verworvenheden van de prima prattica met zijn geheel in de oude stijl geschreven Geistliche Chormusik (1648). Ook zijn Passionen zijn geheel a capella. De polyfone koren zijn strikt volgens de oude compositieregels geschreven en de solozangers zingen hun bijdragen in een tamelijk vrij ritme op een quasi-psalmodiërende toon.

 

Toen Hugo Distler (1908-1942) vlak na zijn aanstelling als organist in Lübeck in 1931 daar voor het eerst de Matthäus Passion van Schütz hoorde, maakte dat zo'n indruk op hem dat hij besloot zelf ook een Passiemuziek te componeren. Daarbij nam hij een aantal vormaspecten over van Schütz, zoals de polyfone koren en de psalmodiërende solo partijen. Het idee om koralen in de passiemuziek in te voegen komt niet van Schütz, maar van iets latere meesters. Distler deelt het verhaal op in zeven scènes, die hij lardeert met acht verzen van het koraal Jesu, deine Passion, telkens in een andere bewerking. Opmerkelijk is dat Distler zich niet beperkt tot het verhaal van één evangelist, maar dat hij zijn teksten ontleent aan alle vier de evangeliën.

Distler was één van de voortrekkers van de zogenaamde Orgelbewegung, bestaande uit een groep mensen die probeerden een nieuwe stijl van Lutherse kerkmuziek te ontwikkelen door zich te spiegelen aan de vormenwereld van oude Duitse meesters, zoals Schütz en Bach. Door de gespannen verhouding tussen het nazi-regime en de Lutherse kerk in Duitsland was het voor Distler bepaald niet gemakkelijk als componist en kerkmusicus te functioneren en hij werd enkele keren gedwongen van functie te veranderen en zich te vestigen in een andere stad. Maar een hoog geplaatste, anonieme beschermer zorgde er wel voor dat hij vrijgesteld bleef van militaire dienst. Eind oktober 1942 werd Distler voor de derde maal opgeroepen, dit maal om plaats te nemen in de Panzerdivision. Zijn beschermer lukte het pas enkele dagen later om hem op een lijst van onmisbare personen geplaatst te krijgen, maar toen had Distler reeds de hand aan zichzelf geslagen.

 

 

 


Teksten

 

Orlandus Lassus (1532(?)-1594):
Stabat Mater (München, 1585)

Vertaling: Joost van den Vondel (1587-1679):
Kruisklacht der zalige krist-moeder en maagd Maria.(Aº. 1643)

Stabat mater dolorosa
iuxta crucem lacrimosa,
dum pendebat Filius.
Cuius animam gementem,
contristantem et dolentem,
pertransivit gladius.
Iezus’ nat bekrete Moeder
Stond bij ’t kruis, daar ons Behoeder,
haar beminde Zoon, aan hing;
En haar docht, terwijl ze steende
Hem betreurde, en druckigh weende
dat een zwaard door ’t harte ging.
O quam tristis et afflicta
fuit illa benedicta
Mater Unigeniti.
Quae morebat et dolebat,
pia Mater, dum videbat
nati poenas incliti.
Och! hoe druckigh, hoe vol rouwe
Was die zegenrijckste vrouwe,
Moeder van Godts eenigh Kint?
Die uit een weemoedigh harte,
bevende aanzagh al de smerte
van haar vrucht, bij Godt bemint.
Quis est homo, qui non fleret,
Matrem Christi si videret
in tanto supplicio?
Quis non posset contristari,
Christi Matrem contemplari
dolentem cum Filio?
Och! wie zou in ’t hart niet snijden
zoo hij, in dat deerlijck lijden,
Kristus lieve Moeder zag?
Och! Wie zou zich niet bedroeven,
zagh hij ’t hart beklemt van schroeven,
om den Zoon, die ’r onder lagh?
Pro peccatis suae gentis
vidit Iesum in tormentis
et flagellis subditum.
Vidit suum dulcem Natum
moriendo desolatum
dum emisit spiritum.
Zij zagh Iezus pijn en stramen
lijden, om ons al te zamen,
en Hem sterven met geschal;
Toen die waarde en uitverkozen,
treurigh, als een troosteloozen,
Zijnen Geest aan Godt beval.
Eia, Mater, fons amoris
me sentire vim doloris
fac, ut tecum lugeam.
Fac, ut ardeat cor meum,
in amando Christum Deum
ut sibi complaceam.
Bron van moederlicke minne
stort me mee ’t gevoelen inne
van medoogen en geklagh;
Doe mijn koude hart verlangen,
om mijn Heilant aan te hangen,
Dat ick hem behagen mag.
Sancta Mater, istud agas,
Crucifixi fige plagas,
cordi meo valide.
Tui Nati vulnerati,
tam dignati pro me pati,
poenas mecum divide.
Heil’ge Moeder, allerkuischte,
druck de wonden des Gekruiste
krachtighlijck in mijn gemoed;
Laat ik oock met u bezuren
Uw gewonden Zoons quetsuren,
die mij vrij kocht met zijn bloet.
Fac me vere tecum flere,
Crucifixo condolere,
donec ego vixero.
Iuxta crucem tecum stare,
et me tibi sociare
in plancto desidero.
Dat ik ijvrigh u geleie,
en ’t gekruiste Lam beschreie,
Al de dagen dat ik leef;
’k
Wensch uw kruis te helpen dragen,
en bij ’t kruis met u te klagen,
schoon een ander u begeef.
Virgo virginum praeclara,
mihi iam non sis amara,
fac me tecum plangere.
Fac, ut portem Christi mortem,
passionis fac consortem
et plagas recolere.
Puick der Maaghdelijcke loten,
wil mijn bede niet verstoten:
Laat mij aan uw zijde staan.
Kristus’ doot mijn ziel genezen;
laat ik die deelachtigh wezen:
Laat ze in ’t hart geschildert staan.
Fac me plagis vulnerari,
Cruce hac inebriari,
ob amorem Filii.
Inflammatus et accensus,
per te, Virgo, sim defensus
in die iudicii.
Laat zijn hartquetsuur mij raken
en zijn bloet mij dronken maken
in de liefde van Godts Zoon.
Reine Maaght, gij doet me blaken:
Uw gebedt zal voor mij waken,
en mij vrijen voor Godts troon.
Fac me Cruce custodiri,
morte Christi praemuniri,
confoveri gratia.
Quando corpus morietur,
fac, ut animae donetur
paradisi gloria.
Laat het Kruis mijn ziel bedecken,
Kristus doot mijn schilt verstrecken,

en mij koesteren met gena.
Als dit lichaam komt te sterven,
laat mijn ziel met blijdschap erven
’t Hemelsch Paradijs hier na.

Don Carlo Gesualdo (1560-1613):
9 responsoria (1611)
uit 'Responsoria Sanctae Spectantia et Alia ad Officium Hebdomadae'

O vos omnes
Responsorium V voor de metten van Paaszaterdag

O vos omnes, qui transitis per viam,
attendite, et videte:
O gij allen die voorbij gaat,
Wendt uw blik en ziet:
Si est dolor similis sicut dolor meus. Is er een lijden gelijk mijn lijden?
V: Attendite, universi populi,
et videte dolorem meum.
Wendt uw blik, al gij volkeren,
En ziet mijn lijden.

 

Tristis est anima mea
Responsorium II voor de metten van Witte Donderdag

Tristis est anima mea usque ad mortem: sustinete hic, et vigilate mecum: nunc videbitis turbam, quae circumdabit me: Mijn ziel is bedroefd tot stervens toe:
blijft hier en waakt met mij: weldra zult ge de menigte zien die mij zal omringen.
Vos fugam capietis,
et ego vadam immolari pro vobis.
Ge zult op de vlucht slaan, en ik zal mijzelf voor u offeren.
V: Ecce appropinquat hora, et Filius hominis tradetur in manus peccatorum. Ziet, het uur is gekomen, waarop de Mensenzoon wordt overgeleverd aan de zondaars.

 

Plange quasi virgo
Responsorium III voor de metten van Paaszaterdag

Plange quasi virgo, plebs mea:
ululate, pastores, in cinere et cilicio:
Ween gelijk een maagd, mijn volk:
Weeklaagt, herders, in zak en as:
Quia veniet dies Domini magna,
et amara valde.
Want gekomen is de dag des Heren, groot en buitensporig bitter.
V: Accingite vos, sacerdotes, et plangite, ministri altaris, aspergite vos cinere. Gordt u zich aan, gij priesters, en weent, gij dienaars van het altaar, bestrooit uzelf met as.

Omnes amici mei
Responsorium I voor de metten van Goede Vrijdag

Omnes amici mei dereliquerunt me,
et preavaluerunt insidiantes mihi:
tradidit me quem diligebam:
Al mijn vrienden hebben mij verlaten en zij die voor mij op de loer lagen hebben mij overmeesterd; hij, die ik liefhad, heeft mij verraden.
Et terribilibus oculis plaga crudeli percutientes, aceto potabant me. Met verschrikkelijke blikken hebben zij mij wreed geslagen, en gaven mij azijn te drinken.
V: Inter iniquos projecerunt me,
et non pepercerunt animae meae.
Zij verstootten mij onder verdorvenen en hebben mijn leven niet ontzien.

 

Tenebrae factae sunt
Responsorium V voor de metten van Goede Vrijdag

Tenebrae factae sunt, dum crusifixissent Jesum Judaei: Et circa horam nonam exclamavit Jesus voce magna: Deus meus, ut quid me dereliquisti? Duisternis kwam over het land toen de joden Jezus kruisigden: en rond het negende uur riep Jezus met luide stem: Mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?
Et inclinato capite, emisit spritum. En hij boog het hoofd en gaf de geest.
V: Exclamans Jesus voce magna, ait: Pater, in manus tuas commendo spiritum meum. Jezus riep met luide stem: Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest

 

Animam meam dilectam
Responsorium VI voor de metten van Goede Vrijdag

Animam meam dilectam tradidi in manus iniquorum, et facta est mihi hereditas mea sicut leo in silva: Ik leverde mijn geliefde ziel over aan de zondaars en mijn nalatenschap werd mij tot een leeuw in het bos:
Dedit contra me voces adversarius, dicens: Congregamini, et properate ad devorandum illum: posuerunt me in deserto solitudinis, et luxit super me omnis terra: Mijn vijand verhief zijn stem tegen mij en zei: verzamelt u en haast u hem te verslinden: zij brachten mij naar de woestijn der eenzaamheid en de gehele aarde weende over mij:
Quia non est inventus qui me agnosceret, et faceret bene. Want er was niemand te vinden, die mij wilde kennen en mij goed wilde doen.
V: Insurrexerunt in me viri absque misericordia, et non pepercerunt animae meae. Mannen zonder mededogen stonden tegen mij op en spaarden mijn leven niet.

Velum templi scissum est
Responsorium II voor de metten van Goede Vrijdag

Velum templi scissum est: De voorhang van de tempel werd verscheurd:
Et omnis terra tremuit: latro de cruce clamabat, dicens: Memento mei, Domine, dum veneris in regnum tuum En de gehele aarde beefde: en de dief vanaf het kruis riep uit: Gedenk mij, Heer, wanneer u in uw koninkrijk komt.
V: Petrae scissae sunt, et monumenta aperta sunt, et multa corpora sanctorum, qui dormierant, surrexerunt. De rotsen werden opengespleten en de graven gingen open, en vele lichamen van heidenen die hadden geslapen, stonden op.

 

Aestimatus sum
Responsorium VIII voor de metten van Paaszaterdag

Aestimatus sum cum descendentibus in lacum: Ik ben geteld onder hen die afdalen in de put:
Factus sum sicut homo sine adjutorio
inter mortuos liber.
Ik ben geworden tot een hulpeloos mens, vrij onder de doden.
V: Posuerunt me in lacu inferiori, in tenebrosis, et (in) umbra mortis. Zij hebben mij in de diepste put geworpen, in de duisternis, en in de schaduw van de dood.

 

Caligaverunt oculi mei
Responsorium IX voor de metten van Goede Vrijdag

Caligaverunt oculi mei a fletu meo: quia elongatus est a me, qui consolabatur me: Mijn ogen zijn verblind door mijn geween: omdat wie mij troostte, ver van mij verwijderd is:
Videte, omnes populi, si est dolor similis sicut dolor meus. Zie, alle volkeren, of er een lijden is gelijk mijn lijden.
V: O vos omnes, qui transitis per viam, attendite et videte si est dolor similis sicut dolor meus. O, gij allen die voorbijgaat,
Wendt uw blik en ziet of er een lijden is gelijk mijn lijden.

Hugo Distler (1908-1942)
Choral-Passion
Op. 7 (1932)

Choral 1. Vers
Jesu, deine Passion
will ich jetzt bedenken;
wollest mir vom Himmelsthron
Geist und Andacht schenken.
In dem Bilde jetzt erschein,
Jesu, meinem Herzen,
wie du, unser Heil zu sein,
littest alle Schmerzen.

Der Passion erster Teil: Der Einzug

Evangelist:

Viel Volks, das auf das Passahfest gen Jerusalem kommen war, da es hörete, daß Jesus kommt, liefen sie hinaus, ihm entgegen. Jesus aber überkam ein Eselein und ritt darauf. Viele breiteten ihre Kleider auf den Weg, etliche hieben Maien von den Bäumen und streueten sie auf seinen Weg. Und die vorne vorgingen, und die hernach folgten, riefen allesamt:

Chor:

"Gelobet sei, der da kommt im Namen der Herren! Siehe, ein König vor Israel!"

Choral 2. Vers
Du zeuchst als ein König ein,
wirst gar saur empfangen!
Harte Bande warten dein,
dich damit zu fangen.
Statt der Ehren Hohn und Spott
wird man dir, Herr, geben,
bis du durch des Kreuzes Tod
enden wirst dein Leben.

Der Passion zweiter Teil: Judas und der Pharisäer Rat

Evangelist:
Die Hohenprieser und Schriftgelehrten trachteten, wie sie Jesum töteten. Sie fürchteten sich aber vor dem Volk und sprachen untereinander:
Chor:
"Ja nicht auf das Fest, auf daß nicht ein Aufruhr werde im Volk!"
Evangelist:
Es war aber Satanas gefahren in den Judas Ischariot, der war aus der Zahl der Zwölfe, ging hin zu den Hohenpriestern und sprach:
Judas:
"Ich will ihn euch verraten! Was wollt ihr mir geben?"
Evangelist:
Und sie boten ihm dreißig Silberlinge. Und von da an suchte er Gelegenheit, daß er Jesum verriete.

Choral 3. Vers
O hilf, Christe, Gottes Sohn,
durch dein bitter Leiden,
daß wir dir stets untertan,
all Untugend meiden;
deinen Tod und sein Ursach
immerdar bedenken,
dafür, wenn auch arm und schwach,
unsern Dank dir schenken.

Der Passion dritter Teil: Das Abendmahl

Evangelist:
Am ersten Tag der süßen Brot traten die Jünger zu Jesu und sprachen:
Chor:
"Wo willst du, daß wir dir bereiten, das Oster-lamm zu essen?"
Evangelist:
Er sprach:
Jesus:
"Gehet hin in die Stadt zu Einem und sprechet zu ihm: Der Meister läßt dir sagen: Meine Zeit ist kommen. Ich will bei dir die Ostern halten mit meinen Jüngern."
Evangelist:
Und sie taten, wie Jesus ihnen befohlen hatte, und bereiteten das Osterlamm. Am Abend kam er mit den Zwölfen, und, als sie bei Tische saßen, sprach er:
Jesus:
"Mich hat herzlich verlanget, das Osterlamm mit euch zu essen, eh daß ich leide. Wahrlich, wahr-lich ich sage euch: Einer unter euch wird mich verraten!"
Evangelist:
Und sie wurden sehr betrübt, und hoben an, ein jeglicher unter ihnen, und sprachen:
Chor:
"Bin ich's, Herr, bin ich's, Herr?"
Evangelist:
Er antwortete und sprach:
Jesus:
"Der mit der Hand mit mir in die Schüssel tau-chet, der, der wird mich verraten."
Evangelist:
Da antwortete Judas, der ihn verriet, und sprach:
Judas:
"Herr, Herr, bin ich's, Herr?"
Evangelist:
Sprach Jesus:
Jesus:
"Du sagst es."
Evangelist:
Nahm Jesus das Brot, dankete und sprach:
Jesus:
"Nehmet! Esset! Das ist mein Leib!"
Evangelist:
Und er nahm den Kelch und sprach:
Jesus:
"Trinket! Trinket alle daraus! Das ist mein Blut des neuen Testaments, welches für euch ver-gossen wird zur Vergebung der Sünden. Solches tut, so oft ihr's trinket, zu meinem Gedächtnis!

Choral 4. Vers
"Wer folgt seiner Straßen nach?"
"Seht sein harte Plagen!"
"Was ist Ursach seiner Schmach?"
"All eu'r Missetaten!"
"Warum sinket hin sein Leib?"
"Will für euch zerbrechen!"
"Was verbleicht sein rotes Blut?"
"Möcht für euch fürsprechen!"

Der Passion vierter Teil: Gethsemane

Evangelist:
Jesus ging hinaus an den Ölberg, und es folgten ihm seine Jünger nach. Als er dahin kam, sprach er zu ihnen:
Jesus:
"Betet! Betet! Betet, auf daß ihr nicht in Anfech-tung fallet!"
Evangelist:
Und er riß sich von ihnen bei einem Steinwurf und knieete nieder und betete:
Jesus:
"Vater! Willst du, so nimm diesen Kelch von mir!
Doch nicht mein, sondern dein Wille geschehe!"
Evangelist:
Und es kam, daß er mit dem Tode rang, und betete heftiger. Es ward aber sein Schweiß wie Blutstropfen, die fielen auf die Erden. Er stund auf, kam zu seinen Jüngern und fand sie schlafen. Da sprach er zu ihnen:
Jesus:
"Was schlafet ihr? Betet! Betet! Betet, auf daß ihr nicht in Anfechtung fallet!"
Evangelist:
Judas aber wußte den Ort auch, da Jesus hin-aus ging nach seiner Gewohnheit; da er zu sich genommen hatte die Schar und der Hohenpriester und Pharisäer Diener, kommt er dahin mit Fackeln, Lampen und mit Waffen. Und sie legten ihre Hände an Jesum und griffen ihn.

Choral 5. Vers

Meine Augen sehen mach
deine Angst und Bande,
deine Schläge, deine Schmach,
deine Kreuzesschande,
deine Geißel, deine Dornenkron,
Speer- und Nägelwunden,
deinen Tod, dein harte Fron:
alls für unser Sünden!

Der Passion fünfter Teil: Kaiphas

Evangelist:
Die Jesum gegriffen hatten, brachten ihn zu dem Hohenpriester Kaiphas, dahin die Schrift-gelehrten und die Ältesten sich versammelt hatten, und führeten ihn hinauf vor ihren Rat. Die Hohenpriester aber und die Ältesten und der ganze Rat suchten falsch Zeugnis wider Jesum, auf daß sie ihn töteten, und fanden keins. Zu-letzt traten herzu zween falsche Zeugen und sprachen:
Chor:
"Er hat gesagt: ich kann den Tempel Gottes abbrechen, und in dreien Tagen denselbigen wie-der bauen!"
Evangelist:
Der Hohepriester sprach zu ihm:
Hoherpriester:
"Antwortest du nicht zu dem, was diese wider dich zeugen?"
Evangelist:
Aber Jesus schwieg stille. Da sprachen die Schriftgelehrten:
Chor:
"Bist du Christus, sage es uns!"
Evangelist:
Er sprach zu ihnen:
Jesus:
"Sage ich es euch, so glaubt ihr mir 's nicht!"
Evangelist:
Da schrieen sie noch mehr und sprachen:
Chor:
"Bist du Christus, sage es uns!"
Evangelist:
Jesus:
Jesus:
"Ihr saget es."
Chor:
"Er hat Gott gelästert! Was bedürfen wir weiter Zeugnis! Er ist des Todes schuldig!"
Evangelist:
Da speieten sie in sein Angesicht, und schlugen ihn mit Fäusten und riefen:
Chor:
"Weissage uns, Christe: Wer ist es, der dich schlug?"

Choral 6.Vers

Jesus wußt von keiner Schuld,
trug er auch die Strafen;
litt all Marter mit Geduld,
ging sein harte Straßen.
Nahm sich unser mächtig an;
tät die Sünd uns tragen;
als hätt er sie selber tan:
es kost't ihm das Leben.

Der Passion sechster Teil: Pilatus

Evangelist:
Und der ganze Haufe stand auf, und führeten ihn zu dem Landpfleger und fingen an, ihn zu verklagen:
Chor:
"Er hat das Volk erreget und verbietet, den Schoß dem Kaiser zu geben!"
Evangelist:
Da ging Pilatus heraus zu den Juden und sprach:
Pilatus:
"Was bringet ihr für Klage wider diesen Men-schen?"
Evangelist:
Sie riefen:
Chor:
"Wäre dieser nicht ein Übeltäter, wir hätten dir ihn nicht überantwortet!"
Evangelist:
Pilatus:
Pilatus:
"So richtet ihn nach eurem Gesetz!"
Evangelist:
Da sprachen die Juden zu ihm:
Chor:
"Wir dürfen niemand töten!"
Evangelist:
Ging Pilatus wieder hinein in das Richthaus und rief Jesum:
Pilatus:
"Bist du der Juden König?"
Evangelist:
Aber Jesus gab ihm keine Antwort. Sprach Pilatus zu ihm:
Pilatus:
"Redest du nicht mit mir?"
Evangelist:
Da sprach Jesus:
Jesus:
"Ich bin ein König, aber mein Reich ist nicht von dieser Welt."
Evangelist:
Da ging Pilatus wieder hinaus zu den Juden und sprach zu ihnen:
Pilatus:
"Ich finde keine Schuld an ihm!"
Evangelist:
Er pflegte ihnen aber auf das Osterfest einen Gefangenen loszugeben, welchen sie begehr-ten. Und Pilatus spricht zu ihnen:
Pilatus:
"Wollt ihr, daß ich euch den König der Juden losgebe?"
Evangelist:
Da schrieen sie allesamt:
Chor:
"Nicht diesen, sondern Barabbam!"
Evangelist:
Barabbas war ein Mörder; aber die Hohenpriester reizten das Volk, daß er ihn losgebe. Pilatus:
Pilatus:
"Ich finde keine Schuld an ihm! Ich will ihn aber züchtigen und ihn loslassen!"
Evangelist:
Da nahm Pilatus Jesum und geißelte ihn, und die Kriegsknechte flochten eine Dornenkron und setzten sie auf sein Haupt, und legten ihm ein Purpurkleid an und riefen:
Chor:
"Sei gegrüßet, lieber Judenkönig!"
Evangelist:
Und gaben ihm Backenstreiche. Ging Pilatus zum dritten Mal heraus und sprach zu ihnen:
Pilatus:
"Ich führe ihn heraus zu euch. Sehet! Sehet! Sehet, welch ein Mensch!"
Evangelist:
Da sie Jesum sahen, schrieen sie:
Chor:
"Kreuzige ihn!"
Evangelist:
Die Hohenpriester sprachen:
Chor:
"Nach dem Gesetz soll er sterben! Denn er hat sich selbst zu Gottes Sohn gemacht!"
Evangelist:
Der Haufe aber schriee noch mehr:
Chor:
"Lässest du diesen los, so bist du des Kaisers Freund nicht, denn wer sich zum Könige machet, ist wider den Kaiser!"
Pilatus:
"SoIl ich euren König kreuzigen?"
Evangelist:
Die Hohenpriester antworteten:
Chor:
"Wir haben keinen König, denn den Kaiser!"
Evangelist:
Da aber Pilatus sahe, daß er nichts schaffte, sondern daß viel ein größer Getümmel ward, nahm er Wasser, wusch er die Hände vor allem Volk und sprach:
Pilatus:
"Ich bin unschuldig an dem Blut dieses Gerech-ten. Sehet ihr zu!"
Evangelist:
Da schrie das ganze Volk:
Chor:
"Sein Blut komme über uns und unsre Kinder!"

Choral 7.Vers

Lehr mich, Jesu, daß ich gern
dir das Kreuz nachtrage,
daß ich Demut von dir lern
und Geduld in Plage,
daß ich dir geb Lieb um Lieb,
wie du mir gegeben,
bis auch ich, der Erden müd,
scheiden werd vom Leben.

Der Passion letzter Teil: Golgotha

Evangelist:
Und sie banden Jesum und führeten ihn dahin; und er trug sein Kreuz, hinaus zur Stätte, die da heißet Golgatha. Allda kreuzigten sie ihn und mit ihm zween Mörder. Pilatus aber schrieb eine Überschrift und setzte sie auf das Kreuz: Jesus von Nazareth, der Juden König! Und die vorüber-gingen schalten ihn. Auch die Übeltäter einer, die da gehenkt waren, lästerte ihn und sprach:
Schächer:
"Andern hat er geholfen und kann sich selber nicht helfen! Bist du Christus, so hilf dir selber und uns!"
Evangelist:
Desgleichen auch die Hohenpriester spotteten seiner samt den Schriftgelehrten und Ältesten:
Chor:
"Er hat Gott vertrauet: der, der erlöse ihn nun! So steige er nur vom Kreuz, ist er der König von Israel!"
Evangelist:
Es standen aber bei dem Kreuze Jesu seine Mutter und seiner Mutter Schwester, Maria, des Kleophas Weib, und Maria Magdalena. Da nun Jesus seine Mutter sahe und den Jünger dabei stehen, den er lieb hatte, spricht er zu seiner
Mutter:
Jesus:
"Weib, siehe, siehe, das ist dein Sohn!"
Evangelist:
und zu dem Jünger:
Jesus:
"Siehe, das ist deine Mutter!"
Evangelist:
Und in der neunten Stunde schriee Jesus laut:
Jesus:
"Mein Gott, mein Gott, warum, warum, warum hast du mich verlassen?"
Evangelist:
Darnach, als Jesus wußte, daß schon alles voll-bracht war, daß die Schrift erfüllet sei, spricht er:
Jesus:
"Mich dürstet."
Evangelist:
Und sie fülleten einen Schwamm mit Essig. Da ihn Jesus genommen hatte, schriee er abermal laut, und neigte sein Haupt und verschied

Choral 8. Vers
Jesu, dir sei ewig Lob,
der du uns erlöset,
durch dein bittern Kreuzestod
Gott uns hast versöhnet!
All dein Lieb, dein göttlich Kraft
ließ uns nicht verderben,
trug fürwahr ein schwere Last:
für sein Feind zu sterben,
Jesu, dir sei ewig Lob!

 

 

Met dank aan:
  • Gemeente Leiden
  • Stichting Fonds voor Amateurskunst
  • Felix van den Homberg (repetitor)
  • Judith Dijs (vertalingen)
  • Marcel Menz

Samenstelling programmaboek: Andreas Polman

 


Aan deze concerten werkten mee:

Sopranen
Ingrid Appels
Rosanne de Clercq
Pauline van der Meer
Christa Minderaa
Annemieke Rademaker
Claudia Sternberg

Alten
Marianne van de Beukel
Annelies Korff de Gidts
Ida Los
Godelief Mallee
Hanna Thuránszky
Sanneke Verhagen

Tenoren
Rob van Dam
Cyriel Gieles
Theo Janson
Niek Nieuwenhuijsen
Daan Verlaan
Paul van der Werf

Bassen
Wim Bel
Cor Haaring
Frits Hali
Andreas Polman
Ton Stauttener

Dirigent:
Nico van der Meel.


Frans Huijts

Frans Huijts (bariton) studeerde zang aan het conservatorium van Maastricht en aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. De diploma’s Docerend Musicus Solozang en Uitvoerend Musicus Solozang behaalde hij onder leiding van Meinard Kraak. Interpretatiecursussen volgde hij bij Elisabeth Söderstrom, Elly Ameling, Marius van Altena, Meinard Kraak, Robert Holl en Udo Reinemann. Tijdens het 'Concours de la mélodie Française' in Parijs in april 1985 werd aan Frans Huijts de 'Prix Gabriel Fauré' toegekend en in december 1987 was hij laureaat van het internationale 'Hugo Wolf Wettbewerb' te Stuttgart. Hij werkte mee aan wereldpremières van diverse hedendaagse operaprodukties. Daarnaast zong hij o.a. de hoofdrol van Corpo in de Holland Festival voor Oude Muziek produktie 'Rappresentatione di Anima e di Corpo' van Emilio de Cavalieri. Hij werkte in 1996/1997 mee aan de opera Orfeo van Monteverdi bij de Nederlandse Opera onder regie van Pierre Audi.

Frans Huijts is een groot liedliefhebber en geeft regelmatig liedrecitals (o.a. georganiseerd door de Vrienden van het Lied), waarbij hij veel aandacht schenkt aan liederen van Nederlandse componisten. Hij is een veelgevraagd solist bij concerten en oratoria in binnen- en buitenland.

Frans Huijts werkte als solist mee aan diverse cd's o.a. een opname met de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Gustav Leonhardt. In januari 1989 was hij als docent verbonden aan het internationale zomerfestival van Rio de Janeiro rond cantates van Bach. Daarnaast geeft hij regelmatig workshops Liedinterpretatie voor duo’s zang/piano. In 1995 gaf hij enkele recitals en masterclasses in Kingston, Jamaica.   In 1998 gaf hij enkele workshops in Lusaka, Zambia.

Hij is als Hoofdvakdocent Solozang verbonden aan het Rotterdams Conservatorium.

 

 

Marcel Beekman

De tenor Marcel Beekman (1969) behaalde zijn zangdiploma's aan het conservatorium in Zwolle, waarna hij verder studeerde bij zijn huidige pedagoge Margreet Honig.

Hij is een veelgevraagde solist in het barokke tot en met hedendaagse concert- en oratoriumrepertoire, dat hij uitvoerde met bijvoorbeeld de Berliner Symphoniker, Musica Antiqua Köln, Schönberg Ensemble, Nieuw Sinfonietta Amsterdam, Orkest van de 18e Eeuw, Radio Kamer Orkest en het Gulbenkian Orkest Lissabon en dirigenten als Frans Brüggen, Reinbert de Leeuw, Patrick Davin, Uwe Gronostay, Michael Zilm, Reinard Goebel en Anne Manson. Hij maakte CD's met werken van Bach, de Fesch, Keuris, Escher, Kurtág, Andriessen en de Man. Met zijn vaste begeleider Hans Adolfsen geeft Marcel Beekman liedrecitals, waarbij het duo zich toelegt op het hedendaagse repertoire zoals Janáceks "The Diary of One who vanished"(live radio-uitzending, kleine zaal, Concertgebouw Amsterdam), of wereldpremières van "Afonso Domingues, por exemplo" en "Non Altro", nieuwe cycli voor dit duo geschreven door António Chagas Rosa (beide in het Concertgebouw Amsterdam, alsmede in Vredenburg Utrecht (Vocale Serie), Mateus, Noord Portugal en in São Carlos, Lissabon (Festival voor Hedendaagse Muziek)).

Verder schreven Jacques Bank, Alex Manassen, Roderik de Man (Nederland), Myriam Marbe (Roemenië), Theo Abazis (Griekenland) en Hanne Ørvad (Denemarken) nieuw werk voor hem, onder andere geïntegreerd in "Een Seizoen in de Hel", een operavierluik over de dichter Arthur Rimbaud.

Als ensemblezanger werkt Marcel met het Huelgas Ensemble, het Gesulado Consort en het Ensemble Pierre Robert in Parijs. Sinds enkele jaren is hij vast verbonden aan het Nederlands Kamerkoor, waar hij tijdens vele concerttournees en CD-opnamen zong onder dirigenten van naam.

 


 

 

 

Donateurs en belangstellenden

Draagt u het William Byrd Vocaal Ensemble een warm hart toe en wilt u ons financieel steunen? Als u zich nu opgeeft als donateur voor minimaal fl 45,- per jaar wordt u automatisch op de hoogte gebracht van onze verdere activiteiten en van onze volgende concerten. U krijgt dan bovendien een gratis toeganskaart tot een van onze concerten en ontvangt voorafgaand aan de concerten een zeer uitgebreide toelichting op het programma.

Als belangstellende wordt u gratis op de hoogte gehouden van de concerten van het William Byrd Vocaal Ensemble.

 

 

Volgende concerten

3,4,9 en 10 november
Amerikaanse poëzie
(o.a. Dickinson)

 

 

 

 

 

 

 

Postbus 70, 2300 AB Leiden; Postbank 5676811 t.n.v. William Byrd Vocaal Ensemble te Leiden